Brief over ritueel slachten aan de Eerste Kamer

De Verenigde Staten en Nederland delen waarden als de vrijheden van meningsuiting, gedachten, geweten en religie. Amerikaanse tradities van religieuze vrijheid zijn gedeeltelijk geïnspireerd door Nederlandse kolonisten in Nieuw Nederland die in 1657 stelden dat ‘de wet van liefde, vrede en vrijheid’ moest worden uitgestrekt tot het uitoefenen van alle geloven. Deze principes zijn de reden dat Nederland lang een toevluchtsoord is geweest voor hen die vrijheid en mensenrechten zochten, zoals joden en moslims. Wij zijn trots op deze gemeenschappelijke idealen die onze landen onderscheiden als ware en duurzame democratieën.

We maken ons zorgen over de Nederlandse wetgeving die ritueel slachten zal verbieden. Een verbod op ritueel slachten zou onnodig de religieuze vrijheid beperken van 1 miljoen moslims en vijftigduizend joden in Nederland en ondubbelzinnig de democratische principes van religieuze vrijheid op de proef stellen waaraan onze beide naties waarde hechten. We hebben begrepen dat de Partij voor de Dieren, die haar zorgen heeft geuit over slacht zonder verdoving, deze wet heeft voorgesteld. In de Verenigde Staten gelooft dierenbeschermingsorganisatie Humane Society dat ritueel slachten, mits juist uitgevoerd, even humaan is als conventionele methoden die gebruikmaken van verdoving. Bepalingen in de Amerikaanse Humane Slaughter Act houden rekening met ritueel slachten zonder voorafgaande verdoving. We geloven dat we dit onderwerp hebben aangepakt in onze wetgeving door zorgen over religieuze vrijheden en dierenwelzijn in evenwicht te brengen. We hopen dat u een vergelijkbaar in elkaar gezet compromis kunt overwegen.

Hoewel het waarschijnlijk niet de bedoeling is, schendt Nederland, door de toegang tot religieus acceptabel voedsel voor joden en moslims te beperken, het fundamentele recht op religieuze vrijheid voor alle geloven, zoals verwoord in artikel 18 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, dat Nederland heeft geratificeerd op 11 december 1978. Een verbod op koosjere en halalslacht zou een inbreuk vormen op het recht van joden en moslims om „[hun] religie of geloof uit te oefenen” in „rituelen [en] gewoonten”. Deze inbreuk is niet in overeenstemming met de belangen die zijn afgewogen, de belangen van „openbare veiligheid, orde, gezondheid, moraal of de fundamentele rechten en vrijheden van anderen”.

Geconfronteerd met een vergelijkbare wet in Oostenrijk heeft het Grondwettelijk Hof van Oostenrijk de openbare orde gedefinieerd als „wettelijke bepalingen die essentieel zijn voor het functioneren van het samenleven binnen een staat”. Bijgevolg meende dat hof dat „[d]ierenwelzijn niet een verbod rechtvaardigt op een duizenden jaren oude traditie die de pijn en schade aan het dier tijdens de procedure probeert te minimaliseren”. Als het Nederlandse parlement deze wet aanneemt, zal het buiten de internationale afspraken treden over het vrijstellen van ritueel slachten in dierenwetten.

Als goede vrienden van Nederland en gemeenschappelijke aanhangers van de democratische waarde van de vrijheid van godsdienst hopen we dat de Nederlandse senaat deze wet zal verwerpen, een wet die onheus mikt op religieuze minderheden en hun de mogelijkheid ontzegt om hun geloof uit te oefenen.

Trent Franks, Heath Shuler, Allyson Y. Schwartz, Ted Deutch, Howard L. Berman, Shelley Berkley, Keith Ellison, Carolyn B. Maloney, Steve Rothman, Henry Waxman en Jan Schakowsky

Members of Congress, USA

    • Trent Franks E.A. Members Of Congress