Een polo voor elke garderobe

Verschillende subculturen dragen de polo’s van oud-tennisser Fred Perry.

Het shirt kreeg een rebels imago nadat jonge skinheads het adopteerden.

Ari Versluis voelt zich als een ridder in zijn spierwitte strakke Fred Perry polo, of nee, verbetert hij zichzelf: een Griekse Olympische sportheld. „Dat komt door de lauwerkrans hè, die zit links, op je hart.”

Versluis (50) is fotograaf, samen met Ellie Uyttenbroek ordende hij de afgelopen zestien jaar 136 groepsidentiteiten voor hun Exactitudes-boeken: van kale gabbers in Australian trainingspakken en jonge activisten in T-shirts met slogans tot skinheads in Perry polo’s.

Fred Perry (1909-1995) was een kind uit de arbeidersklasse dat het bracht tot Olympisch tenniskampioen. Na zijn carrière ging hij zweetbandjes en shirts maken. Zijn witte tennispolo met een lauwerkrans als logo werd zeer gewild bij sportmensen. Eind jaren vijftig combineerden Britse mods (jonge jazzfans) ze met een parkajas, iets later gingen jeugdige skinheads uit de arbeidersklasse – die toen nog niet rechts-radicaal waren – de polo’s dragen. Ook andere subculturen voegden het merk Fred Perry toe aan hun garderobe, zoals begin jaren tachtig de gayskins.

Afgelopen zomer werd Versluis in zijn stad Rotterdam gegroet door een Marokkaan die net als hij een Perry Polo droeg. Toen ze elkaar kruisten maakte de Marokkaan het moslimgroetgebaar en sloeg daarbij met zijn vuist op de lauwerkrans. „Is dat niet een mooi gegeven voor een reclamespotje?” lacht Versluis.

Als Richard Martin, hoofd marketing van Fred Perry, over het voorval hoort, moet ook hij lachen. Nee, dat ook Rotterdamse Marokkanen het Britse merk omarmen, dat wist hij nog niet. Interessant, maar verbaasd is hij niet. „Er is geen merk met zo’n grote en gevarieerde fanbase”, beweert Martin.

Dat merkt ook het personeel in de winkel van Fred Perry in Amsterdam. Ze zien een breed scala aan liefhebbers: popbands als Moke en Di-rect, fotograaf Erwin Olaf, schrijver Ronald Giphart, tv-kok Caspar Burgi en superkakker Jort Kelder, allemaal dragen ze de polo met de streepjeskraag.

Ari Versluis ontdekte zijn favoriete merk eind jaren zeventig tijdens het stappen in de Londense gayscene. Daar zag hij de kledingcode omdraaien van heel nichterig queenie naar stoer met zware zwarte Dr. Martens boots, een strakke jeans en dus de Perry polo.

Volgens Verluis voelen mensen uit zo veel verschillende subculturen zich aangetrokken tot de polo omdat het shirt door tegendraadse groeperingen als de skinheads een rebels imago heeft. Richard Martin van Fred Perry zegt dat hij altijd moet lachen als hij zowel de conservatieve skinhead als de traditionele gay in de masculiene look ziet lopen: „Ze zien er hetzelfde uit, er is geen verschil!”

Dat ook radicale skins zich in de polo hullen is een probleem voor het label. De laatste tijd is het vrij stil rond deze groep, maar als dat weer verandert, dan kan Fred Perry volgens Martin niets anders doen dan het negeren. „Zodra je gaat reageren op iets wat eigenlijk maar een heel klein groepje betreft, dan blazen de media het enorm op.”

Als hoofd marketing herinnert Martin er maar wat graag aan dat zonder de zwarte muziekcultuur met de soul en ska van de West-Indiërs we dit gesprek over Fred Perry nooit gehad zouden hebben. „Want het waren de originele skinheads uit de arbeidersklasse die samen met de zwarte jongeren dansten op hun muziek.”

Wat Ari Versluis ervan vindt dat rechts-radicalen ‘zijn’ polo dragen? „Ik denk dat we het allemaal niet zo serieus moeten nemen. Het hoorde destijds bij de skinheads om te spelen met Britse merken uit de arbeidersklasse. Ze deden hetzelfde met jeans van Levi´s, jassen van Crombie en shirts van Everlast. In dat rijtje hoort ook Fred Perry. Ik snap dat de populariteit onder skinheads de meningen over het merk verdeelt, maar ik heb het in elk geval in Nederland nooit als een probleem gezien. In onze fotostudio hebben Ellie en ik heel veel skinheads over de vloer gehad, ik zag het als jeugdig provoceren en eigenlijk te stylisch om gevaarlijk te zijn.”

Boek

Exactitudes

Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek. 5de vernieuwde en uitgebreide druk, 2011.

    • Georgette Koning