De prijs van de reddingsacties

Na vijf weken met openbare verhoren van de politieke, ambtelijke, toezichthoudende en feitelijke crisismanagers tijdens de bijna-implosie van de Nederlandse financiële sector in 2008 en 2009 gaat de parlementaire enquêtecommissie-De Wit lessen formuleren. In afwachting van het officiële tweede rapport van de commissie kunnen zes observaties worden gedaan. De commissie onderzoekt onder meer de nationalisatie van ABN Amro à 16,8 miljard euro (2008) en de dubbele steun voor ING (2008/2009). Het eerste, vorig jaar afgesloten onderzoek ging over de oorzaken van de crisis en leidde tot het rapport Verloren krediet.

De eerste observatie is dat de ondervragingen, afgezien van de blunder van het Kamerlid Dion Graus (PVV), steviger waren dan in het eerste onderzoek. Kamerleden staan echter, hoe goed zij zich ook voorbereiden, altijd op achterstand tegenover het deels Angelsaksische jargon van de geldwereld. Dat hoeft niet erg te zijn. De verhoren zijn er niet voor de kijkcijfers. Zij moeten de commissie een beeld geven van de (botsende) belangen en ego’s die schuilgaan achter de 200 meter documenten.

Tweede observatie: de recente financiële geschiedenis moet op één punt worden aangevuld. Begin 2009 had het kabinet een wet klaar om ING te nationaliseren. Dat onderstreept zowel de hoge inzet als de bijna acute noodsituatie. De commissie zal, en dat is de derde observatie, recht moeten doen aan dit tasten in het duister van alle betrokkenen.

Het tegenovergestelde van deze urgentie was een bijeenkomst halverwege augustus 2008 van minister-president Balkenende met onder meer de top van ING en Fortis. Abstracte zorgen werden gedeeld, maar de reële ernst bleek zeven weken later, toen eerst Fortis en vervolgens ING met de rug tegen de muur miljardensteun moesten krijgen. Dat leidt, vierde observatie, tot de vraag die de commissie best mag beantwoorden: heeft de geldwereld zijn zaken nu wél op orde?

Observatie vijf: het werk van de commissie is meermaals overschaduwd door de Europese schuldencrisis. Het onderzoek naar de kredietcrisis kwam laat op gang. Laat de Tweede Kamer nu de basis leggen voor een commissie-eurocrisis. Onderzoeken is ook vooruitzien.

De commissie heeft veel aandacht besteed aan de nationalisatie van ABN Amro, een ingreep van ongekende omvang. Zij maakt een punt van het budgetrecht van de Kamer, dat is gepasseerd, en van de prijs van bijna 17 miljard euro. Als de stabiliteit van het geldstelsel op het spel staat, valt er echter niets te kiezen. De prijs die het kabinet bij de nationalisatie betaalde is een koopje geweest gezien het gestelde doel: het geldstelsel redden en economische en maatschappelijke ontwrichting voorkomen. Hoe het bedrag nog kon oplopen tot bijna 30 miljard euro, is een vraag die de commissie gedetailleerd moet beantwoorden.