Klimaat verenigt wereld op de valreep

Op de klimaattop in Durban zijn de landen het op de valreep eens geworden. Ook ontwikkelingslanden nemen straks verplichtingen op zich. Dat is nieuw. Maar is het ook voldoende voor het klimaat?

Indian Minister of Environment Affairs Jayanthi Natarajan looks at her watch after canceling the delegation press conference as they continue to negotiate on the final day of the COP17 Climate Change Conference at International Convention Centre in Durban on 9 December 2011. The 194-nation process is facing, for the second time in two years, the prospect of a bustup, even as scientists warn against the mounting threat of disaster-provoking storms, droughts, flood and rising seas made worse by global warming. AFP PHOTO RAJESH JANTILAL AFP

Na bijna veertig uur in ‘blessuretijd’ kwam er toch nog een akkoord op de klimaattop in Durban. De 194 deelnemende landen hebben een afspraak gemaakt over de afspraken die ze van plan zijn te maken over het terugdringen van broeikasgassen. Ze hebben ook afgesproken dat die afspraken in 2015 op papier moeten staan. En ze hebben bijna een afspraak over het moment waarop die afspraken daadwerkelijk moeten ingaan. Op zijn laatst in 2020, maar als het aan Europa ligt zoveel eerder als mogelijk.

Als je het zo bekijkt, stelt het resultaat niet veel voor. Want in 2007, op de klimaatconferentie in Bali, werd ook al eens een agenda bepaald voor een nieuw klimaatverdrag. Daarover zou in 2009 in Kopenhagen een akkoord moeten worden bereikt. Dan kon het in 2012, als het bestaande verdrag – het zogeheten Kyoto-protocol – afloopt, ingaan. Maar Kopenhagen mislukte en kostbare tijd ging verloren.

Letterlijk kostbaar, zeggen economen. Want hoe langer we wachten met de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, hoe duurder de gevolgen van de opwarming van de aarde zullen worden. Bovendien wordt het steeds moeilijker (en daarmee opnieuw duurder) om te voorkomen dat de aarde met niet meer dan 2 graden Celsius opwarmt – een grens die volgens veel wetenschappers maar beter niet overschreden kan worden.

Toch is Durban niet mislukt. De deelnemers zijn het erover eens dat er een bindend verdrag moet komen, waarin alle landen hun verantwoordelijkheid nemen. Dus niet meer alleen rijke landen, maar ook grote klimaatvervuilers als China en India. Daarmee verdwijnt het principiële onderscheid tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikkelingslanden, zoals dat in het Kyoto-protocol is gemaakt. Dat was de hobbel die de landen in Kopenhagen nog niet durfden te nemen.

Dat dit nu wel is gelukt, is in de eerste plaats te danken aan de Europese Unie. De afgelopen jaren werd het klimaatdebat gedomineerd door China en de Verenigde Staten, de top-2 van CO2-producenten. Beide landen weigerden als eerste een stap te zetten en probeerden elkaar daarvan de schuld te geven.

Met de toezegging om het Kyoto-protocol te verlengen, wist Europa de armste landen voor zich te winnen. Waardoor uiteindelijk China en de VS overstag gingen.

Dat de onderhandelingen daarna toch nog tot zondagochtend doorgingen, kwam doordat India bleef dwarsliggen. Eurocommissaris Connie Hedegaard eiste „duidelijkheid” en „betrokkenheid” van alle landen. „De EU heeft jarenlang geduld gehad. We zijn bijna zover om ons helemaal alleen te committeren aan een tweede verdragsperiode [van het Kyoto-protocol, red]. Het is niet te veel gevraagd van de wereld, als na deze tweede periode alle landen zich juridisch vastleggen.”

India probeerde de scheidslijn tussen de rijke landen, die het probleem veroorzaakt hebben, en de arme landen, die er de dupe van zijn, in stand te houden. „Moet ik dan een blanco cheque tekenen en het levensonderhoud van 1,2 miljard Indiërs te grabbel gooien, zonder ook maar enig idee te hebben wat de ‘routekaart’ van de EU inhoudt?” vroeg de Indiase minister van Milieu Jayanthi Natarajan in een emotioneel betoog. „Ik vraag me af of dit een agenda is om de schuld te geven aan landen die niet verantwoordelijk zijn [voor klimaatverandering]. Mij is verteld dat India straks de schuld krijgt. Houd ons alsjeblieft niet langer gegijzeld.”

Uiteindelijk werden Hedegaard en Natarajan gedwongen om midden in de plenaire vergaderzaal, omringd door onderhandelaars uit de andere landen, net zo lang door te praten tot ze het eens waren.

Europa eiste juridisch bindende afspraken, India wilde niet verder gaan dan een akkoord met een ‘legal outcome’ (juridische uitkomst). Brazilië kwam tot slot met een compromis: een akkoord ‘with legal force’ (met een juridische status). Dat is een zwakke formulering, die door iedereen anders kan worden uitgelegd.

Het ziet er dan ook niet naar uit dat een nieuw klimaatverdrag voor 2020 in werking zal treden. Zelfs al zijn de onderhandelaars het erover eens dat tegen die tijd de piek in de uitstoot van van broeikasgassen inmiddels bereikt zou moeten zijn.

Een van de grote problemen in de klimaatonderhandelingen is dat die zijn gebaseerd op een wetenschap, waarin nog veel onduidelijk is en die niet werkt met zekerheden maar met scenario’s. In het gunstigste geval is er voldoende tijd, in het somberste scenario is het eigenlijk al te laat.

In 2013 en 2014 komt het VN-klimaatpanel IPCC met een nieuwe beoordeling van de kennis. Dat kan de onderhandelingen een duw geven. Maar het vergroot ook de druk op de wetenschap. In Durban waren wetenschappers die zeiden dat de aarde op weg is naar een temperatuurstijging van meer dan 3 graden Celsius. Anderen denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Alleen als zij gelijk hebben, is Durban voldoende.