Tartaar van zalm met een toefje acrobatie

Dinnershows, die naast spektakel eten serveren, bestaan al lang. Internationale dinnershow Palazzo adverteert niet met BN’ers als special guest, maar met topchefs. Toch is het eten wat flauw.

„Dames en heren... Bent u er klaar voor”, vraagt een kleine komiek met een theedoek om zijn hoofd. De muziek zwelt aan. Een paar honderd gasten schuifelen hongerig op de stoelen. „Bring... out... the food!”

De deuren naast het podium zwiepen open, de band gaat los, en achttien man bedienend personeel stapt in stevige tred keurig in een rij de zaal in met grote zwarte dienbladen op één hand boven het hoofd. Daarop staat een tartaar van zalm in een mousse van mierikswortel. In de bitterbal ernaast steekt een klein plastic pipetje. De gasten kunnen het ‘beignetje’ daarmee zelf injecteren met gember en yuzusap.

Ondertussen wordt tussen de punt van de negentiende-eeuwse spiegeltent en het ronde podium in het midden van de zaal een paal gemonteerd. Terwijl de eerste gang wordt uitgeruimd, zweeft een knappe Australische acrobaat volledig horizontaal boven het podium.

Dit is de internationale dinnershow Palazzo in Amsterdam. Er zullen nog drie gangen volgen. Er wordt gejongleerd met paraplu’s, gerolschaatst en gegoocheld. En er worden veel flauwe grappen gemaakt.

Het concept ‘dinnershow’ kennen we al zeker twintig jaar. Je vindt ze in Amsterdam en Antwerpen, maar ook in Delden, Opmeer en Sliedrecht. Een van de grootste in Nederland, het Las Vegas-achtige DreamsLive in Hilversum, draait al sinds 1993.

Maar anders dan die laatste adverteert Palazzo niet met BN’ers als special guest. Op de blauwe posters van Palazzo prijkt de naam van de chef. En dat doet het goed in deze tijd van tv-koks en kookwedstrijden. Palazzo begon vorige maand aan het achtste seizoen in Amsterdam, ditmaal met chefkok Robert Kranenborg. En de show opende voor het eerst haar deuren in Rotterdam, waar voormalig driesterrenchef Cees Helder kookt.

Maar voor het eten alleen ga je niet naar Palazzo. De gerechten zijn allemansvrienden met weinig uitgesproken smaken. Iedereen moet het lekker vinden. Waar Helder in Rotterdam helemaal op safe speelt, probeert Kranenborg er nog wat van te maken door de maïssabayon bij de bonito te serveren met popcorn. Maar het is niet wat je verwacht bij namen als Helder en Kranenborg.

Af en toe komt er een mailtje van een teleurgestelde gast binnen, zegt producent Rick Gemser. „Maar we pretenderen geen sterrenrestaurant te zijn en dat realiseren de meeste gasten zich wel. Er moeten in achttien minuten 400 couverts geserveerd worden.”

Populistisch koken noemt Kranenborg dat. „Ik moet koken voor kinderen van acht en hun grootouders van 88, dus kies ik de meest populaire ingrediënten. De meeste gasten beseffen wel dat je dan niet heel uitdagend kan koken. Maar de kwaliteit is altijd goed.” Een keer per week komt hij controleren.

De show in Rotterdam is „Palazzo zoals het ooit bedoeld was”, zegt producent Gemser. Het is dezelfde voorstelling die twee jaar geleden in Amsterdam draaide: een romantisch verhaaltje over een Dracula-achtige graaf die eens in de 120 jaar ontwaakt en vanavond een vrouw zoekt. Hij wordt opgereden in een glazen kist op een koets, getrokken door drie Oekraïense acrobates in lingerie. De show grijpt terug op de klassieke variété van begin vorige eeuw.

Maar het blijft circus. Veel artiesten treden ook op bij Cirque du Soleil. Het ronde podium in het midden van de tent is minder dan tweeënhalve meter in doorsnee, gasten zitten er met hun neus op, acrobaten zweven boven de binnenste tafels. Dat maakt de sfeer intiem.

Ook in Amsterdam zijn de acrobatenacts indrukwekkend, maar de show zelf heeft een stuk minder klasse. Twee Britse komedianten praten de boel aan elkaar. De een, Mr. PP, in driedelig pak met afgeknipte pijpen en kniekousen, trekt gekke bekken en maakt rare geluidjes. De ander, John Fealey, in koksbuis met theedoek om het hoofd, laat in korte improvisaties zien dat hij talent heeft voor stand-up comedy, maar draait verder een geijkte routine af. De contactgestoorde serveerster Kitty blijkt aan het eind van de avond toch een lekker wijf te zijn. Ze gooit d’r haar los en klimt in de ringen, en dan wil chef Fealey wel zoenen. Meer verhaal zit er niet in.

„De show in Rotterdam is de mooiste die we gedaan hebben”, zegt producent Gemser. „Als je voor het eerst naar een nieuwe stad gaat, moet je natuurlijk openen met een knaller.” Cees Helder trekt ook een wat ouder publiek, legt Gemser uit. Hij omschrijft het publiek als ‘Lee Towers-chic’. „Daar moet je geen Engelstalige komiek neerzetten. In Amsterdam is de zaal jonger en internationaler. En de helft van het publiek is al eens eerder geweest, dus moet je echt iets anders doen.”

In beide steden wordt toch opvallend hard gelachen. Iedereen zegt desgevraagd een geweldige avond te hebben gehad. Gemiddeld betaalden ze voor een weekendkaartje 179 euro. Voor een paar tientjes meer eet je vijf gangen bij restaurant Ron Blaauw én zit je vooraan bij André van Duin in het DeLaMar Theater.