Bankbestuurders zullen bloeden

De aankoop van ABN Amro door RBS in 2007 leidde tot een schade van tientallen miljarden. Waarom worden de bankiers van toen niet voor de rechter gesleept?

Royal Bank of Scotland Chief Executive Sir Fred Goodwin (R) talks to Santander Chairman Emilio Botin after the extraordinary general meeting at the Royal Bank of Scotland headquarters in Edinburgh, Scotland August 10, 2007. Royal Bank of Scotland shareholders overwhelmingly approved the proposed 71 billion euro takeover of ABN AMRO, providing the third and final leg of approval from investors in the RBS-led consortium. REUTERS/David Moir (BRITAIN). NO ONLINE/INTERNET USAGE WITHOUT A FAPL LICENCE. FOR LICENCE ENQUIRIES SEE WWW.FAPL.COM. REUTERS

Het is voor velen de grote frustratie uit de financiële crisis van 2008: falende banken moesten voor miljarden door overheden worden gered, de belastingbetaler betaalde de rekening en de verantwoordelijke managers gingen vrijuit.

Dat moet anders.

„Als het onder de huidige regels niet lukt om individuen aansprakelijk te stellen, moeten we dan niet de regels aanpassen?”, vraagt Adair Turner zich hardop en retorisch af. De voorzitter van de Britse financiële toezichthouder FSA geeft in een rapport over de deconfiture van de Britse bank RBS ook al het door hem gewenste antwoord. Bestuurders en commissarissen van banken zullen wat hem betreft persoonlijk de gevolgen van hun falen moeten dragen. Bijvoorbeeld via het intrekken van bonussen, het vestrekken van boetes of het opleggen van beroepsverboden. De FSA-topman wil over zijn suggesties in elk geval een publiek debat aangaan. Hij is zelf immers geen wetgever.

Turner voert zijn pleidooi in een vanochtend verschenen, tweede onderzoeksrapport naar de oorzaken van de ondergang van Royal Bank of Scotland (RBS), in hetzelfde crisisjaar 2008. Toen moest de Britse overheid, net als in veel andere Westerse landen, voor tientallen miljarden bijspringen om het faillissement van de bank te voorkomen. Het Britse ministerie van Financiën stak in totaal 45,5 miljard pond (ruim 53 miljard euro) in RBS en kreeg daar ruim 80 procent van de aandelen voor. Dat belang is in drie jaar tijd meer dan gehalveerd in waarde.

De ondergang van RBS kent een complex van factoren als oorzaak. Toch stelt de FSA in het rapport The failure of The Royal Bank of Scotland onomwonden dat midden in de internationale systeemcrisis van 2008 het fiasco van RBS „uiteindelijk” veroorzaakt is door „slechte beslissingen door het management en de raad van commissarissen”.

Een van die kwalijke besluiten was de onfortuinlijke overname van ABN Amro in 2007, volgens de FSA een „extreem riskante transactie”. RBS leidde dat jaar het consortium (met Fortis en het Spaanse Santander) dat voor ruim 71 miljard euro de Nederlandse bank opkocht, in stukken hakte en onderling verdeelde. RBS betaalde zelf ruim 14 miljard euro voor de internationale zakenbankdivisie van ABN Amro.

Eind 2008 moest RBS een recordverlies van ruim 24 miljard pond bekend maken, vooral door toedoen van afschrijvingen op dat onderdeel van ABN Amro.

Niet alleen RBS kwam in grote problemen, ook het Belgisch-Nederlandse concern Fortis ging een jaar later bijna ten onder aan de aankoop (voor 24 miljard euro) van de Nederlandse retailbank van ABN Amro.

De Schotse topman Fred Goodwin, de architect van het miljardenbod op ABN Amro, werd gedwongen af te treden. Over 2008 kreeg hij geen bonus meer uitgekeerd, wel nog zijn volledige salaris van 1,6 miljoen euro. En over 2007, het jaar van de onverkwikkelijke overname, verdiende Goodwin bij elkaar 5,3 miljoen euro. Na zijn vertrek bleek hij bovendien over een pensioenuitkering te beschikken van ruim 760.000 euro per jaar. Dat leidde tot veel discussie in het Verenigd Koninkrijk.

Toezichthouder FSA toetste voor het nadere onderzoek naar de ondergang van RBS de wettelijke mogelijkheden om de voormalige verantwoordelijke bestuurders, zoals Goodwin, civielrechtelijk aansprakelijk te stellen. De juridische afdeling van de FSA kwam tot de conclusie dat er in de RBS-zaak te weinig bewijs te vinden was op grond waarvan zij met enig succes een zaak voor de rechter hadden kunnen brengen.

Om die reden pleit FSA-topman Turner nu voor strakkere regelgeving ten aanzien van bestuurlijke aansprakelijkheid in de financiële sector. „In een markteconomie nemen ondernemingen risico’s in het belang van aandeelhouders. Als managers fouten maken, is het aan de aandeelhouders om hen weg te sturen. Bij banken is dat anders, omdat grote fouten door bankiers tot veel bredere economische schade kunnen leiden. Het handelen van bankiers heeft niet alleen een aandeelhoudersbelang, maar een maatschappelijk belang.”

Volgens de FSA, die in het rapport ook kritisch is over de eigen toezichtsrol in aanloop naar de bankencrisis van 2008, is er inmiddels in de internationale regelgeving voor banken veel ten goede veranderd. Turner wijst bijvoorbeeld op de invoering van strakkere kapitaalseisen voor de bancaire sector, die onder de naam Basel III geleidelijk aan worden ingevoerd. Hij durft de stelling aan dat „als Basel III destijds al van kracht was, dan was RBS niet in staat geweest om een bod op ABN Amro uit te brengen.” Sterker nog: RBS zou onder dat regime vanaf 2005 niet eens dividend hebben kunnen uitkeren aan haar aandeelhouders.