Cyberpolitie bewaakt het virtuele Iran

De Iraanse staat wil niet dat de 35 miljoen Iraanse internetgebruikers op internet ‘immoreel’ materiaal tegenkomen. Daaronder valt ook kritiek op het regime.

Wie in Iran op internet de verkeerde dingen zegt, kan te maken krijgen met de cyberpolitie, een nieuwe eenheid die online de strijd aanbindt met het Westen en zijn ‘handlangers’ in de islamitische republiek. De eenheid, die in januari is opgezet, maakt deel uit van een grotendeels succesvolle ingreep van de autoriteiten om websites en sociale netwerken te blokkeren die zij een gevaar voor de samenleving achten.

Tegelijk hebben de autoriteiten een campagne gelanceerd die jonge Iraniërs ervan moet overtuigen dat het gebruik van sites zoals Facebook henzelf en hun land in gevaar kunnen brengen. De cyberpolitie wordt daarin voorgesteld als een vriendelijke oom die de jeugd beschermt.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal maakte donderdag bekend dat Den Haag de komende jaren 6 miljoen euro zal besteden om vrij internet te bevorderen. Teheran zegt dat het mede door zulke initiatieven een virtueel conflict heeft met het Westen.

Op de digitale-mediabeurs, een tentoonstelling over lokaal gemaakte computerspelletjes en over door de regering goedgekeurde websites, die vorige maand in Teheran plaatshad, was de ‘internetoorlog’ een belangrijk thema. Portretten van Facebookoprichter Mark Zuckerberg en wijlen Steve Jobs, het brein achter Apple, hingen naast posters van de Amerikaanse vlag met het Google-logo in plaats van de sterren.

Mohsen Emami, een lange man met een speld van de cyberpolitie op zijn revers, verwelkomde schoolmeisjes. In zijn opzichtige kraam werden documentaires getoond over westerse manieren om de Iraniërs te beïnvloeden via tv en internet. Zuckerberg, Jobs en andere internetondernemers uit Silicon Valley helpen de Verenigde Staten om Iran aan te vallen in een „online proxy-oorlog”, zei Emami.

Gevaar dreigt overal op het web, zeiden officieren van de cyberpolitie. Zij zijn er om spionage te voorkomen en het publiek te beschermen tegen ‘immoreel’ materiaal, dat in de Iraanse praktijk alles kan zijn van naaktfoto’s tot online kritiek op de staat. Het Westen, onder aanvoering van de Verenigde Staten, voert volgens hen een ‘fluwelen oorlog’ tegen Iran, door anti-webfiltersoftware te leveren en door via internet op te roepen tot opstand tegen de leiders. „Zelf vechten heeft een te hoge prijs, dus proberen de VS met zulke middelen onze jeugd voor zich te winnen”, zei Emami.

Onlangs herinnerde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton er nog eens aan hoe haar ministerie in 2009 Twitter had gevraagd onderhoud uit te stellen, zodat demonstranten in Teheran die tegen de betwiste verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad protesteerden, zich online konden blijven organiseren. Overigens gebruikten de betogers in praktijk voornamelijk de mondkrant en Facebook.

„Zie je wel!” reageerde de Iraanse staatsradio direct, dat is hét bewijs dat de VS hun internetbedrijven gebruiken om de Iraanse politieke situatie te beïnvloeden. De spanning tussen beide landen is hoog, onder andere over het omstreden Iraanse atoomprogramma.

De Amerikanen openden vorige week een ‘virtuele ambassade’ voor Iran. Omdat de VS geen echte vertegenwoordiging in Iran hebben, biedt de webpagina informatie over visa en mogelijkheden tot een studie in Amerika. In Iran werd de site vrijwel direct geblokkeerd. Wie woorden zoals ‘seks’ en ‘fluwelen revolutie’ intikt op Google (dat soms ook zelf wordt geblokkeerd) wordt doorverwezen naar een pagina met de volgende melding van het ministerie van Telecom: „Geachte gebruiker, volgens de wet is het u niet toegestaan deze kwaadwillende website te bezoeken”. De pagina is volgens Iraanse internetstatistieken de op zes na meest bezochte website.

Ondanks de obstakels weet een behoorlijk aantal van de 35 miljoen Iraanse internetgebruikers verboden pagina’s te bezoeken, gebruikmakend van VPN-software, die verbindingen met computers in andere landen mogelijk maakt. Ze gaan dan via landen als Zweden, Maleisië of Nederland het net op. Maar die gebruikers worden steeds meer in de gaten gehouden door de cyberpolitie, die opschept dat ze „heel Facebook” kan inzien. Agenten doen zich op de sociale netwerksites bijvoorbeeld voor als leuke meisjes. Verscheidene bloggers en andere activisten zijn al gearresteerd wegens hun online kritiek. Sommigen hebben zeer lange gevangenisstraffen gekregen.

„Facebook zelf is niet slecht”, zei Emami op de beurs. Zelf heeft hij vier Facebookpagina’s die hij bezoekt met behulp van illegale software. „Maar ons volk gebruikt het verkeerd.” Volgens hem worden veel Iraniërs misbruikt door het Amerikaanse bedrijf dat van hen afkomstige informatie zou doorspelen naar Amerikaanse inlichtingendiensten.

Emami, naar zijn zeggen een „gewone burger”, zei dat het beter is om de burgers te onderwijzen in de juiste manier van internetten, dan websites te blokkeren. „Maar momenteel worden we gedwongen om sites te blokkeren; de mensen zijn niet klaar voor zoveel vrijheid”, verzuchtte hij.

Verderop, in het hart van de tentenoonstelling stond een gigantische stand van de cyberpolitie. Agenten in burger liepen er rond met Ipad2-tabletcomputers onder hun arm, en ongeveer vijftig mannen en vrouwen luisterden geboeid naar een agent die uitlegde hoe hackers te werk gaan.

„We zijn hier om de cyberpolitie in de hoofden van de mensen te planten”, zei Hesamedin Mojtahed, de officier die de leiding had van de eenheid op de beurs. „Mensen willen meer weten over de gevaren van internet. Wij zijn hier voor hen.”

Internet ondermijnt ook religieuze waarden, zei Emami. Volgens hem beseffen jonge vrouwen niet dat foto’s van hen in bikini tegen hen kunnen worden gebruikt. „Iedere dag weer worden er levens vernietigd”, zei hij hoofdschuddend.

Vier jonge vrouwen in traditionele zwarte chador, allemaal studenten computerwetenschappen, zeiden dat de tentoonstelling hun de ogen had geopend.

„We dachten altijd dat de staat al die websites blokkeert om onze levens saai te maken”, aldus Mahyar (22), die haar achternaam niet wilde geven. „Maar vandaag is ons verteld dat de Verenigde Staten expres bepaalde informatie blokkeren voor Iraanse gebruikers. Amerika is onze echte vijand.”

Ze is zich nu bewust van de gevaren. „We moeten worden beschermd”, zei Mahyar. „Er zijn veel gevaren op internet.”