De nieuwe Bosatlas

Het woord zegt het al: cartografie, dat is ‘schrijven met kaarten’ – verhalen vertellen aan de hand van afbeeldingen. De loop van staatkundige grenzen in de feodale Nederlanden, die een lappendeken waren van hertogdommen, graafschappen en andere landsheerlijkheden, laat zich niet in woorden vatten. De oplossing is eenvoudig: een kaart volstaat.

Niettemin ontbreekt het in veel historische boeken aan cartografie. Want cartografie is de meeste uitgevers te duur. Grafische geschiedschrijving vergt nu eenmaal bronnenonderzoek, deskundige tekenaars en boeken die in kleur worden gedrukt.

Maar nu is er De Bosatlas van de Geschiedenis van Nederland (Noordhoff, € 99,95, tot 1 jan 2012. Daarna € 119,95). En inderdaad is die direct een succes: de atlas kwam met stipt op de vierde plaats binnen in de CPNB Bestseller Top 60 en staat daar inmiddels al acht weken in, nu op plaats 35.

Het boek is 4,5 kilo zwaar, 576 pagina’s dik en 28 x 38 centimeter groot. Hij bevat ruim 1.500 kaarten en grafieken, en biedt 20 procent toelichtende tekst naast deze afbeeldingen. Het is „de dikste en meest complexe atlas die we ooit hebben gemaakt”, zegt uitgever Peter Vroege.

Het Nederlands-historische standaardwerk heeft 14 chronologisch geordende hoofdstukken, van de prehistorie tot en met de ‘hedendaagse geschiedenis’. Dat is bijzonder. Tientallen jaren werden de atlassen, tot veler verwarring, meestal thematisch ingedeeld: ‘58 miljoen Nederlanders en hun voedsel’.

Elk hoofdstuk begint met twee pagina’s tijdbalken voor het brede overzicht, en een Europese kaart om de Lage-Landen-delta in internationaal perspectief te tonen. De kaart van Europa in 1555 maakt bijvoorbeeld direct duidelijk hoe versnipperd het gebied van de Spaanse koning, inclusief de Nederlanden, was en hoe hij klem zat tussen zowel de Franse koning als de Ottomaanse sultan.

Na dit overzicht in vogelvlucht volgen kaarten en grafieken over de Nederlandse politiek, sociale economie, cultuur (inclusief religie) en het landschap (ruimtelijke ordening). Een overzicht van het culturele erfgoed uit elk van de beschreven perioden dat ook nu nog te zien is besluit het hoofdstuk.

Zo is de atlas ook een reisgids die de weg wijst naar circa duizend Nederlandse lieux de mémoires – naar het Paleis op de Dam en de Deltawerken, en naar minder bekende plekken als de Donderberg bij Rhenen (het grootste teruggevonden grafveld, uit de vroege Middeleeuwen, met 1.100 doden) en statige boerderijen als Hamsterborg in Den Ham en Kwistenburg te Kwadendamme.

Een klassiek naslagwerk is deze atlas niet. De makers (zes cartografen en een tekstredactie, bijgestaan door circa vijftig deskundigen van universiteiten en erfgoedinstellingen) wilden een kijk- en leesboek maken. Op 250 dubbele pagina’s worden even zo veel afgeronde verhalen verteld.

Zijn luxe uitgevoerde werken als deze de laatste opleving van de boekdrukkunst? Worden ze binnenkort niet weggedrukt door grafische animaties voor digitale tablets en andere beeldschermen? „Nee”, meent Vroege. „Boeken als dit passen juist perfect in het internettijdperk. Mensen staan bloot aan een overdosis informatie. Ze zoeken overzicht, houvast. Een boek geeft dat. In tegenstelling tot internet, is het fysiek te overzien. Bovendien heeft een atlas nog altijd emotionele waarde: het voelt als verrijkend en ontspannend om zo’n kleurrijk boek te lezen en door te bladeren.”

Gijsbert van Es