Senator met een theater op zoek naar publiek

Hij begon zijn inbreng altijd „met een of ander krankzinnig Antilliaans gezegde”, vertelt Adrienne Vrisekoop, over haar vriend en collega Peter Hoefnagels die tussen 1987 en 1995 voor D66 in de Senaat zat. Als woordvoerder Antilliaanse zaken opende Peter Hoefnagels met een lokaal spreekwoord : „Voorzitter, Shon grandi a bai na pero e a bolbe na kanoa. De grote heer is met een praalschip vertrokken en teruggekeerd in een roeibootje.”

Peter Hoefnagels werd geboren in de Bilt in 1927. Hij studeerde Indisch recht en psychologie in Utrecht en werd vooral bekend vanwege zijn inzet voor kinderbescherming. Hij maakte handleidingen voor de Raad voor de Kinderbescherming en dacht een nieuwe organisatie van de jeugdzorg uit. In 1965 werd hij hoogleraar criminologie en jeugdrecht in Rotterdam en grondlegger van de echtscheidingsbemiddeling of mediation.

Hoefnagels was breed geïnteresseerd, maar zijn artistieke eigenschappen voerden de boventoon. „Hij was op zoek naar publiek. Hij had behoefte aan applaus”, memoreert de Amsterdamse architect en medesenator Edo Spier. Hoefnagels en Spier deelden een bankje in de Eerste Kamer. ‘Hoef’ werd hij in de wandelgangen genoemd.

Met vier gelijkgestemde senatoren – Schuyer, Spier, Staal en Vrisekoop – was Peter Hoefnagels een vriendenclubje begonnen. Ze noemden zich de ‘Heemskinderen’ naar het dertiende-eeuwse gedicht van een onbekende auteur. Het gedicht beschrijft de avonturen van de zoons van de rijke leenheer Aymon en hun sterke paard Beiaard. Samen gaan ze de strijd aan met Karel de Grote, waarin Beiaard een hoofdrol speelt. Peter, vertelt Adrienne Vrisekoop, „gedroeg zich als een vader, terwijl Edo eigenlijk de oudste was”. Iedere keer als ze elkaar zagen, stond een beeld van het paard Beiaard uit de ‘Heemskinderen’ op tafel. Nelleke Hoefnagels had dat speciaal voor de vriendenclub gemaakt.

Peter en Nelleke Hoefnagels woonden vlakbij Zutphen, naast een molen waarin een klein theater gevestigd is. In de molen traden artiesten als Peter Faber en Henk van Ulsen op in een intiem theaterzaaltje met amper zestig stoelen. Hoefnagels was er trots op. „Dat heb je in Carré niet”, zei hij tegen zijn vrouw.

In zijn theater-aan-huis kondigde Peter Hoefnagels zelf de voorstellingen aan. „Zo stond hij toch even in het middelpunt van de belangstelling. Hij wilde graag dat mensen naar hem luisterden”, vertelt Edo Spier.

Ook op vakantie waren zijn artistieke trekken niet te onderdrukken, memoreert Spier: „Hij had een huisje in Frankrijk, in Saint-Rémy-de-Provence en hij was op het dorpspleintje een zigeunerband tegengekomen. En daar ging hij dan Amerikaanse liedjes mee zingen uit de goede oude tijd.”

Peter Hoefnagels overleed 24 november in Lochem. Hij is 84 jaar geworden.

Jeroen van Kleef

    • Jeroen van Kleef