Een gecompliceerd compromis

De verantwoordelijke bewindsman over Europa: „Het heeft weinig zin om er voor of tegen te zijn. Dat is alsof je voor of tegen zuurstof bent.”

De wekker stond donderdagochtend een uurtje later. Staatssecretaris Ben Knapen (Europese Zaken, CDA) had geleerd van vorige crisistoppen. Na de marathonvergadering in oktober was de kans groot dat het opnieuw nachtwerk zou worden in Brussel. Knapen kreeg gelijk. Vrijdagochtend tegen vijven waren de regeringsleiders van de Europese Unie eruit. Er moet een nieuw verdrag komen dat het voor landen nagenoeg onmogelijk maakt opnieuw torenhoge schulden op te bouwen. Uiteindelijk steunt alleen het Verenigd Koninkrijk de afspraken niet.

Was het veto van het Verenigd Koninkrijk een verrassing?

Knapen: „Duitsland was vastbesloten fundamentele zaken te repareren. Het was pas in een laat stadium duidelijk wat de Britten eisten in ruil voor hun toestemming. Ze wilden een veto over financiële regelgeving, de europeanisering van bankentoezicht moest worden afgezwakt en de herkapitalisatie van banken moest anders. Dat stond haaks op wat Duitsland en de anderen wilden. Als gevolg bleek het onmogelijk de verschillen te overbruggen. Dat is jammer, want wij hadden de Britten er graag bij gehouden.”

Waarom?

„Economisch en politiek is het een belangrijk land. Bovendien is het beter en preciezer om het verdrag te wijzigen, dus met instemming van alle 27 EU-leden, dan via een bypass een apart intergouvernementeel verdrag op te stellen. Dit is het beste onder de gegeven omstandigheden”

Is dit het historische moment waar de Britten met Europa breken?

„Weet ik niet. Journalisten en politici hebben de neiging gebeurtenissen in hun historische context te willen plaatsen. Ik hoop dat uiteindelijk blijkt dat het Britse veto een incident betreft.”

De Nederlandse bewindslieden gingen naar Brussel met drie wensen. De Europese crisiskas moest zo groot mogelijk gemaakt worden om de onrust op de markten te bezweren. De sancties om toekomstige begrotingszondaars te straffen moesten automatisch in werking treden. Tot slot wilde Nederland dat alle 27 EU-leden betrokken werden bij besluiten over de toekomst van de Unie en de euro.

Geen van drie wensen heeft ongeschonden de slotverklaring gehaald.

„Zo kan je dat niet zeggen. Als een land de begrotingsafspraken schendt, wordt het met de nieuwe stemprocedure in de Raad knap ingewikkeld om sanctievoorstellen van de Europese Commissie tegen te houden. Zoals Frankrijk en Duitsland zich in 2003 niet aan de regels hielden, kan nu niet meer. Wij hebben altijd gezegd: zo automatisch mogelijke sancties, idealiter met alle 27 leden.”

Waarom is het niet gelukt meer geld vrij te maken voor het Europese noodfonds?

„Uiteindelijk was dit waar iedereen zich op dit moment in kon vinden. Nederland is niet ongenegen het Europese fonds hoger te maken dan het is. Maar in Duitsland is dit politiek onmogelijk. In Frankrijk ligt het financieel lastig, aangezien de kredietbeoordeling in het geding komt. Het grootse pluspunt van dit akkoord is dat besloten is 200 miljard aan het Internationaal Monetair Fonds te lenen. Er moet nog met de overige leden van het IMF gesproken worden over de aanvulling van die 200 miljard.”

Tot nu toe is het Europese politici niet gelukt financiële steun te krijgen van kapitaalkrachtige landen. Waarom nu wel?

„Ik was anderhalve week geleden in Peking. Ik merkte dat China toewijding verlangde van de Europese landen. Uit de geluiden die ik het afgelopen weekend ontving, maak ik op dat China al een stuk positiever is over een bijdrage. Het noodfonds is maar één kant van het verhaal. De andere kant is dat er majeure stappen worden gezet. Kijk bijvoorbeeld ook naar de aangekondigde bezuinigingen en hervormingen in Italië.”

Waarom is de bijdragen van de private sector aan toekomstige reddingen geschrapt? Nederland was daar toch altijd voorstander van?

„Nederland is altijd voorstander geweest van de IMF-route. En het IMF zet nooit betrokkenheid van de private sector voorop. Stap één is saneren. Stap twee is groei bevorderen. Pas als dat niet aanslaat, komt de positie van schuldhouders ter sprake. Het klopt dat je daar heel terughoudend mee moet zijn, want het veroorzaakt onrust op de financiële markten. In het akkoord volgen wij die lijn door te zeggen dat Griekenland een uitzonderlijke situatie betreft.”

Volgens de akkoord mogen landen een begrotingstekort van 0,5 procent hebben, volgens het stabiliteitspact 3 procent. Hoe verhouden die twee regels zich tot elkaar?

„De afspraak is dat een land in overtreding is als het tekort boven de 3 procent uitkomt. Maar het moet de ambitie zijn in de regel structureel, dus over de langere termijn, niet boven de 0,5 procent te zitten. Dat betekent dat landen in goede jaren overschotten moeten creëren. Maar het sanctiemechanisme treedt pas in werking bij 3 procent. Dan gaat de Commissie zich er dwingender mee bemoeien”

Dus schrijft Brussel de nationale politiek de wet voor.

„We hebben altijd al gezegd dat het Stabiliteitspact zo moet worden dat iedereen verplicht is zich eraan te houden. Maar wie zich eraan houdt, maakt vervolgens zelf uit hoe de middelen worden besteed. Daar gaat Brussel niet over. Wij dragen geen bevoegdheden over aan Brussel, want die bevoegdheden hebben we nooit gehad. We hadden niet de bevoegdheid in Italië in te grijpen omdat de Italiaanse begroting uit de hand liep.”

U gelooft niet dat een muntunie niet zonder politieke unie kan?

„De EU bestaat bij de gratie van de kracht van de lidstaten. Ik geloof niet in een unie waarin lidstaten opgaan en verdwijnen. Dat zou de kracht van de Unie – hoe mooi het er misschien op de tekentafel ook uitziet – juist ondermijnen. Wij zijn onderdeel van Europa, het heeft weinig zin om er voor of tegen te zijn. Dat is alsof je voor of tegen zuurstof bent. Maar het valt of staat bij de legitimatie die nationale politici bij hun kiezers kunnen halen.”

Hoe zou een Amerikaan of een Chinees nu dit resultaat van de top bekijken?

„Als je hiernaar kijkt vanuit China, waar ze niets anders kennen dan de staat, is het vrij gecompliceerd. Elke keer weer dat overlegcircus. Van de andere kant hebben ze er ook belang bij hun best te doen dit goed te begrijpen. Wij zijn voor China het belangrijkste exportgebied. De luxe om hoofdschuddend weg te wandelen, hebben zij niet. Ook zij zijn onderdeel van het stelsel. Maar vanuit de ouderwetse staatstermen geredeneerd zal het wel eens leiden tot hoofdschudden. Het is ingewikkeld. Ook voor ons.”

En de uitkomst van de afgelopen top heeft het niet simpeler gemaakt.

„Er is nog nooit een uitkomst in Brussel geweest die unisono helder is voor iedereen. Het zijn altijd vrij gecompliceerde compromissen. Maar ja, dat is wel de politieke realiteit van Europa.”

Maar de beleggers, die hebben nu niet de gevraagde zekerheid.

Wij doen niet anders dan proberen om wat internationale markten vragen en datgene wat passend is bij ordelijke democratie met elkaar in overeenstemming te brengen. Dat volgt zijn eigen tempo en heeft het karakter van een diesel. Dit gaat langzaam, stap voor stap en we zijn er een aantal jaren mee bezig. Het ongeduld dat iedereen heeft, staat haaks op de wijze hoe je dit binnen democratieën kunt en hoort te regelen. Markt is één ding, democratie hoort er ook bij.”