Minister stelt ouders taaleis bij thuisonderwijs

Ouders die hun kinderen thuis les willen geven, moeten met een diploma kunnen aantonen dat zij de Nederlandse taal beheersen op ten minste het hoogste mbo-niveau. Datzelfde geldt voor hun rekenvaardigheid.

Dat schrijft minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) aan de Tweede Kamer, die woensdag debatteert over het thuisonderwijs. Van Bijsterveldt komt met haar taaleis tegemoet aan de wensen van VVD en PVV. Deze partijen spraken begin dit jaar hun zorgen uit over een groep islamitische ouders die hun kinderen zelf wilden gaan onderwijzen omdat hun school, het Islamitisch College Amsterdam, door de onderwijsinspectie was gesloten.

Formeel bestaat in Nederland geen recht op thuisonderwijs. Dat verdween in 1969 uit de leerplichtwet. Daarvoor in de plaats kwam een ontheffing van de leerplicht als ouders voor hun kinderen geen school kunnen vinden die past bij hun levensovertuiging. Van Bijsterveldt besluit nu aan dat recht op ontheffing van de leerplicht een aantal voorwaarden te koppelen.

Ouders moeten niet alleen kunnen lezen en rekenen op voldoende niveau. Ze dienen ook jaarlijks een plan van aanpak te maken, waarin staat hoe zij het onderwijs voor hun kinderen vormgeven. Verder moeten ze aan een externe deskundige advies vragen over dat plan van aanpak. Bij de aanvraag voor vrijstelling moet dit advies worden overlegd. Een leerplichtambtenaar voert jaarlijks een voortgangsgesprek met de ouders. Het kind dient bij dit gesprek aanwezig te zijn.

Van Bijsterveldt vindt dat kinderen „niet volledig uit het zicht mogen verdwijnen”, laat haar woordvoerder weten. „Door het stellen van aanvullende voorwaarden aan thuisonderwijs wordt enerzijds tegemoetgekomen aan de vrijheid van onderwijs en anderzijds aan de zorgen die in de Kamer leven wat betreft de invulling van het thuisonderwijs.”