Annie Leibovitz op bezoek bij Emily Dickinson

Fotografe Annie Leibovitz reist voor haar nieuwe fotoboek Pilgrimage Amerika en Engeland rond op zoek naar bezittingen van dode beroemde mensen. De divan van Freud, de handschoenen van Lincoln en de Harley Davidson van Elvis, ze passeren allemaal de revue.

Denk aan Annie Leibovitz en er is een gerede kans dat in uw visuele geheugen een donkere vrouw in een bad vol melk opduikt. Het is maar een van de vele ludieke maar ook legendarische portretten – dit keer van actrice Whoopi Goldberg – die ze maakte van dames en heren uit de film- en popwereld. Leibovitz en ‘celebrities’ trokken gezamenlijk op en de glamourbladen smulden van haar werk.

En toen overleed haar partner, de vermaarde schrijfster Susan Sontag. Er ontstond later een onoverkomelijke schuld bij de bank en Leibovitz dreigde uit huis gezet te worden. De feesten van het stel, waarop de New Yorkse artistieke elite zich zo graag verzamelde, behoorden toch al tot de voltooid verleden tijd.

Nu ligt er een nieuw fotoboek op tafel met de half-religieuze titel Pilgrimage. Het wijkt in alles af van wat Leibovitz eerder maakte. Zonder opdrachten, agenda en assistenten reisde ze door Amerika – en een beetje door Engeland – om er de huizen, bezittingen en uitzichten van beroemde, maar dode mensen te bezoeken. Datgene wat haar raakte legde ze vast zonder de special effects en de perfectie van weleer.

De bedevaart begint met Emily Dickinson, de favoriete dichteres van Sontag, die op haar slaapkamer in Amherst, Massachusetts, schrijvend haar dagen sleet. Leibovitz maakte een close-up van haar enig overgebleven, witte jurk en een blad uit haar herbarium. Curieuzer is de daaropvolgende, wazige opname: een vitrine met opgezette zangvogeltjes. Zo’n ding ding past niet bij Dickinson, zou je zeggen. En dat klopt, de vitrine was eigendom van Mabel Loomis Todd. Deze Todd was de minnares van Dickinsons getrouwde broer Austin en daar had Emily het moeilijk mee. De dames ontmoetten elkaar nooit. Toch was het diezelfde Todd die Emily’s 1.800 gedichten redigeerde en bezorgde. Bij leven waren er maar twaalf gepubliceerd.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 9 december 2011, pagina 14 - 15. U kunt het hele artikel hier lezen.

    • Marianne Vermeijden