'Ik weet bij aanvang niet waar het eindigt'

Voor filmregisseur Gust Van den Berghe mag het best rommelig zijn op de set. „Bij het monteren word ik pas nauwkeurig.”

regisseur Gust van den Berghe, voor de rijzende ster An Nelissen

Het academie-eindwerk van regisseur Gust Van den Berghe (1985, Borgerhout, België) werd in 2010 door het Cannes-filmfestival geselecteerd voor de sectie Quinzaine des Réalisateurs. En waar de sterre bleef stille staan is een kerstverhaal gebaseerd op een toneelstuk uit 1925 van de Vlaamse auteur Felix Timmermans, gespeeld door acteurs met het syndroom van Down. Ook Van den Berghes tweede film Blue Bird werd geselecteerd voor het Franse festival.

Waarin verschil jij van andere regisseurs?

„Bij veel filmmakers wordt op de set enkel uitgevoerd wat op voorhand is uitgedacht. Hoewel mijn films zeer gestileerd overkomen, laat ik veel ruimte voor improvisatie. Tijdens het filmen ben ik best rommelig. Ik vertrek ook nooit met welbepaalde actuele thema’s in het achterhoofd, die sluipen gaandeweg in mijn films.

„Achteraf bij het monteren word ik pas nauwkeurig. Dat is ook het mooie van filmmaken: wanneer je aan een film begint, weet je nog niet goed waar je zal eindigen. Je creëert uit iets doods, beelden die op film staan zonder context en betekenis, een nieuwe werkelijkheid. Door opnames te bewerken en te ordenen, laat je personages en een wereld ontstaan.”

Wat inspireert je?

„Ik lees geregeld Vlaamse streekromans uit het Interbellum, auteurs als Felix Timmermans, Ernest Claes, maar bijvoorbeeld ook Stijn Streuvels. Ze hebben een manier van vertellen die mij erg aanspreekt en die mij doet denken aan de Italiaanse verteltraditie van schrijvers als Dario Fo en Pirandello. Bij Timmermans vind je alles wat ik waardeer in zowel mensen als literatuur: humor, lichtvoetigheid, tegelijk heel aards, en devoot kunnen zijn. Over devootheid durven of willen hedendaagse auteurs zelden schrijven.”

Pas je in een traditie?

„Ik denk dat ik aansluit bij filmmakers die zich laten inspireren door schilderkunst. Mensen als Pasolini en Tarkovski. Ik bespreek met mijn cameraman voor ik aan een film begin bijvoorbeeld schilderijen, los van het verhaal. Ik zeg niet hoe een beeld moet zijn, maar wat ik voel bij bepaalde types van lichtinval, kadrering.”

Wat was het beste advies dat je tot nu toe kreeg?

„Dat je vooral je eigen ding moet doen. Maar dat advies kreeg ik pas nadat ik al was begonnen aan mijn debuut. Als ik echt had geluisterd naar alle adviezen die ik vooraf kreeg, was En waar de sterre bleef stille staan er nooit gekomen. Mensen raadden me bijvoorbeeld niet af om een film te maken of met gehandicapten te werken, maar wel om Timmermans te verfilmen. Timmermans was een Vlaams-nationalist. Ik ontdek in zijn werk juist veel van onze eigen cultuur. Je kan die boeken ook in een andere context lezen, zonder politiek te zijn. Maar ja, er zijn wel al heel veel slechte Timmermansverfilmingen gemaakt.”

Wat was het belangrijkste moment in je carrière?

„Het moment dat ik besliste mijn eerste film te maken. Ik had het net uitgemaakt met mijn lief en ik wist opeens perfect welk leven ik niet wilde leiden. Ik kreeg enorm veel energie en heb toen de meest gekke baantjes aangenomen om het startkapitaal van 9.000 euro bijeen te sprokkelen.”

Wanneer verwacht je de doorbraak bij het grote publiek?

„Ik ben daar eigenlijk niet mee bezig. Ik geef les en heb de Vlaamse Cultuurprijs gewonnen, daar leef ik nu van. En nu word ik ook getoond in Nederland. Is dat geen doorbraak? Vanaf nu gaan alle fietspaden bergaf!”

Sabeth Snijders

De Nederlandse première van En waar de sterre bleef stille staan vindt plaats op maandag 19 december in het EYE Film Instituut (Amsterdam). Voor aanvang is er een inleiding van Jan Pieter Ekker met regisseur Gust Van den Berghe en cast.