Vuist

Terwijl de media ons talloze stellige economische scenario’s voorschotelen, verklaart voor de commissie-De Wit de een na de andere getuige dat niemand de vorige crisis kon zien aankomen. De voormalige directeur van de Nederlandse Bank, Nout Wellink, ziet in zijn onwetendheid zelfs het ideale excuus. Volgens hem moest de vraag van de commissie niet zijn waarom DNB niet eerder ingreep, maar waarom niemand in het voorjaar van 2008 heeft gezien wat er zou gaan gebeuren. Wellink: „Als je het zo benadert kom je niet tot de conclusie dat we hebben zitten suffen, maar dat we onvoldoende data hadden.”

Ik ga naar Brussel voor de belangen van mijn land. Dat is wat een premier moet doen

Waar is Dion Graus als je hem nodig hebt? Een kwieke ondervrager zou opgemerkt hebben dat DNB wellicht onvoldoende data had omdat men daar zat te suffen. Maar Nout Wellink is het spreekwoordelijke pakje Hollandse boter. Je kunt beuken wat je wil, niemand lukt het er een deuk in te slaan.

De commissie is ingesteld zodat we kunnen leren van de fouten van het verleden. Alleen: het heeft geen zin om van de fouten van 2008 te leren. Het is namelijk te laat. De inspectie pleit ervoor de veiligheidsvoorschriften te verscherpen, terwijl het huis al op instorten staat.

Wanneer we over een paar jaar de waarschuwingen en aanzeggingen over de huidige schuldencrisis schiften, zal er ongetwijfeld een bijzitten waarvan we dan kunnen zeggen: die had het goed gezien! Hadden we maar geluisterd! Maar op dit moment zijn er alleen strohalmen – iedere dag een andere. Aan de vooravond van de laatste Eurotop verklaarde Angela Merkel: „Woorden alleen zijn niet meer voldoende, omdat we in het verleden niet altijd ons woord hebben gehouden.” Van een verkoper van tweedehands auto’s zou je zo’n garantie niet accepteren.

Er zijn oude krachten losgekomen, die niet meer door aangepaste verdragen en regels te bedwingen zijn. Het kunst-en-vliegwerk in Brussel van de afgelopen dagen is bedoeld om het vertrouwen te herstellen, maar vrijwel alle Europese leiders bevinden zich in dezelfde spagaat – ze moeten nationale belangen tot Europese belangen maken, en andersom. Dat blijkt onmogelijk. Zoals de Britse leider Cameron aan de vooravond van de top stelde: „Ik ga naar Brussel voor de belangen van mijn land. Dat is wat een premier moet doen.”

Groot-Brittannië heeft zichzelf nu buiten het spel geplaatst. Is het daarmee beter af? Sarkozy is erin geslaagd het spel zoveel mogelijk naar zijn hand te zetten: in het nieuwe Europa moeten de lidstaten elkaar in de gaten houden, zonder nieuwe, sterke Europese instellingen, waardoor het zwaartepunt van de aangepaste Unie bij de Frans-Duitse as komt te liggen. Bedenkingen tegen het nieuwe overwicht veegde Sarkozy van tafel: „Laat niemand zijn tijd verliezen daar aan te tornen.” Historisch zit het volgens hem zo: „Zeventig jaar lang hebben we barbaarse botsingen gehad; dat is de geschiedenis die onze beide landen delen. Daarop volgden zeventig jaar van vrede. Om die te garanderen moeten we elkaar begrijpen en aanvullen. We hebben niet meer rechten dan een ander, wel meer plichten.” Het klinkt omineus. We moeten in Europees verband samenwerken om onze hegemonie veilig te stellen. Dat is de kwestie in een notendop.

Wat ons land betreft is de spagaat inmiddels zo wijd, dat Mark Rutte uit zijn kruis dreigt te scheuren. Europa moet meer bevoegdheden krijgen om andere landen bij de les te kunnen houden. Ondenkbaar is echter dat Europa meer zeggenschap over Nederland zal krijgen. De anti-Europese retoriek van het afgelopen decennium dwingt Rutte Europa als een parallel universum te zien: de ene werkelijkheid staat los van de andere.

Niemand weet hoe dit gaat aflopen – en zeker economen niet, want het gaat nu niet meer over economie maar weer over macht en identiteit. Het was de bedoeling dat na de Tweede Wereldoorlog de natiestaat zou buigen voor Europa. Economisch moest Europa een vuist tegen de rest van de wereld kunnen maken. Met diezelfde vuist heeft men zich de afgelopen maanden keer op keer keihard in zijn eigen gezicht geslagen. Nu wordt er tot tien geteld.

    • Bas Heijne