Kabinet wijst Rinnooy Kan af voor Raad van State

Het kabinet wil Alexander Rinnooy Kan niet als vicepresident van de Raad van State. Vergeefs heeft Rinnooy Kan, nu voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, gesolliciteerd op de vacature voor de functie.

Rinnooy Kan, ‘slapend’ lid van D66, gold als geschikte kandidaat wegens de ‘bovenpartijdigheid’ die hij als voorzitter van de de Sociaal-Economische Raad, het overlegorgaan van werkgevers en werknemers, heeft laten zien. Binnen de Raad van State bestond ook steun voor hem.

Rinnooy Kan wil zelf niet zeggen of hij heeft gesolliciteerd. Anderen vertellen dat hij een sollicitatiebrief heeft gestuurd en daarna ook op gesprek is geweest bij minister Ivo Opstelten (VVD). Die begeleidt als minister van Veiligheid en Justitie de sollicitatieprocedure voor het vicepresidentschap.

Formeel leidt Opstelten die procedure omdat hij als enige uit het kabinet te oud zou zijn om zelf te solliciteren. Officieus is de voornaamste reden dat de procedure uit handen moest worden genomen van minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken. Naar verwachting wordt Donner komende vrijdag door de ministerraad bij koning Beatrix voorgedragen als opvolger van Herman Tjeenk Willink.

Overmorgen worden de leden van de Raad van State gehoord over de beoogde opvolger van Tjeenk Willink. De staatsraden hebben volgens de wet geen instemmings- of adviesrecht.