Overname ABN AMRO was in wezen een koopje

Na vijf weken van openbare verhoren door de parlementaire enquêtecommissie-De Wit en vele maanden van voorbereiding is het nu tijd om lessen te trekken. In afwachting van het officiële tweede rapport van de commissie kunnen al enige observaties worden gedaan. De commissie, die vrijdag haar laatste verhoren heeft afgerond, onderzoekt onder leiding van het ervaren SP-kamerlid Jan de Wit de genomen maatregelen tijdens de crisis in het financiële stelsel, waaronder de nationalisatie van ABN AMRO (2008) à 16,8 miljard euro en de twee opeenvolgende steunacties voor ING (2008/2009). Het eerste onderzoek, dat leidde tot het rapport Verloren krediet, had de oorzaken van de crisis als onderwerp.

Op basis van de informatie uit de verhoren moet de recente financiële geschiedenis op één punt worden bijgesteld. Dat is het wetsontwerp dat begin 2009 in het diepste geheim werd voorbereid om ING te nationaliseren. Dat onderstreept hoe ver het toenmalige kabinet bereid was te gaan om het financiële stelsel te stabiliseren en hoe hoog de acute nood was. Deze urgentie vormde wel een heel schril contrast met de goed-zo-die-gaatbijeenkomst half augustus 2008 op het Catshuis van minister-president Balkenende met onder meer de top van ING en Fortis. Zij waren daar om zorgen te delen, zei Balkenende tegen de commissie. De werkelijke zorgen bleken zeven weken later, toen eerst Fortis en vervolgens ook ING met de rug tegen de muur stond. Het is een interessante vraag voor de commissie om te beantwoorden: hebben de huidige bestuurders in de financiële wereld hun zaken beter op orde?

Het werk van de commissie is de afgelopen dagen overschaduwd door de Europese schuldencrisis. Mede daardoor ontstaat het beeld dat de commissie de vorige oorlog vecht. Dat doet aan het nu niets af. Maar het dwingt de Tweede Kamer ook om zich rekenschap te geven van het feit dat zij nu de basis kan leggen voor een onderzoek naar de eurocrisis. Onderzoeken is ook vooruitzien.

De commissie heeft de afgelopen weken terecht veel aandacht besteed aan de nationalisatie van ABN AMRO, een ingreep in het particuliere bedrijfsleven van ongekende omvang. De commissie maakt een zwaar punt van het budgetrecht van de Kamer, dat hier is gepasseerd, en van het bedrag van bijna 17 miljard euro. Als de stabiliteit van het geldstelsel op het spel staat heeft geen enkel kabinet een keus. De prijs die het kabinet betaalde voor ABN AMRO is ten opzichte van het doel om het geldstelsel te redden in wezen een koopje geweest. Hoe het aankoopbedrag vervolgens nog kon oplopen tot bijna 30 miljard euro is een vraag die deze commissie gedetailleerd en in begrijpelijke termen moet uitzoeken.