Voortleven na de dood, als voorwerp

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Wat? Voorbereiden op de dood? Wil ik daarmee wel bezig zijn? Dat was mijn eerste reflex toen me werd gevraagd een Uitbox te ontwerpen. M’n tweede was: ja, natuurlijk wil ik dat, iedereen gaat dood, dus waarom zou je dat onderwerp uit de weg gaan?

„Vrijwel direct besloten we dat spiegelglas hét materiaal voor de Uitbox moest zijn. Je kunt nog zo’n prachtige doos ontwerpen, maar in feite zit de schoonheid in de omgeving van iedere persoon zelf. Een kubus van spiegels lost op in die omgeving, kan alle gedaanten aannemen. Op die manier is hij tegelijk wel en niet aanwezig en lijkt zelfs immaterieel.

„De Uitbox bestaat uit twee onderdelen: een buitendoos en een binnendoos. De buitenste, van spiegels, plaats je over de binnenste, van metaal. Op de binnendoos staat een checklist gegraveerd, van dingen die je erin kunt doen: een donorcodicil, een euthanasieverklaring, testament, uitvaartverzekering, wensen voor de uitvaart en ideeën voor persoonlijke, dierbare spullen.

„Toen ik aan deze opdracht werkte, heb ik allerlei spullen in een oud geldkistje verzameld, die ik in mijn eigen Uitbox wil doen: een brief, mijn geboortekaartje, mijn iPod met veel muziek, souvenirs, de sleutel van mijn kluis, een usb-stick met belangrijke documenten, foto’s van dierbaren, een boekje met notities over een feest bij mijn begrafenis en een zelf gekrabbeld testament. Het liefst zou ik ook euthanasiepillen erin willen doen, maar dat is zo gemakkelijk nog niet.

„Ik ben niet bang voor de dood, maar wel voor dementie. Mijn overgrootoma is zo’n twintig jaar dement geweest. Haar laatste jaren waren vreselijk. Ik hoop zoiets niet mee te maken.

„In het notitieboekje heb ik ook iets geschreven over mijn begrafenis. Eerst wilde ik op een natuurbegraafplaats begraven worden, onder een boom, als voedsel voor de natuur. Maar de stoffelijke resten van een mens blijken schadelijk te zijn voor de natuur. Vriesdrogen lijkt me een mooi alternatief, waarbij je lichaam ondergedompeld wordt in stikstof. Door trillingen valt het vervolgens uiteen, waarna organisch poeder overblijft. Dat poeder kun je dan begraven op een plek waar je een boom kunt planten.

„Voor een internationaal project, In Progress, heb ik me twee jaar geleden ook al eens verdiept in reststoffen. Aan ontwerpers was gevraagd denkbeelden over vooruitgang te onderzoeken en hierop een visie te geven in de vorm van een product, film of concept. Met een ‘3D-printer’ maakten wij drie stillevens, met menselijke as als materiaal. Hiermee wilden we onze permanente drang naar vooruitgang ter discussie stellen. Er is niks mis met vooruitgang, maar het mag geen doel op zichzelf zijn. In de as-stillevens zie je industriële producten, zoals een broodrooster en kruimeldief, in combinatie met symbolen uit zeventiende-eeuwse vanitasstillevens, zoals mestkevers, die verwijzen naar vergankelijkheid en sterfelijkheid.

„Stel dat we zouden accepteren dat we nieuwe producten kunnen laten maken van onze eigen stoffelijke resten, dan kunnen we een tweede leven krijgen als product. Alle producten, dus ook wij, bestaan uit materiële substantie en reststof. Onze overblijfselen zijn perfecte grondstof voor de productie van voorwerpen. Menselijke as, wereldwijd bijna 500.000 liter per dag, kan worden gebruikt in 3D-printers. Zo kunnen we met de resten van onze overleden opa een stofzuiger printen. Wat zou de waarde daarvan zijn? Als je langs die lijn doorredeneert, ga je je steeds sterker afvragen hoe wij met spullen omgaan. Hoeveel waarde hechten wij aan gebruiksvoorwerpen?

„Sommige mensen reageerden geschrokken op ons project. Ze zouden hun geliefde niet graag als vaas op de schouw zien staan. Maar waarom niet? Mensen vragen zich al heel lang af: is er leven na de dood? Nu kun je antwoorden: ja, er is een tweede leven mogelijk, in de vorm van een gebruiksvoorwerp, een kunstwerk – wat je maar wilt.

„Wanneer je op een andere manier kijkt naar het leven, met al z’n immateriële en materiële kanten, dan is de dood opeens veel minder huiveringwekkend en definitief dan je op het eerste gezicht zou denken. Het levenseinde biedt eindeloos stof voor interessante discussies.”

Tekst Gijsbert van Es

Foto’s Studio Wieki Somers

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord