Het geheugen werkt vooruit

Het Witte Huis heeft begin deze maand, in antwoord op een petitie van burgers, officieel ontkend in contact te staan met buitenaardse wezens. Kijk, dat is nu een echt Johan Grimonprez-moment. Sinds ik in het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent Grimonprez’ overzichtstentoonstelling It’s a poor sort of memory that only works backwards heb gezien, heb ik regelmatig zulke Grimonprez-momenten: feiten of beelden of teksten die zwanger lijken van diepe betekenis, zonder dat je op die betekenis echt de vinger kunt leggen. Per saldo gaat er dreiging van uit.

Nog zo’n moment. Deze week verscheen in Engeland het rapport 5 days in august, van de officiële instantie met de Monty Python-naam ‘Riots, communities and victims panel’. Het is een onderzoek naar de rellen in Britse steden deze zomer, toen eerzame burgers vanachter hun raam of op de televisie iets aanschouwden wat ze voordien in hun land voor onmogelijk hadden gehouden: hoe dagenlang groepen brandschattend en plunderend door de straten trokken. „Zullen zulke rellen nogmaals plaatsvinden? Heel goed mogelijk dat het antwoord ‘ja’ is”, schrijft het panel doodleuk. „Er was geen eenduidige oorzaak voor de rellen, dus is er ook geen eenduidige oplossing.”

Een dergelijke catastrofale toekomstverwachting is helemaal Grimonprez, hoewel hij over de opmars van het massale geweld in de steden van ontwikkelde landen nog geen film heeft gemaakt. Je ziet zo’n film wel voor je, met uit het oorspronkelijke verband gerukt oprukkend geweld op schokkerige oude tv-beelden en veelzeggende oude speelfilmfragmenten. Misschien wordt het tijd dat hij die maakt.

Voor het moment kunnen we al blij zijn dat de Belgische kunstenaar Johan Grimonprez ons over een periode van twintig jaar drie majeure films heeft gegeven, waarvan er tenminste eentje – Dial H.I.S.T.O.R.Y. uit 1997 – voorspellende waarde lijkt te hebben gehad, ook volgens de kunstenaar zelf.

Dial H.I.S.T.O.R.Y. is een uit vele honderden fragmenten opgebouwd, associatief beeldessay over vliegtuigkapingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Op het eerste gezicht werkt de film als een iconografie van een verschijnsel uit veilig voorbije tijden. Want wie weet er nog wat rivaliserende Palestijnse groeperingen of het schimmige Japanse Rode Leger in die tijd precies wilden bereiken met hun kapingen? Het lijkt een beetje kinderspel in hippe jaren zeventig-kleding, ondanks echte ‘executies’ en echte opgeblazen toestellen. Hilarische filmpjes geven de reiziger goede raad: in welke rij je het best een stoel kunt reserveren om je tegen kapers te beschermen en het advies om voor en na de vlucht zo weinig mogelijk tijd op de bomgevoelige luchthaven door te brengen.

Toen iedereen zo’n beetje uitgeglimlacht was over Dial H.I.S.T.O.R.Y. kwam 9/11. Het inslaan van de vliegtuigen in het WTC in New York was eigenlijk geen verrassing, schrijft Grimonprez in het bij de tentoonstelling in het SMAK verschenen boek. Journaalbeelden van vroegere vliegtuigkapingen en decennia speelfilms over invasies van marsmannetjes – die ook in zijn film voorkomen – hadden ons er langdurig op voorbereid. Dial H.I.S.T.O.R.Y. eindigt met opnamen van 28 juli 1945, toen een B-25-bommenwerper het Empire State Building binnenvloog, en van een acrobaat die uitglijdt van een aan een wolkenkrabber gespannen draad en maaiend met armen en benen honderden meters naar beneden valt – fragmenten die we sinds 9/11 als actuele beelden zien. Dat bedoelt Grimonprez dus met de titel van de tentoonstelling: een beetje geheugen werkt vooruit.

Lang niet alles in Dial H.I.S.T.O.R.Y. heeft direct betrekking op vliegtuigkapingen. We zien ook Lenin, de begrafenissen van Mao en Khomeiny, een Koreaans massahuwelijk, de aanslag op de Egyptische president Sadat – om wat voorbeelden te noemen. Grimonprez vergt veel van zijn toeschouwers: in razend tempo dient de kijker al die beelden met elkaar te associëren. Dat is een schier onmogelijke opgave: hoe zou je in een minuut chocola kunnen maken uit de combinatie van tien of meer ongelijksoortige fragmenten, terwijl de filmmaker jaren heeft nagedacht over zijn montage en het effect dat hij wilde sorteren? Of de kijker haakt af, of hij laat zich niet kennen en doet een bij voorbaat onvolkomen poging de kunstenaar in zijn associatief betoog te volgen. Dat kan haast niet zonder dat je in de loop van het uur die de film duurt, door een lichte paniek wordt bevangen. En dat is – denk ik – waar het Grimonprez om te doen is: angst is zijn eigenlijke thema.

Zijn eerste grote film was Kobarweng or Where is your helicopter? uit 1992. Bewoners van de binnenlanden van Nederlands Nieuw-Guinea, die nog nooit een niet-Papoea hebben gezien, laat staan een machine, zien zich op een dag in 1959 geconfronteerd met een groep antropologen die in een helikopter aan komt reizen – grote paniek. Deze gebeurtenis grijpt Grimonprez aan voor een montage van vage beelden uit de rimboe, afgewisseld met citaten van de Papoea’s die voorkomen in de boeken die antropologen op grond van hun veldwerk in Nieuw-Guinea hebben geschreven. Die teksten getuigen van angst, maar ook hier valt soms te lachen om de handigheid waarmee de Papoea’s de blanke indringers inzetten voor eigen prestige en gewin. „We vertellen nooit alles over ons leven en bewaren iets voor de volgende antropoloog”, vertelt een inboorling. Een Papoea-dorp zonder antropoloog protesteert, omdat het dorp verderop er twee over de vloer heeft.

In 2005 is er de eerste voorbode van Grimonprez’ nieuwe project, de korte film (tevens installatie en boek) Looking for Alfred. Daaruit blijkt dat de kunstenaar doende is met audities om een dubbelganger te vinden van de in 1980 overleden filmregisseur Alfred Hitchcock, ‘master of suspense’. In 2009 ziet het resultaat het licht: de duizelingwekkende montagefilm Double take. Het is een film met vele lagen. Onder het motto ‘als je je dubbelganger tegenkomt, moet je hem vermoorden’ naar een verhaalidee van de Britse schrijver Tom McCarthy, organiseert Grimonprez een beeldconfrontatie tussen de ‘historische’ Hitchcock en diens dubbelganger, ene Ron Burrage, die eindigt met de dood. (Ook voor de dubbelganger trouwens, die kort na de release van de film zal overlijden.)

Double take wil de toeschouwer weer een onbehaaglijk gevoel geven, maar minder dan in Dial H.I.S.T.O.R.Y. lijkt er sprake van een duidelijk omlijnd historisch onderwerp. Grimonprez toont zich een goede leerling van Hitchcock, die het om het even was waarover zijn films gingen, als ze maar een emotioneel effect op de toeschouwer hadden. Double take is, ondanks het ontbreken van een duidelijke historische focus, dus alleszins met Dial H.I.S.T.O.R.Y. te vergelijken. Of misschien moet je zeggen dat de angst zelf een historisch gegeven is. Wie van ons is werkelijk in staat de economische crisis van nu inhoudelijk te doorgronden en een realistische inschatting te maken van de toekomstige gevolgen op ons leven? Wie kan voorzien of de plunderende en brandschattende benden zonder maatschappelijk vooruitzicht niet straks ook buiten Engeland in steden een regelmatig verschijnsel worden? De mens van 2011 kan alleen maar bang zijn voor de toekomst. Ik vrees dat er nog veel Grimonprez-momenten gaan volgen.

tentoonstelling

Johan Grimonprez, ‘It’s a poor sort of memory that only works backwards’.

T/m 8 jan in het SMAK in Gent. Inl: smak.be. ‘Double take’ verscheen als dvd bij Filmfreak.

    • Raymond van den Boogaard