Yetikrab kweekt eigen voer

Stel je voor, je bent aan het duiken in de duistere diepzee. Geheimzinnig. En kijk, in het licht van je zaklantaarntje zie je witte schimmen opdoemen. Witte krabben, met grote, harige armen boven hun hoofd. Ze staan er op de zeebodem mee te zwaaien, heen en weer, hun lijven draaien mee. Allemaal tegelijk.

Het lijkt wel een ritueel om de geesten van de diepzee te bezweren. Of een blije groepsdans op het jaarlijkse krabbenfeest. Maar nee, onderzoekers hebben het nu uitgezocht. Deze kort geleden ontdekte dieren doen dit dagelijks. Ze zijn aan het werk. Voedsel kweken. Ze staan boer te zijn. Al zwaaiend bemesten ze het tuintje dat op hun armen groeit: een tuintje vol bacteriën (het staat in PLoS ONE).

De dieren heten nu Yeti-krabben, naar de verschrikkelijke sneeuwman. Omdat ze die grote, witte en harige klauwen hebben. Ze leven vooral bij onderzeese bronnen en vulkanen.

Daar is het zo diep dat dieren er niet van het zonlicht kunnen leven – via een menu van algen. Nee, hun energie moet hier vooral uit de grond komen. Uit gassen. Er komt veel waterstofsulfide vrij, en methaan. Stinkgassen die mensen ook kennen, van rotte eieren en winden. Diepzeebacteriën zijn er gek op. Door ze af te bereken krijgen ze energie. De krab kan daarna weer energie uit die bacteriën halen.

Door te zwaaien brengt hij ze in contact met langs stromend voedsel, en houdt hij ze fris en vers, schoon van hun eigen afval. De bacteriën groeien tot grote kolonies, veilig op de haren van de machtige armen. Om de zoveel tijd veegt de krab met een speciaal kammetje aan zijn monddelen eroverheen, als een tevreden bodybuilder die zijn spieren lìkt. Zo werkt hij een deel van de bacteriën naar binnen. Zijn oogst.

Dat dieren onder water voedsel kweken is een echte ontdekking. Een blinde krab die in het donker staat te dansen, tussen stinkgassen, blij met een lekkere laag bacteriën op zijn lijf. Het is een mooi wonder.

Frans van der Helm

    • Frans van der Helm