Afstandelijk The Horrors leunt op techniek

The Horrors, 11/12 Melkweg Amsterdam. ***

De bandleden van de Britse groep The Horrors zijn te jong om de opkomst van de new wave van eind jaren zeventig te hebben meegemaakt. Toch is hun sound onmiskenbaar geënt op de popmuziek uit die periode: de galm van Ultravox, de bombast van Simple Minds en de donkere sfeer van Joy Division. Zanger Faris Badwan heeft het postuur en de spillebenen van Joey Ramone. Van de punk leenden ze de attitude dat een muzikant geen virtuoos hoeft te zijn om zelfverzekerd het podium op te stappen.

In het stijlbewuste Engeland zijn The Horrors vele malen groter dan hier. Op Lowlands stonden ze deze zomer in een van de kleinere tenten en de lovende kritiek voor hun derde album Skying heeft ze nog niet boven het clubniveau van de oude zaal van de Melkweg uit getild. Hun muziek is niet makkelijk verteerbaar en hoewel ze gebruikmaken van dansbare, pulserende ritmes zijn de meeste van hun songs nogal afstandelijk.

Gitaar en synthesizer spinnen een ondoordringbaar web van geluid, waar Badwan zijn woorden onverstaanbaar in laat verdwijnen. Uitzondering is hun beste lied Still life dat zich aan het einde van hun korte set losmaakt uit de krautrock-achtige ritmes en zweverige klanken.

Instrumentaal zoeken The Horrors de ontregeling, vooral wanneer Badwan zijn zangmicrofoon heen en weer beweegt voor de gitaarversterker en er golven van aan- en afnemend geluid door de zaal spoelen. Met meer dan twintig gitaarvervormende pedalen en een synthesizer die weer ouderwets gebruikt wordt om het geluid van blazers na te doen, is het de techniek die het hoogste woord voert.

    • Jan Vollaard