Tegenpolen

Lang geleden, ver voor de komst (en de val) van de euro, probeerde ik enkele Italianen de eigenaardigheden van de Nederlandse cultuur uit te leggen. Om wat meer nuance in mijn verhaal te brengen zei mijn vrouw, die in Limburg geboren en getogen is: “Ja, maar ík kom uit het zuiden!” Of dat zonnige, bruisende, Bourgondische zuiden van ons land veel indruk op onze Italiaanse vrienden heeft gemaakt, weet ik niet.

Net nu na jaren van herstelwerkzaamheden de oost-westgrens uit de Koude Oorlog bijna is uitgewist, dreigt Europa onherroepelijk te worden doorgescheurd langs de veel oudere stippellijn die noord en zuid scheidt. De Romeinse limes is weer helemaal terug, alleen staan nu de Germanen aan de ‘sterke’ kant. De clichés die temperatuur en klimaat oproepen, blijken taaier dan ideologieën. De noorderling is hardwerkend, spaarzaam, serieus, nuchter, saai, en heeft veel vertrouwen in staat en burger; de zuiderling is lui, spilziek, speels, uitbundig, fantasievol, vol wantrouwen en geniet van het leven. Dat laatste vooral op kosten van de noorderburen.

We vinden dit verschijnsel niet alleen tussen, maar ook binnen landen. Landen zijn als magneten: ze hebben altijd een noord- en een zuidpool. En als je ze in tweeën zaagt, krijgt, net als bij een magneet, ieder deel weer twee nieuwe polen.

Zo is er de spaarzame Fries en de gulle Brabander, de hardwerkende Vlaming en de steuntrekkende Waal, de cerebrale Parijzenaar en de gevoelsmens in de Provence. Het ijverige Barcelona kijkt neer op de potverteerders in het zuiden van Spanje, en het welvarende Milaan vindt dat Afrika onder Rome begint. Zelfs de Luxemburgers zullen u zeggen dat u in het noorden van hun land nog de zuivere cultuur kunt vinden. Er is vast ook een groot cultureel verschil tussen Bunnik-Noord en Bunnik-Zuid.

Dit verschijnsel beperkt zich zeker niet alleen tot Europa. Denk aan de enorme verschillen tussen het noorden en zuiden van de Verenigde Staten, goed voor een burgeroorlog en een eeuw lang mensenrechtenstrijd. Op het zuidelijk halfrond keren de kompasnaaldjes zich keurig om. Het verstandige deel van Australië bevindt zich nu in het zuiden, net zoals in Brazilië.

De Europese landen liggen als staafmagneetjes keurig kop-aan-staart gerangschikt. Opvallend hierbij is dat het meest zuidelijke puntje van een land – toch het lokale hoogtepunt van corruptie en liederlijkheid – altijd nog noordelijk ligt ten opzichte van het verstandigste deel van de zuiderburen. Hoe gaat de Europese burger met dit paradoxale gegeven om? Waarom trekken we niet allemaal massaal naar de Noordpool?

Wellicht is het met zonlicht als met gezond verstand of gezond eten, de eigen dosis lijkt precies voldoende. Noordelijker wordt het te koud en te kil, zuidelijker krijg je meer zonneschijn dan goed voor je is. Als wij naar Scandinavië kijken, dan zien we geen modern welzijnsparadijs, maar verbazen ons dat niet iedereen gillend gek wordt in die eeuwige donkere sneeuwvlakten en dennenbossen. Ook de Parijzenaar is niet jaloers op de Amsterdammer die in zijn ogen in een zompig moeras bij een bleek winterzonnetje verdoemd is tot een weliswaar verstandig, maar volstrekt kleurloos bestaan. Zo leeft voor iedereen de noorderbuurman met te veel ratio en gaat de zuiderbuurman ten onder aan te veel ongereguleerde emotie.

Een andere reden voor polarisatie is dat ieder land of regio ongeveer even groot is. Althans in ons hoofd. Probeert u maar eens de volgende gebieden concreet voor u te zien: Nederland, Afrika, Bussum, Jupiter, het zonnestelsel, Texel. Als ik dat doe, zie ik ze allemaal in hetzelfde formaat, als een kaart in een atlas. Ieder land krimpt tot het de beeldvullende grootte van mijn hersenpan heeft bereikt.

Zo maken we kleine dingen groot en grote dingen klein. Afstanden nemen als vanzelf de bijbehorende emotionele lengte aan. Noord-Groningen is ons eigen Lapland, de Vaalserberg onze Rots van Gibraltar. Voor de zware tocht door de Noordoostpolder moet de Nederlander een overlevingspakket meenemen; voor de Amerikaan is het slechts de afstand tussen twee afslagen op de snelweg. Dit elastische effect benadeelt stelselmatig grote landen of continenten. Vooral ontwikkelingslanden hebben hier last van. Zo is Afrika ruim genoeg om de Verenigde Staten, China, India, Japan en geheel Europa te bevatten, en als je Indonesië (in oppervlakte tien keer Groot-Brittannië) op de kaart van Noord-Amerika projecteert, dan steekt het links en rechts uit.

Op dezelfde wijze draaien we met onze mentale Photoshop het contrast van de culturele kaart zo hoog op dat er altijd weer rijke schakeringen van zwart en wit verschijnen, hoe klein en uniform het gebied ook is. Vandaar de barre noordkust en genoeglijke zuidkust. Van Ameland.

Omdat we ons brein niet kunnen bedotten, stel ik een radicaal andere weg voor. Geen eurobonds of ECB. Geen eenheid of egalisatie. Nee, totale polarisatie! We breken landen in steeds kleinere eenheden op, via provincies, regio’s, steden, dorpen en wijken, totdat uiteindelijk ieder land nog maar één inwoner over heeft. Daar, binnen ons Eigenland, de allerkleinste micromagneet, zullen dan de noorderling en een zuiderling in onszelf de ultieme strijd aangaan.