Je hond afleiden is het beste middel tegen vuurwerkangst

Wie is er banger voor vuurwerk, de hond of zijn baas? In Almere was een cursus. „Kruip niet samen onder tafel. Daarmee zeg je: je hebt gelijk dat je bang bent.”

Bijna veertig jonge honden springen rond over het grasveld van het dierenasiel in Almere. Nog niet alle baasjes hebben hun huisdier volledige onder controle.

„Truuuuuuuuuuuuuudy”, roept een man. Trudy komt niet. „Haaaarryyyy”, roept een vrouw. Ook Harry laat op zich wachten.

De honden en hun eigenaren zijn afgekomen op een gratis cursus hoe om te gaan met je hond als er rond Oud en Nieuw vuurwerk wordt afgestoken. „We krijgen veel te veel honden met gedragsproblemen in de asiels”, zegt instructeur Tjeerd Veenstra. „Het is belangrijk om daar iets aan te doen. Socialisatie. Dat is belangrijker dan centen.”

Vera van Doosselaere is uit Huizen gekomen. Met Fritz, een zeven maanden jonge teckel. „Ik wil het wel eens proberen. Baat het niet, dan schaadt het niet”, zegt ze. Ze heeft goede hoop dat Fritz zich niet door knallen van de wijs laat brengen. „Laatst hoorde ik bij het uitlaten een rotje, maar hij bleef rustig.”

Cursist Margreet Ernst uit Almere is met Stacy, een enkele maanden oude jack russell. Verwoed stuitert het dier rond. „Een terriër, hè”, zegt een medewerker van het asiel. „Die zijn fel hoor.” Margreet Ernst: „Ik zit hier al op puppycursus. Nu deze cursus. Heel goed. Ik hou zelf óók niet van vuurwerk.”

De honden staan in een cirkel op het gras, kwispelend en ongeduldig. „Doe geen onzin”, snerpt een vrouw tegen een hondje dat ze een rood shirt heeft aangetrokken.

De bazen krijgen te horen dat ze eerst lekker met hun hond moeten spelen. Veenstra: „Daarna gaan we de honden laten wennen aan het vuurwerk. Maar ik ga niet eerder knallen dan dat jullie als malloten over het gras rennen.”

De hondjes spelen zich een slag in de rondte. Vervolgens worden ze aangelijnd en lopen rondjes over het gras. Medewerkers van het asiel maken herrie. Een ketting rammelt in een etensbak. Twee planken kletsen tegen elkaar. Als de honden daar van schrikken en aan hun lijn trekken, waarschuwt Veenstra, moeten de baasjes daar niet aan toegeven. „Een strakke lijn bevestigt zijn gedrag. Daarmee zeg je eigenlijk: je mag bang zijn, want ik ben óók bang. Maak die strakke lijn dus los.”

Vier honden moeten de cursus voortijdig verlaten. Ze zijn té angstig. De dappere overblijvers mogen loslopen. Wild spelen ze met elkaar. De herrie lijken ze te vergeten. Instructeur Veenstra haalt, naar eigen zeggen „illegaal”, vuurwerk uit zijn zakken en steekt het stiekem aan.

Pang!!! Pang!!!

De meeste honden kijken niet op of om. Veenstra: „Je ziet het. De honden hebben het zo druk met elkaar, dat een knal meer of minder niet uitmaakt.”

Dat is het idee: je hond afleiden tijdens het vuurwerk. En vooral niet je hond belonen als hij bang is voor geluiden die hij niet thuis kan brengen, zoals onweer, vuurwerk of vrachtwagens. Veenstra: „Niet samen met je hond onder tafel kruipen en hem troosten of aaien. Daarmee zeg je: je hebt gelijk dat je bang bent.” Wat je wel moet doen: de knallen negeren en lekker spelen met je hond. En als je straks je hond uitlaat en een paar jochies steken rotjes af? „Word dan niet boos en ga niet met die jochies in discussie. Ga lekker spelen met je hond.”

Best nuttig zo’n cursus, vindt Dave Coenen uit Almere. Hij loopt achter een snuffelende grote Zwitserse sennenhond aan. Kaiser, veertien weken oud. Met engelengeduld wacht Coenen tot Kaiser alle hoeken en gaatjes van het dierenasiel af heeft gesnuffeld. „Ik had vroeger een hond die erg bang was voor vuurwerk. Ik dacht: laat deze hond vroeg aan vuurwerk wennen, dan valt het met die angst wel mee.”

    • Arjen Schreuder