Democratie voor Europa

Het enige wat Europa op den duur verder kan brengen, is meer democratie. Europese democratie welteverstaan, naast nationale democratie. Met nationale referenda en verkiezingen kom je er niet. De Duitsers zullen stemmen als Duitser, de Grieken als Griek, de Britten als Brit, de Nederlanders als Nederlander, enzovoort. Niemand stemt als Europeaan. De Europese burger bestaat niet. Maar wat is de toekomst van de Europese markt, munt, begroting, zonder Europese burger?

De Duitse filosoof Habermas schreef in zijn recente essay Zur Verfassung Europas (Over de Europese constitutie) dat de politieke macht uit de handen van de volken is overgegaan naar niet-gelegitimeerde organen als de Europese Raad, waar cynisme en afkeer van de Europese idealen het winnen van solidariteit en gerechtigheid. Politici zijn verworden tot technocraten: bereidwillige handlangers van het verwilderde financiële kapitalisme. Hij pleit voor een wedergeboorte van de Europese gedachte. Wij moeten in toenemende mate én staatsburgers én burgers van Europa worden. Dat klinkt utopisch. Ik zie het ook niet zo gauw gebeuren. Maar laten we er op zijn minst over nadenken. Een verenigd Europa moet er anders uit zien dan een permanent dictaat dat geld boven mensen stelt.

Eigenlijk zegt Habermas, als ik zijn oproep op me laat inwerken, dat we de huidige crisis moeten aangrijpen om de politieke democratie in Europa te versterken teneinde het primaat van de economie te breken. De Europese regeringsleiders beweren dat de economie geen andere mogelijkheden toelaat dan buigen voor de sinistere financiële demonen achter de schermen, die de tekorten en schulden hebben veroorzaakt. Maar zijn er geen democratische mogelijkheden, ook op Europese schaal, om de macht van de economische krachten die de schuldencrisis hebben veroorzaakt, onder controle te brengen? Dat wil zeggen, de besluitvorming bij de politiek terug te brengen, bij de democratie, en zich niet willoos over te leveren aan, zoals Obama het uitdrukte, „de adembenemende gulzigheid van enkelen, hun gigantische gokken en gigantische bonussen die werden verdiend met andermans geld”.

Een democratie beschikt over de middelen om deze gulzigheid in bedwang te houden. Hier staan de grote denkers Marx en Popper tegenover elkaar. Popper erkende de marxistische analyse van de economische macht, maar stelde dat we deze kunnen temmen: „We moeten instellingen creëren om de economische macht democratisch te controleren en ons te beschermen tegen economische uitbuiting.” En niet wachten tot een economische aardbeving een nieuwe wereld tot stand brengt.

De tegenwoordige liberalen zijn meer volgelingen van Marx dan van Popper: zij overschatten de almacht van de economische wetmatigheden en onderschatten de mogelijkheden van een Europese democratie. De Europese staatsmacht neemt toe, dus hoort, zou ik denken, ook de Europese democratie toe te nemen. De interventies om de markten gerust te stellen, hebben een gigantische omvang. Meer staatsinterventie betekent meer staatsmacht. Hoe kunnen we dit onder controle houden? Meer bureaucratie of meer (Europese) democratie, dat is de vraag die beslissend is voor de toekomst en voor de Europese vrijheden.

De marxistische filosoof Zizek merkt terecht op: „Ons wordt keer op keer gezegd dat we in kritische tijden van tekorten en schulden leven, waarin we allemaal de lasten moeten delen en een lagere levensstandaard moeten accepteren – wij allemaal, met uitzondering van de (heel erg) rijken. Het idee om hun meer belasting op te leggen is een absoluut taboe.” Hij vraagt zich af hoe gewone mensen reageren op zo’n verwarrende situatie. Door zich vast te klampen aan hun ‘identiteit’. Die wordt hun duidelijk gemaakt door simpele cognitieve mapping en het benoemen van aanstichters van de crisis, zoals in de jaren dertig in Duitsland ‘de joodse samenzwering’. De tegenwoordige afkeer van multiculturalisme en immigranten werkt volgens Zizek net zo: „Er is dus een verband tussen de toenemende anti-immigratiesentimenten in westerse landen (die een hoogtepunt bereikten in Anders Breiviks slachtpartij) en de aanhoudende financiële crisis. Het zich vastklampen aan etnische identiteit dient als een schild tegen het traumatische feit dat we in een maalstroom van ondoorzichtige financiële abstractie zitten – het werkelijk ‘vreemde lichaam’ dat niet geassimileerd kan worden, is uiteindelijk de helse, zich voortstuwende machine van het Kapitaal zelf.”

Marxisten als Zizek zijn geneigd alle politieke conflicten te beschouwen als conflicten tussen uitbuiters en uitgebuiten. Het op de voorgrond stellen van etnische, nationale of religieuze conflicten beschouwen ze als pogingen het onderliggende klassenconflict – de werkelijke problematiek – aan het oog te onttrekken. De werkelijkheid leert echter dat volksbewegingen voor meer gelijkheid en recht, waar Zizek voor pleit, ook kunnen uitlopen op nationalistisch of religieus fanatisme (zoals de salafisten trachten zich de Arabische Lente toe te eigenen en de populisten bij ons zich opwerpen als hoeders van de nationale soevereiniteit).

Het eeuwige geschreeuw ‘ons land is van ons, geef ons onze geschiedenis, onze lotsbestemming, ons geloof, onze natie’ is vijandig aan het idee van democratische controle over de macht van het geld. Habermas heeft gelijk: er is democratie nodig op Europese schaal.