En verwacht ook maar geen goud in Londen

Er wordt hard gewerkt om van Nederland weer het beste hockeyland te maken.

Maar Nederland is op de Olympische Spelen geen favoriet, zegt Van Ass.

Valentin Verga (L) of the Netherlands and Dean Couzins of New Zealand vie during their playoff for 3rd and 4th on the finals day of the men's hockey Champions Trophy in Auckland on December 11, 2011. The Netherlands beat New Zealand 5-3. AFP PHOTO / Michael BRADLEY AFP

De Nederlandse hockeyers hebben bij de Champions Trophy in Nieuw-Zeeland brons gewonnen door in de troostfinale het gastland met 5-3 te verslaan. „Hiermee herbevestig je je positie als nummer drie van de wereld”, stelde bondscoach Paul van Ass vast. Zaterdag betekende de nederlaag tegen Spanje (3-1) uitschakeling voor de finale, nadat donderdag Australië al veel te sterk was in de finalepoule.

De bronzen medaille is niet teleurstellend, zegt Van Ass aan de telefoon vanuit Auckland. „Het is toch Nieuw-Zeeland waar je tegen moet, dat met een fantastisch thuispubliek speelt. Steeds duwden zij terug op het moment dat wij scoorden, maar de tweede helft was voor ons.”

De Champions Trophy is het laatste grote toernooi voor de Olympische Spelen in Londen volgend jaar. De afstand tot wereldkampioen Australië, dat gisteren voor de vierde keer op rij de Champions Trophy won, is in de woorden van Van Ass „nog een eind fietsen”. De individuele fouten in de Nederlandse verdediging kostten per wedstrijd gemiddeld twee doelpunten. Te veel om in wedstrijden tegen de sterke landen te kunnen compenseren met aanvalslust. Zeker als de strafcorner zo dramatisch loopt als afgelopen week.

U zegt: dit is een bevestiging van de positie als nummer drie. Dat wordt in Nederland niet als leuk ervaren.

Van Ass: „Waarom wordt dat niet als leuk ervaren? We waren van 1996 tot en met 2000 ontzettend goed [olympisch kampioen in Atlanta en Sydney, wereldkampioen in Utrecht in 1998], maar daarvoor en daarna was dat minder. We zijn al bijna twaalf jaar bezig om terug te komen als nummer één van der wereld. Daar is heel veel voor nodig. Nu moeten er twee talentvolle lichtingen bij elkaar komen, dat kost tijd. We hebben hier eremetaal gepakt met een sterk verjongde groep. Het spelen van een finale was een ontzettend mooi meetmoment geweest, daarom was de teleurstelling ook groot dat we die niet hebben gehaald.”

Dit team is talentvol, maar als de hoofdprijzen verdeeld worden geeft het niet thuis. Wat gaat u doen het komende half jaar?

„Er komen nog een aantal mensen bij zoals Floris Evers, Marcel Balkestein, Robbert Kemperman, Laurence Docherty. En met die breedtegroep ga ik aan de slag. Gedurende de competitie komen we maandag, dinsdag en woensdag bij elkaar en er volgen nog twee oefenstages. Het Nederlands elftal valt niet meer uit elkaar tot de Spelen. Nu gaat het pas beginnen. Dan wordt het mooi om de potentie van deze jonge ploeg te zien.”

Het gaat nu pas beginnen? U heeft steeds gezegd dat je een toernooi moet winnen om favoriet te zijn op de Spelen. Die zijn er niet meer.

„Die opvatting heb ik nog steeds. We moeten reëel zijn. Ik zeg niet dat we niet verder komen dan de derde plaats op de Olympische Spelen, maar we zijn geen favoriet. Natuurlijk had ik hier graag de finale gespeeld, dat is niet gelukt. Van Duitsland hebben we nu een aantal keer gewonnen, alleen de EK-finale niet. Daar kunnen we dus de strijd mee aan. Alleen Australië ligt wat verder voor.”

Waarom is Nederland niet meer het beste hockeyland?

„Wij hebben wel de sterkste competitie, maar niet de beste hockeycultuur. Dat zijn twee verschillende dingen, maar die worden nogal eens door elkaar gegooid. De Australiërs denken in termen van strijd en zijn een stuk opportunistischer. Zij schenken veel aandacht aan de duelkracht. Dat strijdcomponent zie je bij hen in elke sport terug. Wij gaan nu ook op stage naar Australië om vier keer tegen ze te spelen. Daar hoop ik veel van te leren. En Australië is ook wel nieuwsgierig naar ons, zij nemen ons ook heel serieus.”

Oud-international en Telegraaf-analist Jacques Brinkman constateert een gebrek aan zelfreflectie. Hoe beoordeelt u uw eigen functioneren?

„Ik heb gehoord dat hij cijfers geeft. Ik heb tegen de jongens gezegd: let daar maar niet op. Wat mijn functioneren betreft, daarover praat ik samen met de hockeybond. Dat is ook far out of my league. En eerlijk gezegd ook uit jouw league. We hebben met de bond een plan opgesteld en ik doe daarbinnen gewoon mijn werk.”

    • Bart Hinke