99.990 toerschaatsers

De Friesche IJsbond bestaat 125 jaar. Schaatsen lijkt bij Friezen genetisch bepaald, stelt Hedman Bijlsma.

De titel van het jubileumboek bij het 125-jarige bestaan van de Friesche IJsbond is niet overdreven: Het schaatsrijdersland bij uitnemendheid. En dan gaat het niet alleen om Sven Kramer, Ids Postma, of Rintje Ritsma. Liefst 854 toertochten werden totaal in Friesland georganiseerd, met bij elkaar meer dan een miljoen deelnemers. De historie van de vijftien Elfstedentochten is bekend. Maar de Elfmerentocht, traditioneel opwarmer voor de Tocht der Tochten, blijkt populairder. Aan de twaalf edities deden 99.990 schaatsers mee.

Bij alle tochten in de 22 rayons van Friesland is er één constante: de Friesche IJsbond zorgt met vele vrijwilligers voor veilige ijswegen. „Tegenwoordig vooral voor recreatieve doelen”, vertelt schaatshistoricus Hedman Bijlsma, samen met Wiebe Blauw auteur van het boek. „Vroeger hadden de ijswegen grote economische betekenis. De wegen over het land waren in de winter slecht begaanbaar, dus ging het vervoer per slee over het ijs.”

De Friesche IJsbond werd in 1886 opgericht omdat stoomboten steeds vaker het ijs vernielden. Ook beslissingen van de provincie om het overtollige water te laten wegstromen naar Zuider- of Waddenzee bedreigde het ijs. „Het afgelopen wintertje zag je hetzelfde”, zegt Bijlsma. „Het afwateringsbeleid staat nog steeds ter discussie, in Heeg dreigde een boot vlak voor het vaarverbod een deel van de Elfstedenroute te vernielen. Mensen van de ijswegencentrale hebben met prikstokken geprobeerd om dat tegen te houden.” (MS)

Hedman Bijlsma en Wiebe Blauw: Het schaatsrijdersland bij uitnemendheid. ISBN 978-90-8842-086-3. Prijs: € 29,95