Londense beurs gokt op indexhandel met overname

Lang leve de bloei van de ‘exchange-traded funds’ (in Nederland bekend als trackers) – want dat is wat de Londense beurs, de London Stock Exchange (LSE), nodig heeft om zijn jongste deal geld op te laten leveren. De beurs betaalt Pearson, de uitgever van de Financial Times, een royale vergoeding van 450 miljoen pond voor de helft van index-samensteller FTSE International die LSE nog niet heeft. Dat lijkt een dure gok op het aanhouden van de groei van handel in exchange traded funds (ETF) en andere beleggingsproducten.

Niemand kan Xavier Rolet ervan betichten zich bescheiden te hebben opgesteld als het om fusies en overnames gaat. Terwijl de onrust op de markten van 2011 veel topmannen ervan heeft weerhouden transacties aan te gaan, heeft de baas van de London Stock Exchange moeite zijn chequeboek op zak te houden. Hij heeft – zonder succes – geprobeerd zijn beurs te laten fuseren met zijn Canadese tegenhanger. Hij werkt aan mogelijke afzonderlijke overnames van het Londense vereffeningskantoor en de metalenbeurs van de stad. En hij verdubbelt nu de gevoeligheid van zijn firma voor de markt voor fondsen die aandelen-, obligatie- en grondstoffenindexen volgen.

Omdat er weinig indexsamenstellers te koop zijn, had de FTSE zeldzaamheidswaarde, wat een deel van de stevige prijs kan verklaren. De LSE kan geen exacte cijfers geven, want het jaar is nog niet voorbij, maar op basis van zijn eigen groeiverwachtingen komt de bedrijfswaarde van 900 miljoen pond van de FTSE overeen met zo’n 7,5 maal de omzet over 2011 en 17,2 maal de winst, exclusief schaalvoordelen.

Dat is een forse premie ten opzichte van de beursgenoteerde Amerikaanse concurrent MSCI, die wordt verhandeld op 4,5 maal de omzet over de laatste twaalf maanden, en 9,8 maal de winst. De vergelijking is niet helemaal fair, omdat MSCI ook andere producten en diensten aanbiedt, zoals software voor risicobeheer. Maar het verschil is groot.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de activiteiten van de FTSE snel groeien en lucratief zijn, en grotendeels zijn gebaseerd op voorspelbare abonnementsinkomsten. De FTSE is sterk in Europa en China. De winstmarge zal dit jaar tot 43 procent reiken en misschien nog wel hoger uitkomen: de Dow Jones- en S&P-indexen, die onlangs zijn samengebracht in een bedrijf waarin de CME Group een meerderheidsbelang heeft, genieten operationele marges van meer dan 50 procent.

Toch is de werkelijke belofte gelegen in de aanhoudende groei van ETF’s. De makers van deze goedkope, verhandelbare indexfondsen betalen licentievergoedingen aan de indexfirma’s. De crisis kan meer beleggers ervan overtuigen om beursmakelaars in te ruilen voor indexfondsen. Maar zelfs deze markt is niet immuun voor de onrust: vorige maand moest BlackRock, de grootste aanbieder van ETF’s, de groeiverwachtingen voor de sector in 2011 halveren naar 10 tot 15 procent.

Quentin Webb

Vertaling Menno Grootveld

    • Quentin Webb