Nieuw klimaatverdrag moet in 2015 klaar zijn

Onderhandelingen over een nieuw, bindend klimaatverdrag moeten in 2015 zijn afgerond. Daarna zal het verdrag uiterlijk in 2020 het bestaande Kyoto-protocol moeten vervangen. Dat is de belangrijkste uitkomst van de klimaattop in Durban die gisterochtend eindigde, ruim anderhalve dag later dan gepland.

Als die doelstellingen worden gehaald, is er voor het eerst een klimaatverdrag waarin geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikkelingslanden.

Arme landen zijn daarmee akkoord gegaan na de toezegging van de Europese Unie om het huidige klimaatverdrag, het Kyoto-protocol, te verlengen. Canada, Japan en Rusland hebben laten weten niet met ‘Kyoto’ door te willen als het in 2012 afloopt.

Staatssecretaris Joop Atsma (CDA), die namens de Nederlandse regering de onderhandelingen bijwoonde, is redelijk tevreden met het akkoord. Wel had hij liever meer duidelijkheid willen hebben over de ingangsdatum van het nieuwe verdrag – wat hem betreft eerder dan 2020.

Het belangrijkste, zegt Atsma in een telefoongesprek vanuit Zuid-Afrika, is „de wettelijke verankering” van het akkoord. In principe kunnen alle landen – dus ook China en India – in de toekomst worden afgerekend op de emissiereducties, waartoe ze zich hebben verplicht.

Ook is Atsma blij dat er nu „een totaalpakket” ligt: niet alleen verlenging van het Kyoto-protocol en financiering van een klimaatfonds, waarin vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar gestort moet worden voor ontwikkelingsprojecten, maar ook harde eisen aan landen als opkomende economieën om hun CO2-emissies te reduceren.

Voor Nederland was het van groot belang dat het klimaatfonds, waarover nadere afspraken zijn gemaakt, ook met privaat geld gefinancierd kan worden. Dat is gelukt. „Nu vallen ook projecten onder het fonds die bijdragen aan het verbeteren van het klimaat in ontwikkelingslanden en die goed zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven”, aldus Atsma.

De staatssecretaris is het oneens met milieuorganisaties, die het resultaat te mager vinden. „Als Europa had gezegd: we vinden het te weinig dus we gaan niet akkoord, dan hadden we nu niets gehad”, zegt Atsma. „Je redt het alleen door draagkracht te creëren met kleine stapjes vooruit.” Atsma wijst erop dat alle 194 landen die aan de conferentie hebben deelgenomen nog eens hebben bevestigd dat de gemiddelde temperatuur op aarde met niet meer dan2 graden Celsius mag stijgen.

De meeste deskundigen stellen echter dat met de huidige, grotendeels vrijwillige afspraken dat doel niet zal worden bereikt.

Tumultueus einde Durban: pagina 9