Zolang je in balbezit bent...

‘Als wij de bal hebben kunnen hun niet scoren’ is een oude wijsheid van Cruijff.

En met die filosofie won FC Barcelona de klassieker.

Real Madrid's Cristiano Ronaldo from Portugal reacts during his Spanish La liga soccer match against Barcelona in the Bernabeu stadium in Madrid, Saturday, Dec. 10, 2011. (AP Photo/Daniel Ochoa de Olza) AP

Wie dacht dat het tijperk van het glorieuze Barça van Pep Guardiola voorbij was, kwam zaterdagavond bedrogen uit. De blaugrana zette aartsrivaal Real Madrid in het Estadio Santiago Bernabéu met een 3-1 overwinning te kijk en hoopt volgende week in het Japanse Yokohama de wereldbeker voor clubteams te veroveren. „We houden altijd vast aan onze filosofie. En we kunnen ook maar op één manier spelen”, zei Guardiola na de zege in El Clásico.

Real Madrid heeft de afgelopen jaren daarentegen van alles geprobeerd om de geoliede machine van Barcelona te ontmantelen. Van modern aanvallend voetbal tot fysieke gevechten. Keer op keer legde José Mourinho het met de Koninklijke af tegen het superieure Barça. En zo ook zaterdagavond. De Catalaanse middenvelder Xavi vatte het verschil in één zin samen. „We waren te goed voor Real Madrid.”

De filosofie van Barcelona is gestoeld op een oude wijsheid van clubicoon Johan Cruijff: ‘Als wij de bal hebben kunnen hun niet scoren’. De laatste keer dat een tegenstander meer balbezit had dan FC Barcelona was op 7 mei 2008. Het was de dag dat Real Madrid thuis met 4-1 van de Catalaanse grootmacht won. Real – met de Nederlanders Ruud van Nistelrooy, Wesley Sneijder, Arjen Robben en Royston Drenthe – veroverde de landstitel en heerste in Spanje.

Barcelona vervolmaakte onder leiding van Guardiola het typische positievoetbal en speelde een reeks van 210 duels waarin de ploeg meer balbezit had dan de tegenstander. En doorgaans passte Barcelona de bal zo’n tweehonderd keer vaker dan de opponent. Spaarzame nederlagen van Barcelona leken slechts incidenten. Real Madrid – de enige serieuze concurrent in de Primera División – werd in onderlinge duels overklast.

Toch wist Real Madrid het verschil met Barcelona kleiner te maken. Tijdens de vorige Clásico in Santiago Bernabéu op 14 augustus van dit jaar dwong Real niet alleen een 2-2 gelijkspel af, maar had de ploeg ook bijna even veel balbezit. Drie dagen later won Barcelona de return in de strijd om de Spaanse Super Cup met 3-2. Dat was de wedstrijd waarbij Mourinho een vinger in het oog stak van Barcelona-coach Tito Vilanova.

In vier maanden tijd wist Mourinho met Real Madrid het imago van de ploeg weer te veranderen. In een periode zonder onderlinge confrontaties met Barcelona schitterden los merengues in de Spaanse competitie en in de Champions League. Real Madrid won liefst vijftien wedstrijden op rij en evenaarde daarmee een clubrecord uit het seizoen 1960/1961. Destijds doorbrak de club onder leiding van Miguel Muñoz de heerschappij van FC Barcelona.

Mourinho is vorig jaar naar Madrid gehaald om hetzelfde te doen. In zijn eerste seizoen mislukte die missie hopeloos en onderging hij zelfs met een 5-0 nederlaag in Camp Nou zijn grootste vernedering uit zijn loopbaan. De Portugese coach zwoer wraak. De ultieme revanche had zaterdagavond in Madrid plaats moeten vinden. Bij een overwinning zou Real Madrid negen verliespunten minder hebben dan Barça.

Real begon als favoriet aan de wedstrijd, die al na 21 seconden werd opengebroken door een doelpunt van Karim Benzema. Maar Barcelona bleef kalm, ging het eigen spelletje spelen en boog de achterstand met doelpunten van Alexis Sánchez, Xavi en Cesc Fábregas koeltjes om naar een 3-1 voorsprong. Het verschil in balbezit was ontnuchterend: 32 procent voor Real Madrid, 68 procent voor Barcelona. Het Dream Team van Guardiola is nog niet op zijn retour.