Bij 'drie' begint de chaos

Drie. Is het te veel? Of juist een heilig getal? Ook binnen de muziek kun je daar in vele toonaarden lang over delibereren.

Neem het pianotrio. Het bezit de helderheid van een viool- of cellosonate, maar met de grandeur van die extra stem. Anderzijds begint bij ‘drie’ de chaos. Eén is solo, twee een dialoog van stem en tegenstem. Maar wat is drie? De Pirahã-indianen kennen het getal drie zelfs niet; daar tellen ze pragmatisch van „één, twee, veel”.

In het Muziekgebouw aan ’t IJ vormde Eén dag in het teken van 3 zaterdag een van de eigenzinnige seizoenshoogtepunten. De dag bevatte concerten (eigentijds, klassiek en jazz), maar ook een lezing van universiteitshoogleraar Robbert Dijkgraaf, die net voor hij naar Princeton vertrekt een soort Harvard Lecture („Goh, ik begin mijn colleges nooit met applaus!”) hield over het getal drie in de geschiedenis van wis- en natuurkunde.

Alleen al zijn extreem diverterende én verlichtende college tilde de triodag ver uit boven de middelmaat, want Dijkgraaf is een van die zeldzame sprekers die abstracte en hypercomplexe thema’s op een sprankelende manier inzichtelijk weet te maken voor leken. En een man die met bronzen stem spreekt over „een ontroerend kleitabletje”, nou ja, die heeft bij een Muziekgebouw met veel vrouwen in de zaal sowieso drie dikke strepen voor.

En dus wisten we dat bij ‘3’ de voorspelbaarheid ophoudt toen celliste Quirine Viersen, violiste Antje Weithaas en pianiste Silke Avenhaus aansluitend pianotrio’s speelden van Sjostakovitsj (nr. 1: een romantisch jeugdwerkje) en Schubert (het tweede, met dat cellomotief dat nog dagen melancholiek in je hoofd blijft rondzingen).

Zowel daar als bij Dijkgraaf zat de benedenzaal vol. Hopelijk concludeert het Muziekgebouw daaruit dat het een goed idee is meer van dit soort prikkelende ‘out of the box’-festivalletjes te brengen.

Mischa Spel