Echte held strijkt niet met eer. In de politiek komen daar ongelukken van

De dood van Socrates, Jacques-Louis David. Metropolitan Museum of Art, NY

De mens is geneigd tot imitatie. Leren van elkaar, leven in groepen. Evolutionair gezien een welkome eigenschap. Maar in de kudde vertrappen we weleens een bloemetje, soms zelfs een heel plantsoen. De enkeling die ons dan op het rechte pad brengt, belonen we pas als vele neuzen dezelfde kant op staan en we ons van de domme kunnen houden.

Het sociale universum waarin een held opereert, maakt heldenmoed lastig te duiden. Denk aan de roem, het streven hiernaar doet afbreuk aan de ogenschijnlijke belangeloosheid. Of neem al die helden uit het verleden die het establishment verdreven en daarna zelf de tiran uithingen.

Kleden we het heldendom in met waarden, dan blijkt dat we in de etikettering nogal onzorgvuldig zijn geweest. Waarom ligt het Rode Boekje bijvoorbeeld niet meer op het nachtkastje van linkse politici? Is dat alleen omdat de uitvoering van het ideaal nogal ruw verliep? En waarom is Dirk Scheringa, ooit de grote vriend van de liberalen, opeens uit de gratie? Hij was als slimme ondernemer en geldmaker toch een voorbeeld voor ons allen?

De culturele vluchtigheid van het fenomeen ‘held’ is deze maand het thema van Filosofie Magazine. De held wordt hierin neergezet als een spiegel van onze deugden. Maar zodra die spiegel gaat leven - menselijke trekjes vertoont, sociale relaties aangaat – wordt het een onding. Macht corrumpeert, niet in de laatste plaats bij helden.

Een belangeloze, risicovolle actie in dienst van de ander

Het tijdschrift wijst ons gelukkig op het Heroic Imagination Project (HIP), een kennis- en trainingsinstituut dat gewone mensen helpt ‘het juiste te doen’ en een hanteerbare, conceptuele definitie aan heldhaftigheid geeft. “Wie heldenmoed toont, bewijst een dienst aan één of meer mensen in nood of de gemeenschap als geheel”, leert de website van HIP. “Een vrijwillige, belangeloze actie, die niet zonder risico is voor het eigen lichaam, status of kwaliteit van leven. De held verdedigt een morele zaak of iemands bestaan.” Voorzitter van deze heldenschool is Philip Zimbardo, een sociaal-psycholoog die in 1971 bekendheid verwierf met zijn Stanford Prison Experiment, waarbij studenten zich in de rol van bewaker ontpopten als sadisten.

De held en de schurk lijken in karakter mijlenver uit elkaar te liggen. Het lastige is echter dat uitingen in slecht- of goedheid meer met omgeving dan met de aard van het beestje te maken hebben. Filosofe Hannah Arendt kwam al tot het inzicht dat Hitlers Holocaust dreef op een gebureaucratiseerd systeem waarin niemand anders dan Der Führer verantwoordelijkheid droeg. Een idee waartegen Martin Luther King tekeer ging in zijn strijd voor rassengelijkheid: wie een onrechtvaardig systeem duldt, werkt ermee samen en is zodoende medeplichtig.

King heeft gelijk, maar dat besef is helaas niet menseigen. Dat is niet alleen negatief: de neiging om elkaar te imiteren en te volgen heeft de mensheid veel gebracht. De held komt pas in beeld als de kudde de verkeerde kant op dendert. Iemand die inziet dat de doorgaans gewenste beïnvloeding door anderen, soms verkeerd uitpakt - vervolgens onafhankelijk denkt en daarnaar handelt, ter verdediging van het moreel of iemands lijf en leden.

Helden bevrijden zichzelf uit het fatalisme van het moment

Invloed is dus de gemene deler in het duiden van schurkengedrag en heldendom. Zimbardo hanteert in een interview met Rein Gerritsen, medewerker van Filosofie Magazine, het begrip ‘cognitieve dissonantie’, de onaangename spanning die ontstaat als je iets ziet of hoort dat strijdig is met je eigen overtuigingen. “Sommigen conformeren zich aan de groepsdruk als ze iets zien gebeuren dat ze onrechtvaardig vinden. Ze praten dat dan recht door zoiets te zeggen als ‘Het is een taak van de overheid om dat te bestrijden.’ Op die manier laten ze de cognitieve dissonantie verdwijnen. Anderen vinden dat ze daar zelf wat tegen moeten doen. Vooral die laatste groep interesseert me. Wat maakt dat mensen als het ware boven zichzelf uitstijgen?”

Helden zijn volgens Zimbardo in staat om een afweging te maken tussen hun idealen van vroeger en hoe de toekomst eruit zou moeten zien, met als gevolg dat ze niet langer meer verstrikt raken in het fatalisme van alleen dit ene moment.

Dit soort situaties kunnen zich voordoen in de tram, waarin een enkeling asociaal gedrag vertoont en vrijwel niemand daartegen durft op te treden, maar ook in een bureaucratisch apparaat als de Europese Unie, waar twaalf jaar geleden niemand optrad tegen gesjoemel met honderden miljoenen euro’s. Niemand, behalve klokkenluider Paul van Buitenen, een accountant (en later politicus) die een plekje heeft gekregen in Zimbardo’s boek The Lucifer Effect: Understanding How Good People Turn Evil (Random House, 2007). Van Buitenen toonde aan onder welke omstandigheden mensen tot corruptie geneigd zijn. De Commissie, het orgaan met eindverantwoordelijkheid, trad vervolgens af. De organisatiemoraal werd hersteld, maar niet voordat Van Buitenen eerst op non-actief werd gesteld.

Gecultiveerd martelaarschap is vals heldendom

Bijzonder is het heldenverhaal over Socrates, de grondlegger van de westerse filosofie. Op de markt (agora) in Athene ging hij met iedereen de dialoog aan over rechtvaardigheid, vroomheid en dapperheid. Waarden die haaks stonden op het gedrag van de zelfverrijkende elite van die tijd. Dit bestuursondermijnende gediscussieer kwam Socrates duur te staan: hij moest de gifbeker drinken, officieel wegens het niet eren van de goden en zijn ‘verderfelijke invloed op de jeugd’. Als hem de kans wordt geboden te ontsnappen, weigert hij: de filosoof vond het onrechtvaardig om zich te ontrekken aan de wetten waarop zijn veroordeling is gebaseerd.

Moreel onkreukbaar, zo beschrijft redacteur Leon Heuts in Filosofie Magazine dit optreden. “Ook als het om het hoogste offer vraagt.” Nastrevenswaardig ook, want wie wil niet als een Socrates de geschiedenis ingaan? Toch is bij een martelaarsdood de grens tussen enscenering en oprecht offer flinterdun, benadrukt Heuts. “Enkele eeuwen later zou de Romeinse wijsgeer Seneca zijn door Nero afgedwongen einde modelleren naar dat van Socrates. Hij regelt zelfs notulisten om zijn laatste gedachten vast te leggen.”

Problematisch wordt het als de martelaarsdood gecultiveerd wordt. Zoals in het vroege christendom en recenter de fundamentalistische islam. “Martelaarschap werd een soort heldenstatus in het hiernamaals”, zegt historicus Fik Meijer, auteur van Bejubeld & Verguisd (Athenaeum, 2008) in Filosofie Magazine. “Hiermee hoopten mensen dichter bij God te komen. In feite gaat er dan toch weer een streven naar persoonlijke roem achter schuil. Het is een vals heldendom.”

Sterf niet voor je idee, leef ervoor

Wie de held is, en wie de schurk, hangt volgens Meijer af van wie het in een samenleving voor het zeggen heeft. Zo bezien moet het heldenconcept van Zimbardo altijd nog ingekleurd worden door de tijdsgeest en heersende moraal van een bepaalde cultuur. Wat natuurlijk ook inhoudt dat een held niet altijd bij leven, maar soms vele jaren na zijn overlijden, wordt aangemerkt als held, of juist in onmin raakt. Denk aan Mao Zedong, de in 1976 overleden Chinese dictator die door linkse, Nederlandse politici jarenlang vereerd werd en nu wegens zijn moordpartijen verguisd wordt.

Dat brengt ons tot de vraag of een held over lijken mag gaan. Albert Camus (1913-1960), een Algerijns-Franse denker, was in het naoorlogse Parijs één van de weinige intellectuelen die het communistische adagium ‘dat je een eitje moet breken om een omelet te maken’ verwierp.

Daan Roovers, hoofdredacteur van Filosofie Magazine, portretteert hem als een held die ‘argwanend zou fronsen’ bij zo’n compliment. Camus had namelijk genoeg van de heldenverering van zijn tijd, koesterde er zelfs een diepe weerzin tegen. “Ik heb genoeg van mensen die sterven voor een idee. Ik geloof niet in heldendom, ik weet dat het gemakkelijk is en ik ben erachter gekomen dat het moorddadig is. Wat mij interesseert, is leven en sterven voor wat je liefhebt.”

We moeten optreden tegen onrechtvaardigheid, stelde Camus, maar we mogen niet dezelfde fout maken als de onderdrukkers. Vandaar dat hij het gewelddadige verzet van de Algerijnen, die in 1954 in opstand kwamen tegen het koloniale Franse bewind, afwees. Hij sympathiseerde met hun zaak, maar verafschuwde hun middelen.

Wees voorzichtig met het omarmen van verzetshelden, waarschuwt ook Fik Meijer. “Niemand weet nog wat die Arabische revolutie zal brengen. We kunnen alleen maar hopen dat het een verbetering zal zijn. De helden van vandaag zijn ook vaak de dictators van morgen.”

Eerder in deze serie:
Gekken aan het roer. Helemaal niet zo’n slecht idee
Het intellect ligt aan de basis van het grofste geweld
Het Kill Team is angstaanjagend normaal
Politiek heeft draaikonten nodig. Naar voorbeeld van Lincoln
Wie diagnosticeren we nu eigenlijk: Breivik of de samenleving?
J.D. Salinger schreef lekker door terwijl zijn kameraden beschoten werden
Steve Jobs een natuurtalent? Welnee, hij had gewoon wat geluk
Profiel Arianna Huffington: van angsthaas tot sociale wervelstorm
Tocqueville en de tirannie van de meerderheid
Wees niet bang. De samenleving is veiliger dan ooit