Zorg dan dat die ganzen daar niet kunnen eten

In de Haarlemmermeer broeden nauwelijks ganzen. Hoe kunnen ze dan toch zo veel problemen veroorzaken voor Schiphol? Kernprobleem is dat er veel voedsel te halen is. Vooral als het graan is geoogst, zijn de gevallen korrels een geweldige energiesnack. De ganzen vliegen ’s ochtends van hun slaapplaatsen naar de polder, eten een paar uur, buiken lekker uit op het water en keren nog even terug voor een avondhapje. Als de Haarlemmermeer geasfalteerd zou worden, zou het probleem vrijwel zijn opgelost.

Uit onderzoek van het Centrum voor Landbouw en Milieu en LTO Noord rond Schiphol blijkt dat minder voedsel op akkers daadwerkelijk tot minder ganzen op die percelen leidt. Dat kan door de graanakker na de oogst direct onder te ploegen. Dat is wel een dure maatregel. Als je deze effectief wilt inzetten, op bijvoorbeeld de helft van alle graanpercelen in de Haarlemmermeer, kost dat al gauw 1,3 miljoen euro per jaar. De kosten van een vliegtuigcrash zijn echter hoger.

Je zou ook een gewas kunnen verbouwen dat onaantrekkelijk is voor ganzen – bijvoorbeeld maïs of Soedangras als energiegewas. Economisch lijkt dat nog niet haalbaar. Maar als Schiphol of de Haarlemmermeer deze lokale bio-energie op grote schaal zou gaan gebruiken, wordt het een ander verhaal.

Momenteel worden rond Schiphol al duizenden ganzen per jaar geschoten. De Onderzoeksraad voor Veiligheid stelt vergassen voor. Maar zonder aanvullende maatregelen blijft het dweilen met de kraan open. Ganzenpaartjes kunnen wel acht jongen per jaar op de wereld zetten. Het is daarom ook nodig om de broed- en opgroeigebieden rond de Haarlemmermeer onaantrekkelijk en onbereikbaar te maken.

Alleen als het hele pakket maatregelen wordt ingezet, kan het lukken om het aantal ganzen tijdig terug te brengen. De maatregel die direct effect heeft – het voedselaanbod minimaliseren – moet met voorrang worden genomen. Anders lijkt een fataal ongeluk een kwestie van tijd.

Adriaan Guldemond

Bioloog op Centrum voor Landbouw en Milieu