Loslaten met Marijke

Marijke kijkt mij onzeker aan. Wil je echt meedoen? Ik knik. Hoewel haar blik mij een beetje ongerust maakt. Via een bekende die buurtgenoot is van Marijke hoorde ik over haar voornemen een vollemaansfeest te geven.

Het is zeven uur, de maan is net opgekomen. Marijke twijfelt. Ik vind het heel bijzonder dat je hier ineens voor de deur staat, zegt ze, maar doe je dan ook mee met het ritueel?
Nu ben ik het die twijfelt. Is het moeilijk?
Ze schudt haar hoofd en lacht. We doen geen rare dingen. Ze ziet er lief uit. Een groot, zacht gezicht met donkere pretoogjes. Ik zeg dat ik meedoe. In een flits zie ik mezelf naakt en gedrogeerd door een Amsterdamse achtertuin rollen. Maar ik besluit Marijke te vertrouwen. Geen rare dingen.
Ik loop door een brede gang de kamer in. Het is koud. De tuindeur staat open. In de piepkleine achtertuin staat een vuurkorf met daaromheen zeven mensen.
Dit is Marjolijn, zegt Marijke, ze stond zomaar voor de deur en dat vind ik mooi dus wat mij betreft mag ze meedoen. Even staart de groep mij aarzelend aan. Prima, bromt de enige man en de vrouwen vallen hem bij. Een voor een stelt iedereen zich voor. Ik krijg een glas groene thee. En dan is het stil. Ik heb geen idee wat we nu gaan doen. De groep kijkt serieus, een beetje gespannen. Behalve dan de man, die Rob heet en de man van Marijke blijkt te zijn.
Marijke wijst naar de maan. Het is een boommaan, legt ze uit, dat betekent dat we de oogst van afgelopen zomer herdenken en dan loslaten. Een voor een vertellen de aanwezigen wat hun belangrijkste oogst was van het afgelopen seizoen. Een nieuwe relatie, een vriendschap. Als ze de oogst hebben benoemd steken ze een kaars aan en zetten die in een grote pot aarde in het midden van de kring. Ik voel dat de groep een beetje ongemakkelijk is over mijn aanwezigheid. Een vreemde die intieme dingen hoort. Ik probeer zoveel mogelijk begrip uit te stralen. Als Rob aan de beurt is is hij lang stil. Ik heb niks geoogst, zegt hij dan. Marijke zucht. Nou Rob, steek dat niks dan maar aan. Met tegenzin houdt hij de aansteker bij zijn kaars.
En jij? vraagt Marijke plotseling. Ik schrik. Shit, ja, ik moet natuurlijk ook. In een paar seconden probeer ik mijn seizoensoogst te inventariseren. Ik kan niet kiezen. Als ik te lang stil ben legt Marijke een hand op mijn arm. Je hoeft het niet te zeggen. Gelukkig. Ik steek de kaars aan.
Marijke noemt het huwelijk van haar dochter. Ze kijkt daarbij nadrukkelijk naar Rob.
Als alle kaarsen aan zijn pakken de vrouwen links en rechts van mij mijn hand. Nu gaan we loslaten. Ik kijk omhoog. De maan schijnt fel op een grote wolk. Ik voel de handen van de vrouwen stevig knijpen. Rob kijkt stuurs naar de kaarsen. Marijke heeft haar ogen dicht. Geluiden van de stad waaien de tuin in, maar in de kring is het doodstil. Het voelt onwerkelijk, midden in Amsterdam in een zwijgende kring te staan, hand in hand met totale vreemden. Als alles is losgelaten laten we ook de handen los. Marijke deelt koekjes en gluhwein uit. Ze glimlacht naar me. Als je zin hebt om omhoog te kijken kun je hier altijd aanbellen. Vanuit onze tuin, zegt ze, heb je het beste uitzicht op de maan.

    • Marjolijn van Heemstra