In Nederland gaan niet genoeg banken failliet

anneer we de volgende financiële crisis kunnen weerstaan met woorden en wetsvoorstellen kan de overwinning dit kabinet niet meer ontgaan. Minister Jan Kees de Jager (Financiën; CDA) stuurt pakken papier met nieuwe wetgeving naar de Tweede en Eerste Kamer. Dat is nog in reactie op de vorige crisis. En dan moet het tweede rapport van de enquêtecommissie De Wit naar de financiële crisismaatregelen uit 2008 en 2009 (nationalisatie ABN Amro, dubbele steun voor ING) nog komen. Tussen de uitbraak van de kredietcrisis en wetgeving zitten nu al 39 maanden.

Dat er een nieuwe financiële crisis zal ontstaan is gezien de recente ervaringen onvermijdelijk. Individuele geldgiganten hebben kapitaaltekorten. Met genoeg instabiele banken wordt het hele stelsel nog wankeler dan het vanwege het onderling wantrouwen en dreigende stroppen al is. Alleen hoe en waar de scheuren het eerst zichtbaar worden is, zoals wel vaker, nooit op voorhand duidelijk.

Acht wetsontwerpen over de financiële markten wachten inmiddels op behandeling door de Eerste Kamer, vier nieuwe liggen al weer klaar bij de Tweede Kamer.

Een van die nieuwe voorstellen moet een eind maken aan de nachtmerrie van het bevroren spaargeld. Als een bank over de kop gaat en de boedel wordt afgewikkeld kan het weken duren voordat rekeninghouders en spaarders aan hun geld kunnen komen. Dat leidde bij de ondergang van internetspaarbank Icesave (2008) en de DSB Bank (2009) tot dubbel ongenoegen. Eerst faalt het bankentoezicht en vervolgens blijkt je geld ook nog bevroren.

Een zogeheten interventiewet moet daaraan een eind maken. Waarom is Nederland zo traag met de afwikkeling van falende banken? Het is de last van de wet van de remmende voorsprong en een traditie van het negeren van het belang van de financiële consument, om te beginnen bij de toezichthoudende Nederlandsche Bank. De centrale bank is van oudsher bezorgd om de stabiliteit van individuele banken en werkt vanuit de premisse van preventie: hoe meer banken samenklonteren en hoe beter zij risico’s kunnen spreiden, hoe kleiner de kans op ongelukken waar de Nederlandsche Bank op wordt aangesproken. Dat samenklontering ook minder keuzemogelijkheden voor consumenten inhield, was van secundair belang. En er gingen tot 2008, mede wellicht dankzij het preventiebeleid, zo weinig banken op de fles dat een toezichthouder met wat geluk één maal per generatie een faillissement onder handen had. Dat is niet genoeg oefenstof.

Spaarders genieten bescherming tot 100.000 euro per rekening per bank. De solvabele banken betalen de rekening bij een bankroet van een concurrent. Maar voordat rekeninghouders en spaarders hun eerste geld krijgen? Het mag twintig werkdagen duren (plus mogelijkheid van tien dagen verlenging). De Europese Commissie wil naar zeven gewone dagen. Maar het moet simpelweg naar 24 uur of minder en dit wetsvoorstel wil dat wel proberen te realiseren.

De nieuwe wet onderstreept een les van de crisis: een bankrekening is ook een commerciële nutsvoorziening. De Amerikanen begrijpen dat al tachtig jaar. Staat een bank op omvallen? Toezichthouders komen voorrijden, sluiten de bank en hevelen het spaargeld over naar een solvabele andere bank. Zij hebben ampel oefenmateriaal: in een jaar als dit gaan er in de VS zo’n honderd banken op de fles.

menno tamminga