De vele gezichten van een wereldster

Hillary Clinton heeft zichzelf en het ambt van Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken een nieuw gezicht gegeven. Als een politieke popster reist ze de wereld rond. Clinton is iets van plan, lijkt het. Ze zou de ideale running mate voor president Obama kunnen zijn.

Verdwenen zijn de zwarte coltruien, die haar volgens adviseurs te kil deden overkomen. Ze heeft haar keurige, maar stijve halflange kapsel vervangen door lang, achterovergekamd haar, dat ze soms in een paardenstaart draagt.

Hillary Rodham Clinton (64) lijkt niet eens meer op de First Lady van de jaren negentig, die eindeloze publiciteit moest verdragen over de buitenechtelijke affaires van president/echtgenoot Bill. Of op de worstelende en verliezende bijna-presidentskandidaat die ze was, in 2007 en 2008. Ze heeft zichzelf heruitgevonden als Amerika’s minister van Buitenlandse Zaken.

Als een superster, een soort politieke Bono, reist Hillary Clinton de wereld rond. Nu eens glanzende omhelzingen met Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi in Birma – een mantelpakcompositie in blauw en groen. Dan verschijnt zij weer strijdbaar voor homorechten, boos over verkiezingsfraude in Rusland, of op de bres voor internetvrijheid in Den Haag.

Hillary Clinton maakt veel meer kilometers dan haar voorgangers Madeleine Albright en Condoleezza Rice. Volgens Newsweek heeft ze al 465.000 airmiles gespaard en 79 landen bezocht. Ze komt weinig op haar kantoor in het treurige complex in Foggy Bottom, Washington, waar het ministerie van Buitenlandse Zaken huist. Ze reist naar landen die ze zélf wil bezoeken, en om te praten over de onderwerpen die háár aan het hart liggen: vrouwenrechten, internetvrijheid, mensenrechten.

Slepende dossiers als het vredesproces in het Midden-Oosten laat ze over aan haar gezant, als president Obama niet zelf op de voorgrond treedt. Maar bij activist Aung San Suu Kyi was zij de eerste Amerikaanse minister in vijftig jaar. Op de internetconferentie vorige week in Den Haag sprak zij over restricties van internetgebruik, een onderwerp dat haar ook als advocaat interesseert. „Als ideeën worden geblokkeerd, informatie gewist, gesprekken gesmoord en mensen in hun keuzes beperkt, dan is voor ons allen de waarde van internet gereduceerd”, zei ze in Den Haag.

Clinton heeft de rol van een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken een nieuw gezicht gegeven, zoals ze na 2008 zichzelf ook nieuw gezicht moest geven. Nadat zij door Obama was verslagen in de race om de Democratische presidentskandidatuur, zat ze financieel aan de grond. De ministerspost, die ze na lang aarzelen accepteerde, werd alom gezien als een teken van haar rivaal Obama aan de buitenwereld dat hij niet in politieke vetes gelooft. Maar ook als een politiek eindstation voor Clinton: dit moest dan het hoogtepunt in haar carrière worden.

Clinton was in de eerste jaren van haar ministerschap niet altijd even zichtbaar. Maar inmiddels doet zij haar werk met zoveel glamour, dat het in Washington speculaties voedt over haar ambities. Zegt ze dat zij maar één termijn wil dienen? Nou, ze oogt niet als een vrouw die afbouwt tot haar politieke pensioen, merkte journalist Bob Woodward op. Ze is iets van plan.

Bob Woodward was de eerste die de theorie ontvouwde dat Obama volgend jaar Clinton zal kiezen als kandidaat voor het vicepresidentschap, en haar als minister stuivertje zal laten wisselen met Joe Biden. De Democratische veteraan Biden was in 2008 de ideale running mate voor de, zeker in de internationale politiek, onervaren senator Obama. Biden, al in 1972 voor het eerst als senator gekozen en als jarenlange voorzitter van het Foreign Relations Committee betrokken bij tal van internationale crises die de Verenigde Staten de laatste decennia meemaakten, moest aan sceptische kiezers laten zien dat de jonge Obama ervaring meenam naar het Witte Huis. Nu heeft Obama zelf ervaring, Biden is overbodig.

Bovendien heeft de vicepresident voor de Amerikaanse kiezer een kleurloos profiel, terwijl Clintons populariteit volgens peilingen groot is, vooral onder vrouwen en blanke, niet politiek gebonden mannen – een kiezersgroep waar Obama tot nu toe weinig juist weerklank vindt. De televisiezender CNN schatte haar populariteit, gemeten naar het aantal mensen dat haar werk zegt te steunen, in september op 69 procent. Dat is veel hoger dan dan de steun voor Obama.

Nog een voordeel: met de naam Clinton kun je een beetje smokkelen. Obama kan volgens columnist en Witte Huis-watcher Jonathan Adler met Clinton aan zijn zijde beter een campagne op economische thema’s voeren, omdat veel kiezers ‘Clinton’ nog altijd associëren met de economisch relatief zonnige jaren negentig.

Het omruilen van vicepresident en minister van Buitenlandse Zaken is zeldzaam. Franklin Delano Roosevelt haalde in 1944 op die manier Harry Truman binnen, en Gerald Ford deed het in 1976 met Bob Dole. Clinton ontkende de speculaties onlangs met een beleefdheidsargument: „Ik geloof niet dat het een optie is. Vooral omdat vicepresident Biden het geweldig goed gedaan heeft.”

Maar Clinton lijkt nog altijd even ambitieus is als in haar jaren als advocaat in Arkansas. In november verscheen een opmerkelijk stuk in The Wall Street Journal, geschreven door de Clinton-getrouwen Patrick Caddell en Douglas Schoen. Zij betogen dat Obama in 2012 beter plaats kan maken voor Clinton. Obama’s roep om verandering is sleets, de economie is slecht, en hij kan van iedere Republikein verliezen. „Gezien haar [Clintons, red.] grote populariteit kan ze boven de partijpolitiek uitstijgen, Republikeinen de hand reiken, de dialoog veranderen en de patstelling in Washington doorbreken.”

Hillary Clinton ontkent dat ze nog de ambitie heeft om president te worden. Maar in Hillaryland – de bijnaam voor de informele hofhouding waarmee ze zich al jaren omringt – worden dit soort stukken zelden zonder haar medeweten geschreven. En Clinton is een overlever. Als First Lady ten tijde van president Bill Clinton was ze het brein achter de mislukte zorghervorming. Maar ze werd na het Witte Huis toch op eigen kracht senator.

Ze doorstond ook de harde strijd met Barack Obama om de Democratische nominatie voor het presidentschap. Het viel haar wel zwaar. Clinton vond, zo blijkt uit het boek Game Change van de journalisten Mark Halperin en John Heilemann, dat ze oneerlijk bejegend was. Obama kreeg volgens haar ten onrechte de rode loper van de pers, zij knokte tegen een imago van de harde tante. Haar campagnethema – Hillary de Onvermijdelijke – maakt haar oud, vergeleken met het aura van een nieuw begin dat Obama omringde.

Haar kwetsbaarste moment had ze nadat haar tijdens een televisiedebat de vraag werd voorgelegd wat ze ervan vond dat kiezers Obama áárdiger vonden dan haar. „Nou, dat raakt me, maar ik probeer door te gaan.” Even later barstte ze bijna in tranen uit bij een campagnebijeenkomst.

Bill zag daar wel voordeel in. Zulke inkijkjes in haar gevoelsleven zouden de afstand tot kiezers verkleinen. Hillary was er minder blij mee. Zij wil geen emoties overbrengen, maar ‘informatie’ – het gaat om de buitenwereld, niet over haar.

Ook als minister stuitte haar ambitie op grenzen. In haar beginjaren als minister waren er klachten over de president die zijn minister wel erg kort hield. Maar het nadeel is verkeerd in zijn tegendeel. Dat Amerika’s invloed in de Arabische wereld in een jaar tijd grotendeels verdampt is, dat de eurocrisis de band met Europa onder druk zet – het deert Clintons reputatie nu maar weinig. Zij zoekt haar shows uit, en met een goed instinct voor sterrendom. Een ontmoeting met Aung San Suu Kyi oogst meer applaus dan een zoveelste gespreksronde in Jeruzalem.

Of dat voldoende is voor een doorstart als running mate van Obama, en daarna eventueel een nieuwe periode in het Witte Huis, in de schaduw van een president? Om dat mogelijk te maken, moet Hillary Clinton zich nog éénmaal opnieuw uitvinden. Als definitieve nummer twee, dit keer.

Guus Valk