Wat moet je nou, in die dealingroom van je?

Aardig detail: de Nederlandse organisatie die het management van de staatsschuld verzorgt heet het Agentschap van de Generale Thesaurie. In België zijn ze wat minder eufemistisch. Daar heet de zusterorganisatie gewoon het Agentschap voor de Schuld.

Gisteren maakte de Nederlandse Agent zijn financieringsplan bekend voor 2012. Rustig en voorspelbaar, dat is het beleid al jaren. En tot nu toe werkt het goed. Maar stel nu dat de nood aan de man komt, de euro verder in het ongerede raakt en Nederland geïsoleerd wordt van de internationale kapitaalmarkt. Kunnen we dan onze eigen staatsschuld financieren? Zo ging het tot de jaren negentig in grote lijnen wel. En de economieboekjes over de staatshuishouding gaan er vaak in hun eerste, eenvoudige modellen ook van uit: de bekende ‘gesloten’ economie.

Een voorsproefje kregen we in de afgelopen weken van onze zuiderburen. De column op deze plek twee weken geleden ging over het onverwachte succes van de uitgifte in België van zogenoemde ‘staatsbons’, staatsobligaties waar Belgische burgers direct op kunnen intekenen. De dag daarvóór was de uitgifte geopend, en de belangstelling was zó groot, dat werd geconcludeerd dat de intekening het bestaande record van 500 miljoen euro „wel eens zou kunnen overtreffen”.

Dat bleek nogal een vroegtijdige onderschatting: uiteindelijk legden Belgen voor 5.679.995.000 euro in. Dat is een verelfvoudiging van het vorige record.

In totaal bedraagt de Nederlandse staatsschuld zo’n 400 miljard euro, waarvan iets meer dan driekwart langer lopend is. Voor de financiering daarvan is geld genoeg. In de pensioenfondsen zit volgens de laatste telling nu 834 miljard euro, en levensverzekeringen staan op 145 miljard euro.

Hoewel deze pot zeer ongelijk verdeeld is, gaat het hier in totaal gemiddeld om 132.000 euro per huishouden. Dan zijn er particuliere beleggingen, ter waarde van 97 miljard, ofwel ruim 13.000 euro per huishouden. En er is daar bovenop nog het échte spaargeld van in totaal 303 miljard euro aan deposito’s, ofwel een ruime 41.000 euro per huishouden. Girale deposito’s ter waarde van 57 miljard euro zijn daarbij nog niet eens meegeteld.

Het langer lopende deel van de staatsschuld kan dus zomaar uit het spaargeld worden gefinancierd. Nu staat daar wel een hypotheekschuld van 644 miljard tegenover, en consumptief krediet van 27 miljard, maar de waarde van het eigen woningbezit weegt daar nog altijd ruimschoots tegenop.

Dus waarom doen we niet als de Belgen? Allereerst omdat een verkoop van staatsschuld aan de particulier geen onderdeel is van de marketingstrategie. Ten tweede vertrouwen de Belgen hun banken minder dan wij dat doen, en is er dus een prikkel om het spaargeld direct in de overheid te beleggen. En de rente op de Nederlandse staatsschuld is verhoudingsgewijs laag. Vaste deposito’s geven over het algemeen een wat beter rendement. Bovendien zou de financiering van de staatsschuld door de burger de banken meteen beroven van hun belangrijkste funding.

Maar goed: er is een tijd geweest dat Nederlandse burgers en hun pensioenfondsen braaf de staatsschuld financierden. Totdat begin jaren negentig de pensioenfondsen de grens over mochten – met overigens wisselend succes.

Het is geruststellend te weten dat we zonder veel problemen terug kunnen. Want hoewel autarkie zelden een winnende propositie is, weet je maar nooit wat 2012 brengt. Toch?

Maarten Schinkel