Alleen het protest telt

Sinds 2008, toen de Amerikaanse bank Lehmann Brothers failliet ging, golft de economische wereldcrisis af en aan. Al meer dan een jaar twijfelen we aan de toekomst van de euro. Een reeks topconferenties heeft het wantrouwen versterkt. De bekendmaking van het Centraal Planbureau dat Nederland in een recessie zit, kwam niet als een verrassing. De voorspelling dat hier volgend jaar tegen het half miljoen mensen werkloos zal zijn, bevestigt de algemene vermoedens. Bijna vier jaar wordt overal in het Westen het publiek geconfronteerd met steeds somberder verwachtingen. Tegenmaatregelen blijven zonder resultaat. Deze lange, trage neerwaartse beweging baart een nieuw politiek feit van formaat. De geloofwaardigheid van het landsbestuur en van de politieke klasse wordt langzamerhand gereduceerd tot nul.

Achter de voortwoekerende economische crisis sluimert een politieke crisis. Deze kan de democratische samenhang van de westerse maatschappij bedreigen. Politieke enquêtes geven hiervan een gebrekkig, uitsluitend cijfermatig beeld. Duidelijk wordt alleen welke politieke partijen het beter of slechter doen dan de concurrentie, maar alle partijen maken deel uit van het gewantrouwde systeem. Een beter beeld geven de ingezonden brieven in kranten, de berichten waaruit blijkt dat een toenemend aantal burgers de gevestigde orde aan zijn laars lapt en vooral de talloze commentaren op internet. Hieruit spreken een diep wantrouwen en haat tegen de gevestigde orde. Het is een dagelijkse manifestatie van volstrekt ongeloof.

Het is een beweging die al veel langer duurt. In Nederland is het tien jaar geleden begonnen met Pim Fortuyn. Na de moord is zijn beweging uit elkaar gevallen. Die van Rita Verdonk is dezelfde weg gegaan. De diepste oorzaak hiervan is, dunkt mij, de zelfoverschatting van de grondleggers. Ze begrepen dat de broeiende onvrede onder de kiezers een politieke goudmijn was, maar ze wisten niet hoe ze een inspirerend antwoord moesten geven. Evenmin begrepen ze dat hiervoor een hechte politieke organisatie nodig is, een club van gelijkgestemden die zich verre houdt van onderlinge ruzies en publieke schandalen.

De PVV heeft het beter begrepen. Geert Wilders heeft de toon van de diepe onvrede getroffen, Henk en Ingrid staan model voor de normaalste, de nuchterste Nederlanders. Toch is er een niet geringe kans dat Wilders zichzelf heeft overschat. Door de gedoogconstructie is hij een tersluikse medeplichtige aan de crisis geworden. In plaats van een radicale opstandeling is hij een gevangene van dit kabinet. Hij kan het land willen zuiveren van de islam, de Grieken uit de Europese Unie gooien, de gulden terug, maar instinctief weten de meeste kiezers dat hier niets van komt. De indruk ontstaat dat Wilders, met zijn combinatie van radicalisme en gedogen, zijn hand heeft overspeeld. In stilte heeft hij het compromis gesloten dat hij in het openbaar verwerpt. Aan de maatregelen tegen de crisis zal hij, als gedoger, weinig tot niets kunnen doen. Hij loopt het risico dat hij bezig is zichzelf te ontmaskeren als een radicale sprookjesverteller.

De zinderende en groeiende onvrede zoekt naar andere middelen. Denk niet aan de Occupybeweging. Wat we verder ook van hun motieven en methoden mogen denken, de Occupyers hebben intussen bewezen een vrijwel verwaarloosbare machtsfactor te zijn. De praktische vraag is wat de half miljoen werklozen volgend jaar zullen doen, hoe de tallozen zullen reageren als ze merken dat ze er aanzienlijk op achteruit gaan. Zullen er nieuwe politieke leiders verschijnen met programma’s waarin nieuwe behoeftigen, de diep verongelijkten, zich kunnen vinden?

Het afgelopen jaar is bewezen dat grote, ontevreden massa’s de traditionele politieke partijen beschouwen als versleten organisaties. Ik denk er niet aan om Nederland te vergelijken met de helemaal of half verdwenen Noord-Afrikaanse dictaturen, maar wel is daar aangetoond dat dankzij de sociale media grote massa’s kunnen ontstaan, die door hun duurzame aanwezigheid een beslissende machtsfactor worden. Deze week hebben we deze nieuwe massa gezien in Moskou en in andere Russische steden. Het enige wat ontbreekt, is een samenhangend politiek programma, maar dit blijkt in zo’n eerste periode van massavorming van minder belang te zijn. Alleen het protest telt, dit geweldig bewijs van politieke weigering.

In Nederland zijn we niet afkerig van massaal te hoop lopen. De laatste keer dat dit uit politieke motieven gebeurde, was in 1981. Toen demonstreerden 400.000 mensen op het Museumplein tegen de plaatsing van kruisraketten. Dit heeft geen effect gehad. Sindsdien zijn we vooral voor vermaak en voetbal in dit soort aantallen bijeengekomen.

Nu tast de ontwikkeling van de economie de consumptie aan. De politiek slaagt er niet in deze dreiging te keren. Ik wil niets voorspellen, maar als een politiek systeem onmachtig blijkt om de onvrede van de burgerij te kanaliseren, zoekt de burgerij naar andere oplossingen. Deze burger is een andere dan die van een jaar of tien geleden. Onze oude democratie is een wankel systeem geworden.