Durban is toch niet totaal mislukt

De internationale klimaattop die een jaar geleden in het Mexicaanse Cancún werd gehouden, schiep een verwachting die het afgelopen weekeinde in het Zuid-Afrikaanse Durban niet is uitgekomen. Van een protocol dat een verbeterde versie had moeten worden van het Verdrag van Kyoto, is het nog niet gekomen. Dat verbaasde overigens niemand.

Wel werd het Kyoto-protocol, dat afspraken bevat over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en volgend jaar zou aflopen, verlengd.

De betekenis daarvan is betrekkelijk omdat grote economieën als de Verenigde Staten, China en India niet meedoen aan ‘Kyoto’ en landen als Rusland en Japan al hadden aangegeven dat ze zich niet (opnieuw) aan dit verdrag binden.

De afspraak dat er nieuwe afspraken komen, is eigenlijk het meest concrete resultaat van de VN-top in Durban en een reden om er weliswaar de kwalificatie ‘mager’ aan te geven, maar niet om van een totale mislukking te spreken.

De angst daarvoor is vermoedelijk de belangrijkste drijfveer geweest voor de 194 deelnemende landen. Ze wilden na de top, die met bijna anderhalve dag werd verlengd, niet met lege handen naar huis gaan. Onder die druk bleek er in de laatste uren meer mogelijk dan de hele week daarvoor.

Wie de urgentie van de klimaatproblematiek voelt, kan moeilijk tevreden zijn met het akkoord dat er in 2015 bindende afspraken op papier moeten staan over een verdrag dat uiterlijk in 2020 ingaat. Want cruciaal is wat die afspraken precies zullen behelzen en hoe dwingend ze blijken te zijn bij de naleving ervan.

Anderzijds: hoewel geen aangelegenheid zo het adjectief ‘mondiaal’ verdient als de klimaatproblematiek, is er van topbijeenkomsten met zo veel deelnemers, die bovendien jaarlijks worden gehouden, weinig meer te verwachten dan dat er iedere keer een stapje wordt gezet. Of dat oude afspraken nieuw leven wordt ingeblazen. Dat is een politieke realiteit, zoals de tegenstelling tussen rijke landen en ontwikkelingslanden er ook zo één was.

De vaststelling in Durban dat de opwarming van de aarde en de dreigende stijging van de zeespiegel ieders probleem en verantwoordelijkheid zijn, is daarom van betekenis. Het zoeken naar gezamenlijke oplossingen is veel wezenlijker dan het beantwoorden van de schuldvraag.

Intussen valt te hopen dat innovatieve ontwikkelingen de regeringen zullen helpen. Meer en meer wordt in het bedrijfsleven de noodzaak ingezien, ook op economische gronden, van een alternatief energiebeleid.

Een veel grotere rol van niet-fossiele energiebronnen is tenslotte de enige echte oplossing van het probleem dat de hele aarde bedreigt.