Het zijn de banken,sukkels!

De banken hebben een coup gepleegd en zuigen ons leeg.

We bezuinigen niet voor onze kinderen of voor de ‘markten’, maar om de banken te helpen.

Je zou het in het eurotumult haast vergeten, maar de crisis waar we middenin zitten is toch echt het gevolg van de parasitaire relatie van de bank met de Staat. Toen de bancaire sprookjeswereld van grote winsten en hoge bonussen door imploderende ‘financiële innovaties’ in september 2008 omsloeg in een nachtmerrie van afwaarderingen, interbancair wantrouwen en veel te kleine buffers, mocht de Staat voor de kosten opdraaien.

Door kapitaalinjecties, nationalisaties en staatsgaranties zijn sindsdien de staatsschulden de pan uitgerezen en is de bancaire crisis gemuteerd in een publieke schuldencrisis. Inmiddels dreigt deze schuldencrisis, via de band van afwaarderingen op staatsobligaties, de kredietwaardigheid van banken aan te tasten. Wat overheden op hun beurt opnieuw dwingt om belastinggeld in banken te steken, zoals onlangs bij Dexia.

Vorige week berichtte Bloomberg dat de bancaire staatssteun veel omvangrijker is geweest dan gedacht. Het verhaal van het noodfonds van Hank Paulson van 700 miljard dollar is genoegzaam bekend. Daarmee werden eind 2008 kapitaalinjecties betaald, banken van hun giftigste activa bevrijd en de verplichtingen van verzekeraar AIG vergoed.

Onbekend was dat de FED sinds oktober 2008 daarbovenop maar liefst 7.700 miljard aan gratis leningen heeft verstrekt. Dat is een ongekend forse schenking van de Amerikaanse belastingbetaler aan Amerikaanse en Europese banken geweest. Reikend van 1,7 miljard dollar voor Citigroup, 640 miljoen voor Barclays, 350 miljoen voor Dexia en 174 miljoen voor BNP Paribas. In theorie om banken te helpen hun geschonden buffers te herstellen zonder de kredietverstrekking af te knijpen. In de praktijk om de winstcijfers op te poetsen en de bonuspot te vullen.

In Europa is het niet anders gegaan. Ook hier zijn overheden banken op het moment suprême te hulp geschoten met honderden miljarden aan kapitaalinjecties en staatsgaranties.

Volgens DNB bedroeg de Nederlandse steun pakweg 150 miljard euro. En dan hebben we het nog niet eens over secundaire kosten in de vorm van lagere groei, minder belastinginkomsten en meer uitkeringen. Martin Wolf, columnist van de Financial Times, noemde de crisis de vierde grootste fiscale schok voor de Britse overheid in 300 jaar. Na de Napoleontische oorlog, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. En ook in Europa subsidieert de ECB nu al twee jaar op grote schaal de Europese bancaire sector door gratis geld te verstrekken, perifere overheidsobligaties ver boven de marktwaarde op te kopen en lagere onderpandeisen te stellen.

Deze staatssteun scheelt Europese banken tenminste twee kredietwaardigheidspunten, zo meldde Standard & Poor’s vorige week. Wat nu een rating heeft van A+ zou zonder staatsgaranties een rating hebben van A-. Dan hebben we het al snel over een voordeel van een paar miljard euro per grootbank. Door lagere onderpandeisen en lagere kapitaalkosten op de interbancaire markt. Met dank aan de belastingbetaler.

En denk niet dat deze subsidie terugvloeit naar de klant in de vorm van goedkope kredieten of hogere belastingafdrachten. Het MKB klaagt nog altijd steen en been over de kredietverstrekking, bankiers verkopen nog altijd knollen voor citroenen en banken zijn met hun juridische diefjesmaten nog altijd meesters in het omzeilen van belastingen. Volgens cijfers van de OESO hebben Nederlandse banken vanaf 1987 een schamele 37 miljard euro aan belasting betaald; een fractie van de totale crisiskosten. En hoewel de bonusgekte in Nederland minder hysterisch was dan elders, is de bancaire sector ook na de crisis nog altijd een van de aantrekkelijkste werkgevers, met hogere salarissen, genereuze bonussen en betere secundaire voorwaarden.

Oftewel, bankiers gedragen zich als heroïsche entrepreneurs, maar zijn in werkelijkheid verkapte ambtenaren. Waarom komen ze daar nog steeds mee weg? In de VS is het antwoord duidelijk. Met draaideuren tussen banken en politiek, partij-donaties en lobbyisten zijn de banken erin geslaagd een marktomgeving te creëren waarin alles kon en niets te gek was. Brandverzekeringen op het huis van de buurman? Geen probleem. Verpakken van rommelhypotheken? Ga je gang. Activa buiten de balans? Be my guest. En nu het mis is gegaan en nieuwe regels onvermijdelijk zijn, is het de banken gelukt om de Dodd Frank-wet die dat moet regelen te laten uitdijen tot 2600 pagina’s, 243 nieuwe regels, 65 achtergrondstudies en meer dan honderd commissies die dat moeten uitwerken. Een natte droom voor advocaten en een onuitputtelijke bron voor regelmijdende financiële innovatie.

In Europa is het antwoord grotendeels hetzelfde. Ook in de EU tollen de draaideuren op volle toeren en weten we dankzij het nieuwe lobbyregister dat er fors wordt gelobbyd door de financiële sector. Hetzelfde beeld doemt op uit de consultatierondes rond nieuwe Europese financiële wetgeving; veel inbreng van banken en hun belangenbehartigers, weinig van vakbonden, consumentenorganisaties en NGO’s. Met als gevolg wetten die passages bevatten die soms woordelijk zijn ontleend aan documenten die door de sector zelf zijn opgesteld.

Hetzelfde is gebeurd bij de nieuwe regels voor bancair toezicht (Basel 3). Banken zijn de belangrijkste gesprekspartner geweest van centrale bankiers die verantwoordelijk waren voor het opstellen van nieuwe toezichtsregels. Met voorspelbaar resultaat: het verdienmodel van banken wordt grotendeels ongemoeid gelaten en banken mogen nog altijd zelf bepalen hoe risicovol hun activa zijn en hoe hoog hun buffers moeten zijn – daarmee de deur naar manipulatie wagenwijd openzettend.

Maar de verhoren van de commissie-De Wit suggereren nog iets anders. Namelijk de combinatie van een zelfgenoegzame financiële elite die maar half snapte wat ze deed met een toezichthouder die er nog veel minder van begreep aan de ene kant en een publiek dat alleen maar keek naar zijn aftrekpost met een politiek die zich onledig hield met multiculturele symboolpolitiek aan de andere.

Dankzij deze oorverdovende maatschappelijke stilte hebben banken hun onzalige coup kunnen plegen en hebben zij kunnen uitgroeien tot de parasieten die ons via onze overheden nu al drie jaar aan het leegzuigen zijn. We bezuinigen namelijk niet voor onze kinderen of voor de ‘markten’, maar om de schulden van onze banken af te betalen. En afgaand op het Verdrag van Brussel van vorige week, dat banken expliciet belooft dat ze geen eurocent verlies op staatsleningen zullen lijden, gaat het zuigen nog wel even door.

Hou dat in uw achterhoofd als straks de Haagse discussies over nieuwe bezuinigingen losbarsten.

Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Ewald Engelen