De aftrek der aftrekposten is als onkruid

Door de sombere economische vooruitzichten staat de hypotheekrente weer volop in de politieke aandacht. Net als in 1980. Of zoals in 1995. De roep om beperking van de aftrek komt steeds terug – al lijkt de tijd nu rijp voor écht ingrijpen.

Het was een mooi rijtje namen vorige week: Jaap de Hoop Scheffer (op 8 december), Maxime Verhagen (9 december), Ruth Peetoom (10 december), Ed Nijpels (11 december). Allemaal CDA- en VVD-prominenten. En allemaal suggereerden ze in harde of minder harde bewoordingen dat de hypotheekrenteaftrek niet meer heilig is. Oud-minister van Financiën Hans Hoogervorst (ook VVD) en zijn partijgenoot Frans Weisglas gingen hen vorige maand al voor.

Premier Mark Rutte zal er niet vrolijk van geworden zijn. Al sinds het aantreden van zijn kabinet strijdt hij tegen de druk om iets te doen aan de omstreden renteaftrek. En die strijd is lastig. Want vrijwel niemand is het met Rutte eens. Banken, brancheorganisaties, deskundigen, De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau, grofweg de helft van de Tweede Kamer, allemaal vinden ze het tijd voor actie. Niet nu, niet te rigoureus. Maar deze kabinetsperiode moet op zijn minst een plan voor versobering worden gemaakt.

De VVD-CDA-coalitie plus gedoogpartner PVV is halsstarrig. De aftrek wordt niet aangepakt, er mag zelfs niet over worden nagedacht. Het zou het vertrouwen in de woningmarkt schaden, vindt minister Piet Hein Donner (Wonen, CDA). Beperking ervan betekent een verdere daling van de huizenprijzen. Mark Rutte vindt de aftrek een „correctie” op te hoge belastingen. Ook is het een stimulans voor eigenwoningbezit. En niet onbelangrijk: de coalitie vreest de wraak van de kiezer. In een lijsttrekkersdebat in 2010 bombardeerde het CDA de aftrek tot breekpunt, ook de VVD en PVV beloofden de aftrek te beschermen.

De hypotheekaftrek werd in 1893 ingevoerd door de liberale minister van Financiën Nicolaas Pierson, ter compensatie van de eerste inkomstenbelasting. Tot die tijd werd belasting geheven in de vorm van accijnzen op artikelen als zeep, zout en suiker. Voortaan betaalde iedereen belasting over zijn inkomen en eigen woning. Er klonk protest. In 1894 werd zelfs een Vereeniging tot het Weigeren van Belastingbetaling opgericht. Om huizenbezitters tegemoet te komen, mochten de kosten die gemaakt werden bij het verwerven van een woning fiscaal worden afgetrokken, onder meer via de hypotheekrenteaftrek.

Decennialang bleef het eigenwoningbezit beperkt tot rijkere Nederlanders. Banken verstrekten geen volledige hypotheek, eenderde van het aankoopbedrag moest zelf worden opgebracht. In 1945 was 28 procent van de woningen een koophuis, in 1971 was dat 35 procent. Pas in 1997 waren er meer koop- dan huurwoningen. Met de stijging van het aantal huizenbezitters wordt het beperken van de aftrek ook steeds moeilijker. Vrijwel alle huizenbezitters zijn enthousiaste gebruikers van de woonsubsidie, die al wordt ingecalculeerd bij de beslissing over de aankoop van een woning.

Toch is de roep om beperking van de aftrek de laatste decennia nooit ver weg geweest. Hans Kombrink (PvdA) streed al in 1980 voor versobering van de aftrekpost. Wim Kok negeerde ooit als partijleider de wens van het PvdA-congres om de renteaftrek aan te pakken. Rick van der Ploeg (PvdA) verloor bijna zijn portefeuille in de Kamer toen hij opperde de aftrek aan te pakken. De CDA’ers Ad Nooteboom en Hans Hillen gooiden een balletje op, D66’er Francine Giskes werd teruggefloten door haar partij – diezelfde partij is nu een van de felste voorstanders.

In 1995 zei toenmalig minister Ad Melkert van Sociale Zaken: „Organiseer een meerderheid voor de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek en er valt over te praten.” En PvdA-partijvoorzitter Marijke van Hees riep op een partijcongres in 1999: „Over tien jaar bestaat de hypotheekrenteaftrek niet meer.”

Maar hij bestaat nog altijd. De aftrek der aftrekposten is als onkruid.

Toch lijkt de tijd voor versobering van de woonsubsidie nu rijper dan ooit. Het kabinet moet op zoek naar nieuwe miljardenbezuinigingen, de maatschappelijke druk is groot, en huizenbezitters houden er in hun achterhoofd toch al rekening mee.

En het waren in het verleden juist kabinetten met CDA of VVD die de aftrek al versoberden. Aftrekken mocht niet meer voor de boot en het tweede huis. De maximale termijn werd dertig jaar. Het CDA schreef in het verkiezingsprogramma in 2010 dat de aftrek „een probaat middel voor de woningmarkt is zolang dit het huizenbezit en de doorstroming op de huizenmarkt bevordert.” Aan het CDA om te bepalen wanneer dit niet langer het geval is.

De oppositie draait zich intussen al warm. De nieuwe bezuinigingen zouden „een vliegwiel” kunnen zijn voor een hervorming van de woningmarkt. Het kabinet kan dan niet meer ontkomen aan versobering van de renteaftrek. De details in de plannen van de oppositie verschillen, maar de rode draad is helder. Niemand wil de aftrek in één keer afschaffen. Het moet stapsgewijs gebeuren. En de hoogste inkomens krijgen er als eerste mee te maken.

Als voorzetje werken D66 en de ChristenUnie aan een initiatiefwetsvoorstel dat bepaalt dat elke nieuwe hypotheek voortaan wordt behandeld alsof het een ouderwetse annuïteitenhypotheek is, die uitgaat van terugbetaling van de schuld in dertig jaar. Daarmee wordt de renteaftrek lager en geld bespaard. Als wisselgeld kan de overdrachtsbelasting worden ingezet. Die is nu tot 1 juli volgend jaar verlaagd van 6 tot 2 procent, maar zou dan helemaal kunnen worden afgeschaft. Daarmee wordt een woning goedkoper.

Het voorstel kan als katalysator werken, hoopt D66-Kamerlid Kees Verhoeven. „Mensen raken gewend aan het idee dat er iets kan gebeuren. Er ligt een voorstel klaar. Dat maakt het voor de coalitie makkelijker daadwerkelijk iets te doen.”

Maar de coalitiepartijen laten zich niet zo snel overhalen. VVD-fractievoorzitter Stef Blok zei gisteren niet aan de aftrek te willen tornen: „Dat zeggen we al jarenlang, en die mening hebben we nog steeds.” PVV-leider Geert Wilders heeft dezelfde boodschap, en dat liet hij via Twitter nog eens luid en duidelijk weten. In kapitalen: „HANDEN AF VAN DE HYPOTHEEKRENTEAFTREK!!!”

Deze drie huiseigenaren werden geportretteerd in de zomerserie ‘Standplaats Dordrecht’ in deze krant. Aanleiding was de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting. Evelyn Rombout (links) en Raimond Kreuze (rechts) zijn klanten van makelaar Saskia Trossèl (midden). Wat zou de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek voor hen betekenen?

Tekst Eppo König Foto’s Bas Czerwinski

Wie: Saskia Trossèl (43), zelfstandig makelaar

Huis: rijksmonument uit 1680 (gekocht voor 440.000 euro) aan de Hooikade met uitkijk op de Oude Maas

Hypotheekrenteaftrek: 450 euro per maand samen met partner Jos

„De mensen zijn klaar met de hypotheekrente”, merkt makelaar Saskia Trossèl in het contact met haar klanten. De discussie over de afschaffing duikt keer op keer weer op als een oud spook. „Op Twitter zag ik gisteren dat het ‘morrelen’ alweer is begonnen. Het goeie is wel dat eigenaren en kopers langzaam hebben kunnen wennen aan het idee.”

Tot minder huizenverkopen zal afschaffing niet leiden, denkt Trossèl. „De huizenprijzen zakken al. De lucht uit de woningmarkt verdwijnt. Dat zal alleen maar meer worden als de aftrek mogelijk wordt versoberd. Als verkoper moet je nu soms je verlies nemen. Daar staat tegenover dat je een nieuw huis goedkoper kunt kopen.”

Zelf zou ze niet in financiële problemen als afschaffing doorgaat, zegt ze. Als eigenaar van een bescheiden dameskantoor werkt ze zeventig uur per week. „Ik heb geen tijd om geld uit te geven. En ik doe ook geen gekke dingen. Voor mensen die zonder werk komen te zitten of ziek worden, kan het wel een probleem worden. Maar mensen zullen blijven verhuizen en woningen kopen. Alles went. Ook de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.”

Wie: Raimond Kreuze (35), projectleider elektrobedrijfHuis: stadswoning met inpandige garage aan het Kromhout (gekocht voor 172.500 euro) plus oude woning aan de Madeliefstraat (te koop voor 142.500 euro)Hypotheekrenteaftrek: circa 400 euro per maand voor beide woningen

Het nieuwe huis van Raimond Kreuze stond slechts drie weken op Funda te koop voordat hij en zijn vrouw het deze zomer kochten. De inpandige garage was voor Kreuze ideaal om zijn drie oude Alfa Romeo’s in te stallen.

Het huis dat ze achterlaten staat nu drie maanden te koop en heeft in die tijd drie kijkers getrokken. „Er zat één serieus bod tussen”, vertelt Kreuze. „Met de feestdagen verwacht ik dat het stil zal blijven. Al hopen we op iemand die een huis onder de kerstboom legt.”

Mensen met dubbele hypotheeklasten zoals Kreuze hebben één gelukje: als crisismaatregel mogen ze hypotheekrente voor beide huizen drie jaar lang fiscaal aftrekken. „Mooi, wist ik niet. Alles is nu meegenomen. Maar ja, als de aftrek verdwijnt, hebben we misschien ook dubbel nadeel.”

Waarom juist deze fiscale tegemoetkoming aan huiseigenaren zou moeten verdwijnen, begrijpt Kreuze niet. „Je krijgt toch het gevoel dat gewone mensen de dupe worden van deze crisis. Laat ze liever een paar miljard bezuinigen op de noodhulp aan Griekenland.”

Wie: Evelyn Rombout (41), office manager van een pijnkliniek in Rotterdam

Huis: eengezinswoning uit 1934 met drie verdiepingen (gekocht voor 165.000 euro)

Hypotheekrenteaftrek: nog onbekend

Evelyn Rombout was één van de 1.421 gelukkigen die dit jaar een huis kochten op 15 juni: de dag waarop de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting met terugwerkende kracht inging. Was de koop een dag eerder gesloten, dan had Rombout 6.600 euro meer moeten betalen. „Dan had ik mijn spaargeld moeten aanwenden.”

Nu moet ze alsnog 200 euro per maand van haar spaargeld opnemen, omdat ze nog geen hypotheekrenteaftrek heeft aangevraagd bij de Belastingdienst: „Ik dacht: in januari moet ik mijn inkomsten toch opgeven, dan doe ik gelijk die hypotheekrenteaftrek en vraag het per maand terug. Maar ik merk wel dat ik nu niet uitkom met mijn geld.”

Toch hoeft ze zich geen zorgen te maken als de aftrek afgeschaft mocht worden (al zou ze er niet blij mee zijn). Evelyn heeft Jan, haar nieuwe vriend. Hij komt bij haar en haar twee dochters (en hond Laika) intrekken. Met Jan, hoofduitvoerder in de utiliteitsbouw, heeft ze een huishouden met een dubbel inkomen. „Het is deze zomer opgebloeid toen Jan hier aan het klussen was. Die dacht natuurlijk: ik ben mijn nieuwe huis aan het opknappen.”

    • Oscar Vermeer