Verbieden, die Duitse neonazi's

Duitse politici willen de rechts-radicale NPD-partij, die in verband is gebracht met een terreurnetwerk, verbieden.

Hoe de Duitse recherche dat netwerk jarenlang over het hoofd zag, blijft een raadsel.

Het zestigjarig bestaan van het Bundeskriminalamt (BKA), de Duitse federale recherche, had vorige week groots moeten worden gevierd. In plaats daarvan heerste dodelijke ernst op een bijeenkomst in Wiesbaden.

De opperspeurder van Duitsland, BKA-chef Jörg Ziercke, gaf eerlijk toe dat het geloof in de veiligheidsdiensten is verdampt en nu weer „moeizaam moet worden herwonnen”.

Aanleiding voor het hoog oplopende debat is de ontdekking vorige maand van een goed georganiseerd en zwaar bewapend netwerk van rechts-radicale terroristen en hun helpers, dat jarenlang ongehinderd heeft kunnen moorden en roven. Voor een land met een naziverleden is dat uiterst pijnlijk. De autoriteiten, met de politiek voorop, moesten de afgelopen weken diep door het stof.

Maar de prangende vraag waardoor het opsporingsbeleid van de veiligheidsdiensten faalde wordt verdrongen door een fel debat over de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD). Deze rechts-radicale politieke partij wordt gezien als kwade genius achter de serie aanslagen van de neonazi’s Uwe Böhnhardt en Uwe Mundlos, de zogenaamde Dönermoorden. Daardoor is haast reflexmatig de discussie ontbrand over de vraag of NPD moet worden verboden.

De staat heeft ruim tien jaar geleden ook al eens geprobeerd de NPD te verbieden, een poging die volledig mislukte. Aan de kernvraag of de NPD ongrondwettelijk is en om die reden moet worden verboden, kwam het betreffende gerechtshof niet eens toe. Het onderzoek werd gestaakt toen naar buiten kwam dat de binnenlandse veiligheidsdienst infiltranten in de NPD had zitten. De rel die dat ontketende, maakte een zorgvuldige juridische afweging onmogelijk. De staat leed gezichtsverlies; de NPD gold als winnaar.

Minister van Binnenlandse Zaken Hans-Peter Friedrich dempte vorige week de hoop op een snel verbod van de NPD: „De regering zal alle middelen onderzoeken om de NPD te verbieden”, zei Friedrich. „Maar haastwerk is er niet bij. Grondigheid is geboden. Het tegenovergestelde van goed gedaan is goed bedoeld.” Er werd op regeringsniveau besloten een gerechtelijk dossier samen te stellen over de NPD.

Hans-Jürgen Papier, de gezaghebbende oud-voorzitter van het Bundesverfassungsgericht, het federale constitutionele hof, vreest echter dat de politiek ook dit keer te vroeg tot de conclusie dreigt te komen dat de NPD moet worden verboden. Verschillende partijen in de Bondsdag hebben al laten weten voor een verbod te zijn.

Een partijverbod wegens ongrondwettelijk handelen kent in Duitsland hoge drempels. „Je moet aantonen dat de hele partij – en niet een enkele functionaris – bij de aanslagen was betrokken en de rechtsstaat te gronde heeft willen richten. Dat is geen eenvoudige zaak”, meent Papier.

Een tweede mislukte poging om een partijverbod er bij het Bundesverfassungsgericht door te krijgen, zegt hij, „zou fataal zijn voor de politieke cultuur in Duitsland”.

Intussen is de vraag waarom de neonazi’s zo lang hun gang konden gaan nog lang niet beantwoord. Dat de opsporingsdiensten hebben geblunderd, staat vast. De autoriteiten werken aan een „foutenanalyse”, maar het is een publiek geheim dat het Duitse federale stelsel een kolossale hindernis vormt bij de afstemming over opsporingskwesties tussen de veiligheidsdiensten van de centrale overheid en die van de deelstaten.

De nauw verholen animositeit tussen de Bundesnachrichtendienst (de binnenlandse veiligheidsdienst) en het Bundeskriminalamt (de federale recherche) werkt ook contraproductief. Een oud-agent van de Bundesnachrichtendienst zei het op televisie zo: „Iedereen gaat z’n eigen gang. Overleg is er nauwelijks. Men ziet elkaar eerder als concurrenten dan als collega’s.”

Als veelzeggend voorbeeld geldt dat de binnenlandse veiligheidsdienst van de deelstaat Thüringen ooit aan de collega’s in Nedersaksen vroeg om de daar woonachtige neonazi Holger G. in de gaten te houden. De veiligheidsdienst van Nedersaksen had zijn eigen agenda en liet G. z’n gang gaan, in de foute veronderstelling dat hij een meeloper was. Nu blijkt dat de inmiddels gearresteerde G. waarschijnlijk een belangrijke handlanger van het duo Böhnhardt en Mundlos was.

De oud-agent van de Bundesnachrichtendienst: „Thüringen en Nedersaksen zijn buren. Ze hebben de mogelijkheid om informatie uit te wisselen. Maar hun veiligheidsdiensten werken alsof ze op verschillende planeten zitten, zonder moderne communicatiemiddelen.”