De onverdoofde slacht blijft misschien

De VVD stemde in de Tweede Kamer voor een verbod op de onverdoofde slacht. In de senaat is ze tegen. PvdA en D66 twijfelen. De Partij voor de Dieren is niet langer zeker van steun voor het verbod.

Televisieprogramma’s probeerden de afgelopen dagen de specialisten van de grote, beslissende fracties uit de Eerste Kamer te strikken om over een voorstel te praten dat het ritueel (en dus onverdoofd) slachten verbiedt. Tevergeefs. Senatoren zijn keurige volksvertegenwoordigers. Al vóór het debat zeggen of ze voor of tegen het verbod zullen stemmen, dat doen ze niet. Vandaag is het debat. De stemming volgende week.

De senatoren logenstraften daarmee de gedachte dat politici alles doen voor een beetje media-aandacht. Hun zelf opgelegde zwijgen kan tegelijk te maken hebben met de onrust over de kwestie in hun partijen. Die blijkt uit enkele inleidende gesprekken – daar zijn ze weer niet te beroerd voor – en uit de schriftelijke vragen die ze bij initiatiefnemer Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren hebben ingeleverd. Tiny Kox (SP): „Dit kan een van die legendarisch spannende senaatsdagen worden.”

Vanwaar de spanning? PvdA, VVD en D66 zullen vandaag bijna even kritisch zijn als de christelijke partijen CDA, ChristenUnie en SGP, de enige partijen die in de Tweede Kamer tegen het voorstel stemden. In die Kamer haalde het wetsvoorstel een ruime meerderheid: 116 stemmen voor, 30 tegen. Maar uit de woorden van senator Sybe Schaap (VVD) blijkt dat dit keer ook de VVD tegen is. Opvallend genoeg is juist de wetswijziging die de Tweede Kamer op het laatste moment aannam om de scherpe kantjes van het verbod weg te nemen, steen des aanstoots voor de VVD. Die wijziging bepaalt dat een joodse of islamitische slager die kan aantonen dat zijn methode zonder verdoving geen extra dierenleed veroorzaakt, een ontheffing van het verbod kan krijgen. Schaap: „Maar dat legt de bewijslast bij de slager, niet bij de overheid. Daar mogen wij senatoren, die waken over de kwaliteit van wetgeving, nooit mee instemmen.”

Dat legt de druk bij de PvdA. Want als VVD én PvdA tegen stemmen, is Marianne Thieme haar meerderheid kwijt. Binnen de PvdA ontstond al in aanloop naar het Tweede Kamerdebat grote onrust over het verbod, onder moslims en niet-orthodoxe joden. Verschillende Statenleden dreigden op een andere partij te stemmen bij de Eerste Kamerverkiezingen.

Vooral in Amsterdam is het verzet sterk en was de teleurstelling groot dat de Tweede Kamerfractie instemde met het verbod. Sindsdien zijn er enkele sessies geweest van buitenparlementaire tegenstanders als oud-senatoren en partijprominenten Ed van Thijn en Erik Jurgens met de woordvoerder uit de senaat, Nico Schrijver. Tot hun genoegen bleek Schrijver ontvankelijk voor hun ultieme bezwaar: de marginale verbetering die een verbod oplevert voor het dierenwelzijn, weegt niet op tegen de inbreuk op de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van godsdienst.

Maar oudgedienden als Van Thijn en Jurgens vrezen tegelijk dat Schrijver zijn rug niet recht houdt, als partijleider Job Cohen en Tweede Kamerlid Martijn van Dam de PvdA-senaatskamer binnenlopen met een zwaar beroep op de senatoren van de partij om toch voor het verbod te stemmen. Senator Han Noten (PvdA): „Dit wordt een ongelofelijk moeilijke beslissing.”

Ook bij D66 moet de senaatsfractie omzichtig opereren. De Kamerfractie ‘aan de overkant’ (Tweede Kamer) stemde voor een verbod, maar congresgaande leden van D66 riepen hun politici op tegen een verbod te stemmen – en te ageren. Tot nog toe is daar weinig van te merken. In de schriftelijke vragen lijkt senator Joris Backer zich niet aan te willen sluiten bij de VVD, maar liever het debat in de Tweede Kamer over te doen. Hij stelt vragen aan Thieme die ze al krijgt sinds ze het voorstel meer dan drie jaar geleden lanceerde. Zoals: waarom concentreert de indiener van het verbod zich op laatste uren van het lijden van een dier? Waarom kijkt ze niet naar de dieronvriendelijk behandeling die dieren genieten in eerder fases van hun leven. Thiemes antwoord is helder: haar partij richt zich op al het dierenleed, zelfs dat van vissen in een vissenkom. Maar voor het afschaffen van de agrarische industrie, haar belangrijkste doel, bestaat geen Kamermeerderheid. Voor dit verbod lijkt die er wel te zijn.

Vernuftiger is de kritiek op interne inconsistentie van het voorstel, zoals rabbijn Binyomin Jacobs leverde tijdens een hoorzitting. Uit de vele wetenschappelijk onderzoeken waarmee beide partijen schermen, is gebleken dat de joodse manier van slachten van kippen, anders dan van runderen, diervriendelijker is dan de methodes gehanteerd in de agrarische industrie, waarin verdoving verplicht is. „Waarom”, vroeg de rabbijn aan Marianne Thieme, „komt u dan niet met een wet die de bio-industrie verplicht om het slachten van kippen volgens de joodse traditie te verrichten?” Gelach in het publiek. Nee, zei Jacobs, dit is geen ironie. Hij wilde een serieus antwoord. Dat kreeg hij niet.

    • Pieter van Os