‘Als schrijver kan ik antropoloog zijn’

De Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan baarde dit jaar opzien met haar sterke  mozaïekroman  A Visit from the Goon Squad, waarmee ze prestigieuze literaire prijzen in de wacht sleepte. ‘De tijd is een slager. Je laat je toch niet kisten door de slager?’

‘Iedere schrijver houdt ervan om rivalen te hebben, en Jonathan Franzen is een waardige.” Jennifer Egan, dit jaar winnares van zowel de National Book Critics Circle Award als de Pulitzer Prize, antwoordt inmiddels geroutineerd op de vraag of zij het afgelopen jaar heeft beleefd als een langlopende competitie tussen haar verhalencyclus A Visit from the Goon Squad en Franzens familieroman Freedom. Beide boeken beschrijven de manier waarop Amerika in de laatste decennia is veranderd, en beide doen dat aan de hand van een groot aantal personages die in hun ontwikkeling (lees: teloorgang) worden gevolgd. Maar terwijl Franzen zich concentreert op de erfenis van het idealisme en de vrijheidsdrang van de jaren zestig, boekstaaft Egan de nasleep van de seks en drugs en rock-‘n-roll van de late jaren zeventig. En waar Franzen één verhaal vertelt in de vorm van een klassieke roman, verbindt Egan dertien verhalen – over onder anderen een nietsontziende platenbaas, een popzanger op zijn retour en een ontspoorde journalist – losjes met elkaar.

Een mozaïekroman is A Visit from the Goon Squad genoemd; een waarvan elk hoofdstuk in een andere vorm geschreven is – van een verhaal in de eerste persoon enkelvoud tot een powerpointpresentatie. Dat was van begin af aan de bedoeling, zegt Egan, die ter gelegenheid van de vertaling van haar boek een bliksembezoek aan Amsterdam en Den Haag brengt. “Ik wilde drie dingen: ieder hoofdstuk moest een andere persoon in het middelpunt zetten, ieder hoofdstuk moest in stijl en stemming verschillen, en ieder hoofdstuk moest op zichzelf staan. Tegelijkertijd moest de som meer zijn dan de delen, wat in de meeste short-storybundels niet het geval is.”

Egan was zich ervan bewust dat de variatie in Goon Squad geen gimmick moest worden. “Als een boek alleen maar experimenteel is, en daarmee koud en onflexibel, is het D.O.A., dead on arrival. De vorm moest uit het verhaal voortkomen, en dus is het hoofdstuk over de journalist die het onderwerp van zijn artikel aanrandt, geschreven als een loving parody van de reportages van wijlen David Foster Wallace, met overdreven uitweidingen en voetnoten. Bij de powerpoint werkte het trouwens andersom. Ik wilde zo’n hoofdstuk schrijven, maar wist aanvankelijk niet bij welk personage dat zou passen: als je een manager zoiets laat doen, verf je rode rozen rood. Maar ik was ook nog op zoek naar een manier om iets te kunnen zeggen over het toekomstige leven van Sasha, die ik in het openingshoofdstuk heb getekend als een onzekere kleptomane. Als je een van haar kinderen gewoon over het gezinsleven zou laten vertellen, wordt het al gauw sentimenteel. De kilte van de powerpointpresentatie zet de lievigheid onder stroom.”

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 9 december 2011, pagina 6 - 7. U kunt het hele artikel hier lezen.

    • Pieter Steinz