'Top Chemie-Pack veroorzaakte de brand in Moerdijk'

Het Openbaar Ministerie (OM) stelt uitsluitend de leiding van Chemie-Pack verantwoordelijk voor de grote brand die begin dit jaar uitbrak in Moerdijk en 71 miljoen euro schade heeft veroorzaakt.

De top van het bedrijf is verantwoordelijk voor „de risicovolle en onveilige bedrijfsvoering en de daardoor ontstane brand”, aldus het OM gisteren voor de rechtbank in Breda. Daar vond gisteren een eerste zitting plaats in het proces dat op 21 maart 2012 wordt voortgezet.

De vermoedelijke aanstichter van de brand, een 45-jarige medewerker van het bedrijf, wordt niet vervolgd. Hij heeft bekend de brand te hebben veroorzaakt, toen hij met een gasbrander een bevroren pomp wilde ontdooien en daarbij, naar eigen zeggen, „niet in de gaten had” dat er nog anderhalve liter van de brandbare stof xyleen in aanwezig was.

Het OM vindt dat de brand niet hem of andere productiemedewerkers moet worden aangerekend, maar de leiding van het bedrijf. De handelwijze van de veroorzaker van de brand zou passen „binnen de mores en de bedrijfscultuur” van het chemische verpakkingsbedrijf. Uit het dossier „rijst het beeld op van een bedrijf waarin met grote regelmaat en gedurende geruime tijd veiligheidsvoorschriften werden genegeerd en geminacht”, aldus het OM. Daarom maakt het volgens justitie niet veel uit wie de brand veroorzaakte. „De veiligheidseisen werden met voeten getreden om kosten te besparen. Het moest een keer fout gaan.”

Terechtstaan de directeur, de productieleider en de veiligheidscoördinator. Hun advocaten vinden het „onbegrijpelijk” dat dit drietal wel en de werkelijke dader zich niet hoeft te verantwoorden. De directeur van het bedrijf was op de dag van de brand op een skipiste in Oostenrijk.

Dat de dader niet wordt vervolgd, is volgens de raadslieden het gevolg van de drang van het OM om achter de oorzaak van de brand te komen. Een getuige die later de vermoedelijke dader bleek te zijn, zou van het OM de toezegging hebben gekregen dat hij vrijuit zou gaan, wat hij ook zou verklaren. Dat komt neer op het verlenen van immuniteit, aldus raadsman Drenth, en daarmee is de rechter de kans ontnomen de dader te straffen. Dat is „niet uit te leggen” en „in strijd met de beginselen van een behoorlijke strafvervolging”. De advocaten vroegen de rechter om het OM niet ontvankelijk te verklaren. Dat laatste kan de rechtbank pas na nader feitenonderzoek beoordelen, aldus de rechter.