Steun aan bloggers isgrotendeels lippendienst

Rosenthal steunt cyberactivisme, constateert Petra Stienen. Maar nu even niet tegen Israël, Nederland, de VS, Saoedi-Arabië, ...

Minister Rosenthal mag zeker trots zijn dat zijn collega’s Hillary Clinton uit de VS en Carl Bildt uit Zweden vorige week naar Den Haag kwamen voor een grootst opgezette conferentie over internetvrijheid. Google en Yahoo hadden hun ceo en hoogste mensen op gebied van verantwoord ondernemen gestuurd. Allerlei ngo’s op gebied van vrijheid van meningsuiting en vrije pers waren ook aanwezig. EU-commissaris Neelie Kroes gaf twee toespraken. De Prins van Oranje woonde de openingssessie bij als toehoorder. In de koffiepauze toonde hij veel belangstelling voor de ervaringen van enkele cyberactivisten uit de Arabische wereld met de beperkingen voor online activisme in hun landen. Uiteraard kwam er een mooie slotverklaring van de gelijkgestemde landen dat ze zich gezamenlijk inzetten voor internetvrijheid wereldwijd. Rosenthal stelde zelfs 6 miljoen euro beschikbaar voor de ondersteuning van bloggers en cyberactivisten in landen waar vrijheid online ernstig onder druk staat zoals in Syrië en Iran.

Hoewel in veel landen mensen Nederland zullen benijden om een conferentie waar overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties en activisten elkaar kunnen spreken, wringt er toch iets in deze daadkracht van Rosenthal voor internetvrijheid. Zo bleef tijdens de conferentie een aantal belangrijke vragen onderbelicht.

Was er sprake van selectieve verontwaardiging? Dictaturen als Syrië en Iran roepen vaak staatsveiligheid in om vrijheid van internet te blokkeren. Het is goed daar tegen te ageren. Tijdens de conferentie was echter niemand die sprak over andere landen waar vrijheden ook ernstig worden ingeperkt zoals Israël en Saoedi-Arabië, maar waar Nederland duidelijk bredere belangen heeft. Blijkbaar blijft Rosenthal vasthouden aan zijn eerdere stellingname tijdens het debat met de Tweede Kamer over mensenrechten dat hij zich vooral wil inzetten voor mensenrechten in de landen waar de ergste schendingen plaatsvinden. Dat is zijn goed recht, maar hij loopt daarmee het risico beschuldigd te worden van ‘dubbele standaarden’.

Is het eigen huis wel op orde? Ook in Nederland en de VS wordt nationale veiligheid regelmatig ingeroepen om de vrijheden op het internet in te perken. Denk aan de WikiLeaks-affaire. Zo mogen Amerikaanse ambtenaren niet op hun eigen computer zoeken naar de uitgelekte telegrammen. Bradley Manning, de jonge soldaat die de geheime documenten zou hebben gelekt, zit al meer dan een jaar vast, terwijl de rechtszaak nog moet beginnen. Voor sommigen is hij een crimineel, voor anderen een klokkenluider.

Inmiddels is de twitteraccount van Xs4all-oprichter Rop Gonggrijp opgevraagd door de Amerikaanse rechtbank om te beoordelen op welke wijze hij betrokken is geweest bij de WikiLeaks-zaak. Eerder dit jaar antwoordde Rosenthal op Kamervragen niet uit te sluiten dat hij zou ingaan op een uitleveringsverzoek van de VS als zij Gonggrijp als verdachte zien in deze kwestie.

Daarnaast is de kans groot dat het Amerikaanse congres binnenkort twee wetten aanneemt op het gebied van eigendomsrechten die extraterritoriale werking hebben. Dit zou kunnen leiden tot ondermijning van rechten van Europese organisaties, bedrijven en privépersonen. Voor landen als China zal dit soort inperkingen van vrijheden op het internet alleen maar extra aanleiding zijn zich weinig aan te trekken van mooie slotverklaringen op een conferentie in Den Haag.

Openheid voor kritische geluiden over beleid van Nederlandse regering? Rosenthal liet zich tijdens de conferentie nergens uit over welke ruimte er binnen die 6 miljoen euro zit voor de bloggers en internetactivisten in Syrië en Iran om zo kritisch te kunnen zijn als ze zelf willen. Dus ook over het buitenlands beleid van Nederland in het Midden-Oosten? Het ligt voor de hand dat er activisten zijn die het maar niets vinden dat de Nederlandse regering inzet op intensivering van de relatie met Israël. Of krijgen zij dan te maken met het andere gezicht van Rosenthal? Want hij heeft eerder dit jaar laten zien geen geduld te hebben met organisaties die met Nederlands geld kritiek uiten op Israël. Dit werd heel duidelijk uit zijn houding tegenover de financiering door ICCO van Electronic Intifada, een webplatform met veel kritische geluiden over Israël.

Welke bescherming biedt Nederland activisten offline? Hoe nobel en nuttig het ook kan zijn om internetactivisten te trainen en coachen in hun online activisme, de kans blijft bestaan dat ze in ernstige problemen komen in hun eigen land. De vraag is dan of Nederland bereid is deze activisten ook te blijven steunen met meer dan alleen mooie woorden? Zeker gezien het restrictieve migratie- en asielbeleid van dit kabinet is dat nog maar de vraag. Wellicht dat een enkeling enige tijd naar Nederland mag komen via een ‘sheltered cities’-project. Maar wat als het om tientallen activisten gaat, of als er activisten in de knel komen in bevriende landen?

Mogen Nederlandse diplomaten echt open zijn op sociale media? Tijdens de conferentie waren de ambtenaren op het ministerie en diplomaten op posten aangespoord door de voorlichtingsafdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken om vooral ook te twitteren over deze conferentie en commentaar op Facebook te geven. Dat past helemaal in de visie van de regering om in het buitenland het Nederlands beleid ook actief via sociale media uit te dragen. Dat klinkt heel eigentijds, immers in de 21ste eeuw vindt steeds meer uitwisseling van ideeën en informatie op het internet plaats. Alleen is het de vraag of Rosenthal zich realiseert dat het instrument van sociale media niet alleen maar een propagandamachine kan zijn. Hij zal zijn mensen dus voldoende ruimte moeten geven om echt te kunnen meedoen aan het debat op internet. Gezien zijn reacties eerder deze maand op de interne kritiek op zijn werkwijze en beleid zal Rosenthal vast iets moeten overwinnen om zijn mensen die ruimte ook daadwerkelijk te geven.

De conferentie Freedom Online was zeker een stap in de goede richting om de internetvrijheid wereldwijd iets dichterbij te brengen. Alleen staat de geloofwaardigheid van minister Rosenthal wel ter discussie als hij naast mooie slotverklaringen geen duidelijke antwoorden heeft op bovenstaande vragen. Gelukkig zijn er inmiddels duizenden activisten in Nederland en elders actief die zijn daden online en offline nauw zullen volgen. En uiteindelijk gaat het om hun vrijheid om in alle veiligheid actief te zijn op dat internet.

Petra Stienen is publiciste, arabiste en voormalig mensenrechtendiplomaat in Egypte en Syrië. Zij volgde de Freedom Online conferentie als ‘twitterjournalist’.

    • Petra Stienen