Prehistorische vloerbedekking ontdekt in Zuid-Afrikaanse grot

Een prehistorisch tapijt of een matras van de vroegste moderne mensen? In elk geval lag 77.000 jaar geleden in een Zuid-Afrikaanse grot een vloerbedekking van planten, die mogelijk insecten verdreven (Science, 9 december).

Archeologen onder leiding van Lyn Wadley (University of the Witwatersrand) hebben meerdere lagen plantenresten ontdekt, elk ongeveer een centimeter dik. “De planten zijn gebundeld en over de bodem verspreid, waarschijnlijk om comfortabel in de grot te kunnen leven en op de grond te kunnen slapen”, zegt Wadley vanuit Johannesburg door de telefoon. “De bodembedekking lijkt erg op de slaapmatten die mensen hier nog steeds maken.”

‘Hier’ is het stroomgebied van de uThongathi-rivier in de Zuid-Afrikaanse provincie KwaZulu Natal. In deze regio begonnen in 1998 de succesvolle opgravingen in de Sibudu-grot, eigenlijk meer een grote uitsparing in de rotsen, twintig meter boven de rivier. Tot de vele vondsten behoorden tienduizenden stenen werktuigen, die lieten zien dat de fysiek al moderne mens zich vanaf 100.000 jaar geleden ook cultureel snel begon te ontwikkelen.

Wadley was vorig jaar op drie meter diepte aan het graven, toen ze plotseling iets wits en pluizigs zag: “Het leek wel een stukje van een papieren zakdoek.” Toen ze het stukje bekeek met een vergrootglas, ontdekte ze bladnerven en zaden: fossiele plantenresten, die deel bleken uit te maken van een laagje van twee vierkante meter.

In totaal vonden de archeologen in de grotbodem 15 lagen van samengeperste resten riet, zegge en gras. De lagen variëren in leeftijd, van 38.000 tot 77.000 jaar. Daarmee zijn dit de oudst bekende ‘beddings’, de archeologische term voor vloerbedekking. “Aanduidingen als ‘matras’ of ‘tapijt’ gaan net wat te ver, omdat voor dergelijke producten grondstoffen echt bewerkt moeten worden”, zegt Wadley: „Deze planten zijn alleen gebundeld en bij elkaar gelegd.”

Botanisten hebben ook overblijfselen gevonden van de Cryptopcarya woodii, een boom waarvan de bladeren nog steeds worden verwerkt in traditionele medicijnen. De bladeren bevatten chemicaliën zoals cryptofolione, die insectendodende eigenschappen hebben. “Vermoedelijk zijn de bladeren gebruikt om muggen te verjagen”, zegt Wadley.

In de lagen zaten ook 8.000 bewerkte stenen en restanten verbrand hout. Waarschijnlijk verbrandden de grotbewoners van tijd tot tijd hun vloerbedekking om ongedierte te verdrijven. Om dat idee te testen hebben Wadley en haar medeonderzoekers zelf in een ondiepe kuil bladeren en hout verbrand: “Het patroon in de verbrande resten bleek hetzelfde als dat in de gevonden lagen in de grond.”

Karel Berkhout