De wijkschool doet niet aan medelijden

Rotterdam lijkt een oplossing te hebben gevonden voor probleemjongeren die uit het reguliere onderwijs vallen. Via wijkscholen keren velen terug ‘op de radar’.

Haar stem verraadt irritatie, om haar mondhoeken verschijnt een verbeten trek. „Waar ben je en waarom ben je niet hier”, bitst Manoeska Hennep door de telefoon. Het antwoord wacht de coach van wijkschool Het Oude Noorden niet af. „Onze afspraak staat om twee uur. Dan ben je op de afgesproken plek, en zo niet dan kom ik je halen.”

Helderheid voor alles, verzucht Hennep (40) nadat ze de verbinding heeft verbroken. „Deze jongeren hebben duidelijke richtlijnen nodig om hun leven weer op orde te krijgen.” ‘Kan niet bestaat niet’, luidt dan ook het motto in alle vier de vestigingen.

Ruim twee jaar bestaat de wijkschool in Rotterdam nu, bedoeld voor jongeren tussen de 16 en 23 jaar die het contact met het reguliere onderwijs zijn kwijtgeraakt. Het zijn de zogeheten dark numbers: jongeren die door een opeenstapeling van problemen (drugs, schulden, woningnood, armoede, huiselijk geweld) ‘van de radar verdwijnen’, zoals dat in onderwijskringen heet.

Ze hebben geen baan, geen diploma en vaak ook geen inkomsten, zoals een uitkering of studiefinanciering. „Als we niets zouden doen”, zegt mede-initiatiefnemer Piet Boekhoud van het Rotterdams Offensief, „zouden ze vrijwel een voor een op het criminele pad belanden, omdat hun geen andere keuze rest”.

Op de vier wijkscholen – driehonderd plaatsen per jaar – begint de dag met een gezamenlijk ontbijt. In „een kleinschalige en veilige omgeving, dicht in de buurt en met veel persoonlijke aandacht”, aldus Boekhoud (61), prominent CDA-lid en oud-bestuursvoorzitter van een regionaal opleidingencentrum in Rotterdam.

Engels, Nederlands en rekenen zijn de vakken, naast sport, culturele activiteiten, digitale vorming en klussen in de wijk, onder leiding van een leermeester. „We proberen deze jongeren hun zelfrespect terug te geven, zodat ze een arbeidsidentiteit ontwikkelen en aansluiting vinden met de maatschappij”, zegt Boekhoud. Terug dus naar het reguliere onderwijs of doorstromen naar de arbeidsmarkt.

Rotterdam kent een relatief hoge schooluitval. Jaarlijks gaan ongeveer 2.500 jongeren zonder diploma van school: 6 procent van de circa 40.000 in heel Nederland. Driekwart van hen is ouder dan achttien jaar. Schattingen over het aantal jongeren met meervoudige problemen in Rotterdam lopen uiteen van 6.000 tot 10.000.

Het ministerie van Onderwijs en de gemeente hopen met de wijkscholen (kosten 1,8 miljoen euro per jaar) het aantal voortijdige schoolverlaters terug te dringen. De eerste resultaten stemmen hoopvol. Daarom zijn ook steden als Amsterdam geïnteresseerd in de opzet van de onorthodoxe school, waar zorg en onderwijs hand in hand gaan.

Zes op de tien jongeren keren via de wijkschool terug in het reguliere onderwijs of vinden een baan, constateerde het Centraal Planbureau deze zomer. Bij een ‘normaal’ leerwerktraject is dat grofweg 40 procent. De wijkschool kreeg dit jaar dan ook de prestigieuze Philip Kohnstammprijs voor het beste maatschappelijke en onderwijsvernieuwende project van Nederland.

Wie een dagje meeloopt op de Rotterdamse wijkscholen, hoort vrijwel uitsluitend schrijnende verhalen: seksuele onderdrukking, torenhoge schulden, drank- en drugsmisbruik, sociale en fysieke verwaarlozing, etcetera. „Maar medelijden hebben we niet”, zegt begeleider Harry Bode (66) van wijkschool Feijenoord. Leerlingen ‘pamperen’ is niet aan de orde. „We helpen ze hun problemen op te lossen, maar uiteindelijk doen ze dat zelf. Wij gaan met ze op pad om te zien waar hun kwaliteiten liggen, want die hebben ze, al weten ze dat vaak zelf niet.”

Wie niet wil, wordt volgens Bode „net zolang op de huid gezeten totdat hij of zij geen excuus meer heeft en alsnog meegaat”. Bode loopt al decennialang mee in het welzijnswerk en onderwijs ‘op Zuid’. „Ik kan heel erg aardig en begripvol zijn, maar als het moet, hebben ze een kwaaie aan me. Dat weten ze. Zoals ze ook weten dat ik al wat jaartjes meeloop en dus een aardig beeld heb van de problemen waar zij mee worstelen.”

Behalve Bode werken ook twee oud-profvoetballers, Mustafa Cavlak (26) en Mourad Mghizrat (37) , als coach/begeleider op de Rotterdamse wijkschool. „Ze kennen de doelgroep”, zegt coach Manoeska Hennep. „Ze spreken de taal en ze weten wat discipline is.” Een ruime meerderheid van de leerlingen is van allochtone afkomst.

De wijkschool beoogt meer te zijn dan een vangnet voor ‘overbelaste jongeren’. Door hen ‘een loopplank’ te bieden, hopen de initiatiefnemers ook een vicieuze cirkel te doorbreken. Bode: „Velen groeien op in een wereld waarin de deurwaarder een soort huisvriend is. Schulden maken wordt volstrekt normaal gevonden. Dat gaat vaak van generatie op generatie.” Boekhoud: „Veel van deze kinderen hadden op de basisschool al opgemerkt moeten worden. Het gebeurt niet, omdat het systeem daar niet op is ingericht en leraren en schoolbesturen de handen overvol hebben.”

Zelf is Boekhoud, zijn leven lang werkzaam in het onderwijs, ook „opgeschoven” in zijn mening. „Tot 1993 dacht ik: bied jongeren zorg en het komt goed. Nu weet ik: zorg lost de problemen uit het verleden op, onderwijs en sociale vaardigheden die van de toekomst.” Die filosofie staat op een A4’tje bij de entree van wijkschool Feijenoord: ‘Goed onderwijs is de lont ontsteken van interesses en talenten, niet het vullen van een gat.’

Rotterdam moet de komende jaren fors bezuinigen, maar breidt het aantal wijkscholen uit van vier naar zeven. Wethouder Hugo de Jonge (onderwijs, CDA) spreekt van „een waardevolle investering”. Hij schat de kosten op 12.000 euro per leerling. „Als je bedenkt hoeveel sociaal-maatschappelijke kosten je in de toekomst bespaart door deze jongeren nu op het juiste spoor te zetten, is het een schijntje.”

    • Mark Hoogstad