In beeld

Ivorianen naar de stembus - maar lang niet allemaal

Beetje bij beetje druppelden de kiezers in Ivoorkust vandaag de stembureaus binnen. Ook al zijn het de eerste parlementsverkiezingen in elf jaar, de opkomst stak schril af bij die van de presidentsverkiezingen vorig jaar. De partij van Laurent Gbagbo, de oud-president die eerder dit jaar werd afgezet en in Den Haag vastzit in afwachting van zijn proces voor het Internationaal Strafhof (ICC) wegens misdaden tegen de menselijkheid, boycot de verkiezingen. President Alassane Ouattara bracht 's middags in Abidjan, de belangrijkste stad van het land, wel zijn stem uit en riep Ivorianen op hem te volgen. De boycot van Gbagbo's partij biedt waarschijnlijk mogelijkheden voor kandidaten die trouw zijn aan Ouattara.
Een stembureau in de noordelijk stad Bouake.
AFP / Issouf Sanogo
In een stembureau in de noordelijke stad Bouake brengt een vrouw haar stem uit.
AFP / Issouf Sanogo
Een vrouw toont aan de fotograaf van AFP haar wijsvinger met inkt, nadat ze heeft gestemd in Bouake.
AFP / Issouf Sanogo
Naast 25 duizend Ivoriaanse agenten en militairen, zijn er ook zevenduizend militairen namens de Verenigde Naties aanwezig om de veiligheid te garanderen.
AFP / Issouf Sanogo
Een tank van de VN in de stad Bouake.
AFP / Issouf Sanogo
Voor een stembureau in Abidjan staan een rij met mensen. De verwachte opkomst is echter laag.
Reuters / Luc Gnago
Een vrouw met op haar rug een baby brengt haar stem uit bij een stembureau in Abidjan.
Reuters / Luc Gnago
Medewerkers van een stembureau, met kleren in de kleuren van de nationale vlag van Ivoorkust, wachten op stemmers.
Reuters / Luc Gnago
Een vrouw brengt haar stem uit in een klaslokaal dat dienst doet als stembureau.
AFP / Issouf Sanogo
Alassane Ouattare, de president van Ivoorkust, samen met zijn vrouw bij aankomst bij een stembureau in Abidjan.
AFP / Sia Kambou
Onder grote belangstelling van de pers brengt president Ouattara zijn stem uit.
Reuters / Luc Gnago
Een medewerker van een stembureau in Abidjan wacht op stemmers.
Reuters / Luc Ggago