Geachte gebruiker, u mag deze kwaadwillende website niet bezoeken

Volgens Iran voert het Westen een „online proxy-oorlog” via Facebook en andere Amerikaanse sites.

Daartegen beschermt nu de Iraanse cyberpolitie de burger.

(FILES) A picture taken on June 7, 2011 shows Iranian President Mahmoud Ahmadinejad flashing the victory sign during a press conference in Tehran. Ahmadinejad condemned the "killings and massacre" in Syria in an interview with CNN on October 22, 2011, in Iran's strongest criticism yet of its key ally's deadly seven-month-old crackdown on dissent. AFP PHOTO/BEHROUZ MEHRI AFP

Mohsen Emami, een lange man met een speld van de ‘cyberpolitie’ op zijn revers, verwelkomt schoolmeisjes op de digitale-mediabeurs in Teheran. In zijn opzichtige kraam toont hij documentaires over westerse manieren om de Iraniërs te beïnvloeden via tv en internet. Facebookoprichter Mark Zuckerberg, wijlen Steve Jobs en andere internetondernemers uit Silicon Valley helpen de Verenigde Staten om Iran aan te vallen in een „online proxy-oorlog”, vertelt Emami de meisjes.

Op de digitale-mediabeurs, een tentoonstelling van lokaal gemaakte computerspelletjes en door de Iraanse regering goedgekeurde websites, is de ‘internetoorlog’ een belangrijk thema. Portretten van Zuckerberg en Jobs hangen naast posters van de Amerikaanse vlag met het Google-logo in plaats van de sterren.

Wie in Iran op internet de verkeerde dingen zegt, kan tegenwoordig te maken krijgen met de cyberpolitie, een nieuwe eenheid die online de strijd aanbindt met het Westen en zijn ‘handlangers’ in de islamitische republiek.

De eenheid, die in januari is opgezet, maakt deel uit van een grotendeels succesvolle ingreep van de autoriteiten om websites en sociale netwerken te blokkeren die zij een gevaar voor de samenleving achten.

Tegelijk zijn de autoriteiten een promotiecampagne begonnen die jonge Iraniërs ervan moet overtuigen dat het gebruik van sites zoals Facebook hunzelf en hun land in gevaar kan brengen. De cyberpolitie wordt daarin voorgesteld als een vriendelijke oom die de jeugd beschermt.

Want gevaar dreigt overal op het web, zeggen officieren van de cyberpolitie. Zij zijn er om spionage te voorkomen en het publiek te beschermen tegen ‘immoreel’ materiaal, dat in de Iraanse praktijk alles kan zijn van naaktfoto’s tot online kritiek op de staat. Het Westen, geleid door de Verenigde Staten, voert een zogeheten ‘fluwelen oorlog’ tegen Iran, door antiwebfilter software te leveren en door via internet op te roepen tot opstand tegen de leiders. „Zelf vechten heeft een te hoge prijs, dus proberen de VS met zulke middelen onze jeugd voor zich te winnen”, zegt cyberagent Emami.

Wie in Iran woorden zoals ‘seks’ en ‘fluwelen revolutie’ intikt op Google (dat soms ook zelf wordt geblokkeerd) wordt doorverwezen naar een pagina met de volgende melding van het ministerie van Telecom: „Geachte gebruiker, volgens de wet is het u niet toegestaan deze kwaadwillende website te bezoeken”. De pagina is volgens Iraanse internetstatistieken de op zes na meest bezochte website.

Ondanks de obstakels weet een behoorlijk aantal van de 35 miljoen Iraanse internetgebruikers toch verboden pagina’s te bezoeken, gebruikmakend van VPN-software, die verbindingen met computers in andere landen mogelijk maakt. Ze gaan dan via landen als Zweden, Maleisië en ook Nederland het net op. Maar die gebruikers worden steeds meer in de gaten gehouden door de cyberpolitie, die opschept dat ze „heel Facebook” kan inzien. Agenten doen zich op de sociale netwerksites bijvoorbeeld voor als leuke meisjes.

Verscheidene bloggers en andere activisten zijn al gearresteerd wegens hun online kritiek. Sommigen hebben zeer lange gevangenisstraffen gekregen.

„Facebook zelf is niet slecht”, zegt Emami op de beurs. Hij geeft toe dat hij zelf vier Facebookpagina’s heeft die hij bezoekt met behulp van illegale software. „Maar ons volk gebruikt het verkeerd.”

Volgens Emami worden veel Iraniërs misbruikt door het Amerikaanse bedrijf dat van hen afkomstige informatie zou doorspelen naar Amerikaanse inlichtingendiensten.

Onlangs vertelde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton nog eens hoe haar ministerie in 2009 de micro-berichtendienst Twitter had gevraagd onderhoud uit te stellen, zodat demonstranten in Teheran die op dat moment tegen de betwiste verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad protesteerden zich online konden blijven organiseren. Overigens gebruikten deze in praktijk voornamelijk mondelinge communicatie en Facebook.

„Zie je wel!” reageerde de Iraanse staatsradio direct, hét bewijs dat de VS hun internetbedrijven gebruiken om de Iraanse politieke situatie te beïnvloeden. De spanning tussen beide landen is hoog, onder andere over het omstreden Iraanse atoomprogramma.

Daarnaast openden de Amerikanen vorige week een ‘virtuele ambassade’ voor Iran. Omdat de VS geen echte vertegenwoordiging in Iran hebben, biedt de webpagina informatie over visa en mogelijkheden tot een studie in Amerika. De site werd vrijwel direct geblokkeerd in Iran.

Cyberagent Emami, naar eigen zeggen een „gewone burger”, zegt dat het beter is om de burgers te onderwijzen in de juiste manier van internetten dan websites te blokkeren. „Maar momenteel worden we gedwongen om sites te blokkeren; de mensen zijn niet klaar voor zoveel vrijheid”, verzucht hij.

Verderop, in het hart van de tentoonstelling, staat een gigantische stand van de cyberpolitie. Agenten in burger lopen er rond met Ipad2 tablet computers onder hun arm en ongeveer vijftig mannen en vrouwen luisteren geboeid naar een agent die uitlegt hoe hackers te werk gaan.

„We zijn hier om de cyberpolitie in de hoofden van de mensen te planten”, zegt Hesamedin Mojtahed, de hoofdofficier. „Mensen willen meer weten over de gevaren van het internet. Wij zijn hier voor hen.”

Het internet ondermijnt ook religieuze waarden, zegt Emami. Volgens hem beseffen jonge vrouwen niet dat foto’s van hen in bikini tegen hen kunnen worden gebruikt. „Iedere dag weer worden er levens vernietigd”, zegt hij hoofdschuddend.

Vier jonge vrouwen in traditionele zwarte chador, die allemaal computerwetenschappen studeren, zeggen dat de tentoonstelling hun de ogen heeft geopend. „We dachten altijd dat de staat al die websites blokkeert om onze levens saai te maken”, aldus Mahyar (22), die haar achternaam niet wil geven. „Maar vandaag is ons verteld dat de Verenigde Staten expres bepaalde informatie blokkeren voor Iraanse gebruikers. Amerika is onze echte vijand.”

Ze is zich nu bewust van de gevaren. „We moeten worden beschermd”, zegt Mahyar. „Er zijn veel gevaren op het internet.”