Nieuw erfrecht vol fouten dankzij Kamerleden

Wetgeving is vaak werk voor praktijkspecialisten, maar de Kamer ziet dit anders. Met een amendement wordt in een handomdraai van een wet een wangedrocht gemaakt, betoogt M.J.A. van Mourik.

Aan het nieuwe erfrecht werd liefst vijftig jaar gesleuteld, van 1954 tot 2003. Toch vormt de nieuwe wetgeving een bron van ergernis. Zo werd in mei 2003 een wetsvoorstel ingediend dat ertoe moest leiden dat schenkingen en erfenissen automatisch buiten de huwelijksgemeenschap vallen. Ook in de rest van de wereld is dit het geval. Het is onaanvaardbaar dat de aangetrouwde partner er bij echtscheiding voor de helft vandoor gaat met de familiebuit.

De wet zal op 1 januari 2012 evenwel in werking treden zonder deze bepaling. Dit is te wijten aan een amendement van oud-Kamerlid Ed Anker (ChristenUnie), waaraan elke onderbouwing vreemd is. Anker verlangt eenvoud en ‘dus’ dat alles gemeenschappelijk is. Wie dit niet wenst, moet maar huwelijkse voorwaarden maken. Miskend wordt het feit dat niet van iedereen kan worden verwacht dat ze een testament maken (ouders) of huwelijkse voorwaarden opstellen (kinderen). Niettemin stemde de slapende meerderheid van de Tweede Kamer vóór. Dit doet vermoeden dat er politieke handel of notoire onverschilligheid achter zit.

Deze gang van zaken maakte neerslachtig, maar de bodem van de put is nog niet bereikt. Bij het wetsvoorstel hoort een regeling – voor de liefhebbers: artikel 1:87 BW – die een bron zal zijn voor procedures. Deze regeling is dermate gecompliceerd en gebrekkig dat ik haar niet kan uitleggen op een krantenpagina.

Het is uitgesloten dat Kamerleden hiervan iets hebben begrepen. Ze hebben de regeling slaafs geaccepteerd.

Het kan nog erger. Vorige week wees de vereniging van Estate Planners in het Notariaat (EPN) in een persbericht erop dat een verwante wet die op 1 januari 2012 van kracht wordt, voor executeurs onaanvaardbaar zal zijn. Executeurs, vaak vrienden van de overledene, zijn na het aanvaarden van hun functie verplicht om de aangifte erfbelasting in te dienen. Zij zijn als gevolg hiervan aansprakelijk voor de verschuldigde erfbelasting. EPN vreest dat er geen animo meer zal zijn om de functie van executeur uit te oefenen.

Deze onzinnige bepaling is ontstaan door een initiatief van twee Kamerleden. Twee jaar geleden stelden parlementariërs Farshad Bashir (SP) en Bruno Braakhuis (GroenLinks) dat rijke Nederlanders massaal erfbelasting ontdoken door de „Edelweissroute”. Ofschoon zij geen concrete voorbeelden gaven, dwongen zij de vorige staatssecretaris van Financiën maatregelen te treffen.

Ik sta niet alleen als ik stel dat er van een ‘Edelweissroute’ helemaal geen sprake is geweest, maar het gevolg van de ingelaste bepalingen is dat executeurs hoofdelijk aansprakelijk worden voor eventuele fouten, zelfs als deze fouten pas jaren later duidelijk worden. De executeur moet dan bewijzen dat hij indertijd zijn uiterste best heeft gedaan om de informatie te krijgen. Er is dus sprake van een omgekeerde bewijslast. De nieuwe wet gaat ervan uit dat de executeur deze informatie opzettelijk heeft verzwegen.

De vermeende Edelweissroute is er de oorzaak van dat het valt af te raden om het testament af te wikkelen van een vriend die kinderloos sterft. Door de nieuwe wet wordt het ook voor de notaris vrijwel onmogelijk om op te treden als executeur. Zonder executeur zal de afwikkeling kostbaarder worden. Voor de erfgenamen blijft er minder over.

Ik zie alle reden voor wat meer bescheidenheid bij volksvertegenwoordigers en voor een ruimere inbreng van deskundigen.

M.J.A. van Mourik is emeritus hoogleraar aan het Centrum voor Notarieel Recht aan de Radboud Universiteit en oud-notaris.