Barcelona wint, want meeste balbezit

Real Madrid was vooraf licht favoriet in de thuiswedstrijd tegen Barcelona. Maar na negentig minuten was de ontnuchtering groot. Het Barça van Guardiola bleek nog steeds een klasse beter.

Wie dacht dat het tijdperk van het glorieuze FC Barcelona van trainer Pep Guardiola voorbij was, kwam zaterdagavond bedrogen uit. De blaugrana zette aartsrivaal Real Madrid in het Estadio Santiago Bernabéu met een 3-1 overwinning te kijk en hoopt volgende week in het Japanse Yokohama de wereldbeker voor clubteams te veroveren. „We houden altijd vast aan onze filosofie. En we kunnen ook maar op één manier spelen”, zei Guardiola na de zege in el clásico.

Real Madrid heeft de afgelopen jaren daarentegen van alles geprobeerd om de geoliede machine van Barcelona te ontmantelen. Van modern aanvallend voetbal tot fysieke gevechten. Keer op keer legde trainer José Mourinho het met ‘de Koninklijke’ af tegen het superieure Barça. En zo ook zaterdagavond. De Catalaanse middenvelder Xavi vatte het verschil in één zin samen. „We waren te goed voor Real Madrid.”

De filosofie van Barcelona is gestoeld op een wijsheid van clubicoon Johan Cruijff: ‘Als wij de bal hebben kunnen hun niet scoren’. De laatste keer dat een tegenstander meer balbezit had dan FC Barcelona was op 7 mei 2008. Het was de dag dat Real Madrid thuis met 4-1 van de Catalaanse voetbalgrootmacht won. Real Madrid – met de Nederlanders Ruud van Nistelrooy, Wesley Sneijder, Arjen Robben en Royston Drenthe – won de landstitel een heerste in Spanje.

Barcelona vervolmaakte onder leiding van Guardiola het typische positiespel en speelde een reeks van 210 wedstrijden waarin de ploeg meer balbezit had dan de tegenstander. En doorgaans passte Barcelona de bal zo’n tweehonderd keer vaker dan de opponent. Spaarzame nederlagen bleken slechts incidenten. Real Madrid, de enige serieuze concurrent in de Primera Division, werd in onderlinge duels overklast.

Toch wist Real Madrid het verschil met Barcelona kleiner te maken. Tijdens de vorige clásico in Santiago Bernabéu op 14 augustus van dit jaar dwong Real niet alleen een 2-2 gelijkspel af, maar had de ploeg ook bijna evenveel balbezit. Drie dagen later won Barcelona de return in de strijd om de Spaanse Super Cup met 3-2. Dat was de wedstrijd waarbij Mourinho een vinger in het oog stak van assistent-trainer Tito Vilanova van Barcelona.

In vier maanden tijd wist Mourinho met Real het imago van de ploeg weer te veranderen. In een periode zonder onderlinge confrontaties met Barcelona schitterden los merengues in de Spaanse competitie en in de Champions League. Real Madrid won maar liefst vijftien duels op rij en evenaarde daarmee een clubrecord uit het seizoen 1960/1961. Destijds doorbrak de club onder leiding van Miguel Muñoz de heerschappij van Barcelona.

Mourinho is vorig jaar naar Madrid gehaald om hetzelfde te doen. In zijn eerste seizoen mislukte die missie hopeloos en onderging hij met een 5-0 nederlaag in Camp Nou zelfs de grootste vernedering uit zijn loopbaan. De Portugese coach zwoer wraak. De ultieme revanche had zaterdagavond in Madrid plaats moeten vinden. Bij een overwinning zou Real Madrid negen verliespunten minder hebben dan Barça.

Real, dat vorige week in de Champions League tegen Ajax veel basisspelers spaarde maar met een veredelde B-ploeg met 3-0 won in de Arena – begon zaterdag als favoriet. Al na 21 seconden scoorde Karim Benzema voor de thuisploeg, na geklungel in de Barcelona-verdediging en een foute pass van doelman Victor Valdes. Het was de snelste treffer ooit in de clásico. Maar Barcelona bleef kalm, ging het eigen spelletje spelen en boog de achterstand om in een voorsprong. Xavi en Iniesta heersten op het middenveld, Messi soleerde voorin. Door doelpunten van Alexis Sánchez, Xavi en Cesc Fábregas werd de eindstand 3-1.

Het verschil in balbezit was weer ontnuchterend: 32 procent voor Real Madrid, 68 procent voor Barcelona. Het dreamteam van Guardiola is nog niet op zijn retour.

    • Koen Greven